icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Externsteine op Hermannssteig
Artikel

Wandelklassieker: Hermannshöhen

  • 30 april 2019
  • Door: Erik van de Perre

Grillige rotsformaties en heerlijke beukenbossen, fraaie vergezichten en gezellige vakwerkstadjes - langs de Hermannshöhen vind je het allemaal. De fraaie bergkamweg ligt bovendien op een steenworp afstand van Nederland.

Waar zijn we?

De Hermannshöhen bestaat uit twee wandelpaden, die naadloos op elkaar aansluiten; de Hermannweg en de Eggeweg. Deze prachtige kamweg voert vanuit het Münsterland over het Teutoburgerwoud naar het Sauerland. Hij verbindt wild romantische bossen, uitgestrekte weidelanden en bizarre rotsformaties, en verrast om de haverklap met fraaie vergezichten. Langs het traject liggen ook mooie oude stadjes, zoals Tecklenburg en bijzondere bouwwerken zoals het Hermannsdenkmal. De Hermanshöhen weden omwille van hun hoge kwaliteitsstandaarden opgenomen in het exclusieve clubje van de ‘Top Trails of Germany’.

Image
Hermansshöhen

1, 2, 3, … 255, 256. Precies 256 treden telt de trap, die vanuit Riesenbeck (een deelgemeente van Hörstel) naar de Hermannshöhen leidt. Het pad voert over een kam van  het Teutoburgerwoud, een middelgebergte dat zo abrupt uit de Noord-Duitse Laagvlakte oprijst dat de toegang vaak inderdaad alleen via lange, steile trappen mogelijk is.

Bewogen geschiedenis

Zijn oorsprong vindt de keten in de oerkrachten die de Alpen hebben gevormd. Het verhaal begint echter nog vroeger, in het Trias en het Krijt, toen het gebied door de zee was overspoeld.  Gedurende miljoenen jaren werden zand en kalkslib afgezet, die later onder hoge druk versteenden tot zand- en kalksteen. De botsing van Afrika met Europa op het einde van het Krijt (70 miljoen jaar geleden), die zou leiden tot het ontstaan van de Alpen, had ook gevolgen voor gebieden in het noorden van Duitsland. Ook hier kwam het tot grote spanningen. Machtige gesteentepakketten braken, kantelden en werden over elkaar heen geschoven. Door de erosie bleef tenslotte een reeks parallelle zandsteen- en kalksteenruggen over: het Teutoburgerwoud en het Eggegebirge. Over de kruin van beide ketens loopt de 226 kilometer lange wandelroute Hermannshöhen, die Rheine met Marsberg verbindt.

Image
Hermannshöhen

Azijn of wijn

De ochtend is nog jong. De plensbui, die ons pas het dorp uitspoelde, verdwijnt aan de horizon. Tussen de beuken stijgt damp op, het ruikt naar vochtige aarde en paddenstoelen. Een edelhert, getooid met een fors gewei, duikt uit de nevel op, staart ons even aan en verdwijnt even geruisloos weer. We volgen een brede bosweg, die door de beukenbossen over een zacht golvende kam danst. Een kam uit Osning-zandsteen. Een hard gesteente, door weer en wind hier en daar tot verbluffende rotsformaties geslepen. De Dörenther klippen, veertig meter hoog, bieden daarvan een mooi staaltje. Beroemd is vooral het Hockendes Weib, letterlijk de ‘gehurkte vrouw’. Volgens de legende veranderde hier een moeder in steen, toen ze probeerde haar kinderen tegen het opkomende water van de zee te beschermen.

Tecklenburg ontvangt ons met middeleeuwse flair. Door de stoere stadspoort betreden we de oude binnenstad. Kromme steegjes, omringd door scheve vakwerkhuizen en gezellige terrasjes, waarboven de ruïne van een forse burcht troont. De burcht is gesloten. Er wordt druk gerepeteerd. Van mei tot september vormt ze het decor voor een van de grootste openluchttheaters van het land. In de schadus van het kasteel otdekken we zowaar een wijngaard, niet vanzelfsprekend zo ver naar het noorden. Toen Giovanni Rizzi, telg uit een Italiaans wijnbouwersgeslacht, in 1987 de eerste wijn bottelde, oogstte hij hoon en spot. ‘Dit is geen wijn, maar azijn’, kreeg hij naar het hoofd geslingerd. Intussen levert de kleine wijngaard - slechts een paar honderd wijnstokken groot - elk jaar een behoorlijke witte Müller-Thurgau en een rode Dornfelder op. En heeft Tecklenburg zelfs een heus wijnfeest.

Image
Hermannshöhen

Aspergeseizoen

We laten de Osning-zandsteen achter ons en volgen nu een tweede rug. Deze bestaat uit kalksteen en dat merk je aan de omgeving. Voorbij Lengericht gaapt een diepe krater in het landschap. Het pad kronkelt hier langs de bovenrand van een eerste van drie grote kalksteengroeves. Ook de vegetatie verandert: op de kalksteenbodem voelen kalkminnende planten zich in hun sas. De daslook, in Nederland vrij zeldzaam, vormt hier uitgestrekte tapijten. De witte bloemen en de onverwisselbare geur begeleiden ons de hele dag - tot in de gelagzaal toe.

We zijn te gast in het Altes Fischer Eymann in Bad Iburg, een knusse herberg aan de voet van het kasteel. Behoorlijk hongerig duiken we in de spijskaart. Het is het aspergeseizoen en de witte stengels drukken dan ook hun stempel op de kaart. ‘Wat denken jullie van de dagschotel?’, vraagt de waardin met een charmante glimlach. Dat blijkt Spargel satt - asperges zoveel als we lusten… Daar hebben wij wel oren naar. Wat dat precies inhoudt, ervaren we wanneer een eindeloze reeks borden en schotels op de tafel worden gedrapeerd: na de aspergesoep - met daslook! - verschijnt een forse stapel schnitzels, gevolgd door diverse soorten ham, een berg dampende aardappels, schaaltjes met gesmolten boter en Hollandaisesaus. Tenslotte de asperges, keurig gestapeld, zoals de stammetjes van een houtmijt. Sprankelend wit wijntje erbij. Het is allemaal overheerlijk, maar zoveeeeel. Toch slagen we erin de asperge-‘houtmijt’ helemaal te slopen. Met een diepe zucht en volle pens leunen we voldaan achterover, wanneer de charmante glimlach weer om de hoek komt, in de hemelblauwe ogen een blik vol verwachting, in de handen een grote schotel… ‘Ik wist wel dat jullie nog een portie kunnen verdragen’, lacht ze, terwijl ze een vers bord asperges op tafel plant.

Image
Hermannshöhen

Pak voor de broek?

Zowel de Hermanns- als de Eggeweg zijn echte kamwegen. De prijs voor de mooie vergezichten: om te overnachten moet je steevast omlaag naar het dal. Dat is in Halle niet anders. Het plaatsje verwierf vooral faam door het plaatselijke ATP-toernooi, de ‘Gerry Weber Open’, een klassiek voorbereidingstoernooi voor Wimbledon, dat ieder jaar de grote sterren van het tenniscircus naar het stadje lokt.

’s Morgens slenteren we over een zonovergoten plein, omringd door linden en vakwerkhuizen. We blijven staan bij een witgekalkt huis met het opschrift ‘Museum für Kindheits- und Jugendwerke bedeutender Künstler’. In het oudste huis van de stad, bouwjaar 1246, zit een museum, gewijd aan werken die grote kunstenaars als kind hebben vervaardigd. We willen net doorlopen, wanneer de deur openzwaait. Directrice Ursula Blaschke, een kranige dame met weelderige zwarte manen, guitige ogen en een innemende glimlach, vat ons meteen bij de kraag. We ontsnappen niet aan een rondleiding. Binnen vallen onze monden open van verbazing. In het piepkleine museum, dat het midden houdt tussen knusse woonkamer en rommelige zolder, hangt, ietwat scheef, een heuse Salvador Dalí, geflankeerd door een prille Albrecht Dürer en een Edvard Munch. Vlakbij, met een nageltje aan de muur bevestigd, een Rafaël (‘in bruikleen afgestaan door het Vaticaan’). Picasso is ook present. Net als Paul Klee, die als kleuter zijn vader tekende, met een holle schedel en reusachtige handen. Of deze gewelddadige klauwen de kleine Paul net een stevig pak voor de broek hadden gegeven? ‘Al deze werken onderscheiden zich duidelijk van andere kindertekeningen’, benadrukt Ursula, ‘je ziet meteen dat deze kunstenaars als kind al over een uitzonderlijk talent beschikten’.

Met tegenzin keren we deze schatkamer de rug toe en vervolgen onze weg. In het bos struikelen we bijna over een vos, die plots het pad oversteekt. Net voor Bielefeld duiken zowaar bruine beren en wolven op. Het pad voert hier dwars door het Heimat-Tierpark Olderdissen, dat gewijd is aan bedreigde (en verdwenen) inheemse diersoorten.

Image
Hermannshöhen

Een pompeuze Hermann

We zijn intussen een week onderweg en vragen ons al een tijdje af waaraan de Hermannshöhen eigenlijk hun naam ontlenen. Het antwoord volgt prompt bij het Hermannsdenkmal. Het monumentale standbeeld, dat bij Detmold boven het bos uittorent, toont Hermann, de aanvoerder van de Cherusken, die de Romeinen in een grijs verleden in de pan had gehakt (zie kader). De aanleiding voor de bouw van het monument was echter een andere gebeurtenis: de slag bij Leipzig (1813), waarbij Napoleon tegen een bondgenootschap van Oostenrijk, Pruisen, Rusland en Zweden het onderspit dolf, wekte in Duitsland een tot dan toe ongekend nationaliteitsgevoel. De kunstenaar Ernst von Bandel herinnerde toen aan die andere roemrijke veldslag, die 1.800 jaar eerder in de buurt van het Teutoburgerwoud had plaatsgevonden, en kwam met het idee op de proppen voor een monumentaal standbeeld. Het zou echter tot 1875 duren, voordat het Hermannsdenkmal door keizer Willem I kon worden ingewijd. Von Bandel zag dat het goed was en… gaf prompt de geest. Hij stierf een jaar na de inhuldiging.

Maar daar staat hij dus nu: een koperen Hermann, ruim 26 meter hoog, die met gemak boven de boomkruinen uitsteekt en trots met zijn zeven meter lange zwaard staat te zwaaien. Het hele monument is met zijn 53 meter het hoogste van Duitsland. En trekt dan ook een paar honderdduizend bezoekers per jaar. Vrij vertaald: liever mijden op een zonnige zomerse dag.

De Varusslag

Bij deze veldslag in het jaar 9 na Chr. Werden in de buurt van het Teutoburgerwoud drie Romeinse legioenen, onder leiding van de legaat Publius Quinctilius Varus, in een hinderlaag gelokt door een bondgenootschap van diverse Germaanse stammen, aangevoerd door de Cherusk Arminius. De Romeinen, 18.000 man sterk, waren op de terugreis naar de winterkampen in Xanten, Anreppen en Haltern. Na deze smadelijke hinderlaag trokken de Romeinen zich terug uit de gebieden ten oosten van de Rijn. De naam Arminius werd later verduitst tot Hermann.

Image
Hermannshöhen

Ontmoeting met de specht

‘Pssst, kijk een nest van de bonte specht’, zegt Rob, wanneer we terug door eht bos lopen. Hij heeft er een verrekijker bijgehaald en duidt op een beuk, dertig meter verderop. Uit het ronde gat in de stam weerklinkt schril gepiep. ‘Er zitten minstens drie jonkies in’.  Een van de ouders hokt wat verderop in een bomkruin. De specht vliegt nerveus een paar keer over en weer, maar waagt zich niet naar het nest. En dus gaan we er maar liever vandoor.

Indrukwekkende rotsformatie

De volgende ochtend stuiten we weer op het Osning-zandsteen. Bij Horn heeft dat een indrukwekkende rotsformatie achtergelaten: de Externsteine. Een reeks bizarre rotstorens, tot 38 meter hoog, die worden weerspiegeld in het roerloze water van de nabije vijver. Voor ons ligt een van de mooiste trajecten: vanaf de Silbermühle leidt het pad door het schilderachtige Silberbachtal omhoog. In de vroege 18e eeuw werd in het dal effectief naar zilver gezocht. Een succesverhaal werd het niet. De ware rijkdom van de Silberbach (zilverbeek) lag immers, zoals de vroegere naam Möllenbach (molenbeek) suggereert, in de kracht van het water. In 1762 lagen aan de bovenloop van de beek drie graanmolens, vier slijpmolens en twee volmolens.

Hogerop wacht de Velmerstot met zijn twee toppen: de Lippischer en de Preußischer Velmerstot. De naam heeft overigens niets te maken met het woord Tot (dood), maar is afgeleid van Stot (steile helling). Terwijl we op de rotsachtige Lippischer Velmerstot van het uitzicht genieten, weerklinkt hels gekraak. Een paar tellen later zien we enkele tientallen meter lager een rot everzwijnen het bos uit stormen.

De nabije Preußischer Velmerstot, met zijn 4668 meter het ‘dak’ van het middelgebergte, was tijdens de Koude Oorlog niet toegankelijk. Toen lag hier een militaire basis van de Nederlandse Koninklijke Luchtmacht, met een NAVO-radarstation en een HAWK-eenheid (rakettenstelling). Vanaf de uitkijktoren, die op de top werd opgericht, ontdekken we aan de horizon Hermann, die nog steeds met zijn imposante zwaard staat te wapperen. Aan de voet van de Velmerstot zijn resten van een stilgelegde groeve zichtbaar. De zandsteen van de Velmerstot was reeds in de 16e eeuw als bouwmateriaal begeerd. Het werd onder meer verwerkt in het Rijksdaggebouw in Berlijn en in de Dom van Keulen.

Naar het einde toe verander het karakter van de tocht. De steile klippen en weidse bossen wijken voor een open landschap met groene weiden en bloeiende koolzaadvelden. In Essentho dalen we een laatste keer af richting Marsberg, waar we te gast zijn in Landgasthof Mück. Een oase van rust, kamers met schilderijen van de hotelier, die bovendien heerlijk kookt, een ontbijt met eigengemaakte jam en uitzicht op de weilanden, waar regelmatig reeën en herten hun opwachting maken. Wat wil een mens nog meer?

Image
Hermannshöhen