icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Denemarken eiland Moen, Leon Huijs
Reisverhaal

Wandelen over de Camøno op Møn

  • 02 januari 2020
  • Door: Leon Huijs
  • Fotografie: Leon Huijs

Het eiland Møn bestaat uit glooiende akkers, bloemenvelden, dichte beukenbossen en witte zandstranden. Al dit moois wilden de bewoners graag delen. Ze legden in 2018 de Camøno aan, een 'pelgrimspad' met een spectaculair hoogtepunt: de torenhoge witte klif, Møns Klint.

De Camøno is een pelgrimspad met een knipoog. Want naar botjes van heiligen is het lang zoeken. De 'heilige botjes' op deze wandeling zijn van heel ander kaliber. Ze spoelen aan op het strand, op de plek waar de pijlsnelle slechtvalk zijn duikvluchten maakt en waar sterren fel fonkelen aan het firmament. Nieuwsgierig? De Camøno is 175 kilometer lang en voert van het stadje Bogø in het westen naar Nyord in het oosten van Møn. Wij volgen de Camøno vanaf Stege via de kust naar Møns Klint, dan noordwaarts naar Nyord en terug naar Stege, zes dagen van ongeveer 12 kilometer wandelen per dag. De bedenkers van de Camøno hebben een tip: 'langzaam bewegen en de ervaring gebruiken als een kans om het dagelijks leven met nieuwe ogen te zien.'

Image
Denemarken eiland Moen, Leon Huijs
Møns Klint

Door boerenland naar zee

Stege is het enige stadje van betekenis op Møn. Het middeleeuwse plaatsje ligt op een smalle landtong en werd rijk van de handel in haring. Een nogal ruig oord was Stege in de middeleeuwen - geld, bier en bloed vloeiden royaal, volgens de verhalen. De geschiedenis kleeft nog aan de oude vakwerkhuizen en afgesleten kinderkopjes. Het geluid van paardenhoeven, het handjeklap van handelaars, de geur van knetterend vuur lijken nergens ver weg.

Startpunt van de Camøno is het Møns Museum. Daar is de concentratie 'pelgrims' nog hoog, maar zodra we de zeeëngte naar Lendmarke oversteken, strekt Møn zich uit, vlak, ruim én rustig. Via boerenland voert de route naar kustplaats Hövmarken, langs dorpjes, boerderijen met fruitgaarden en  kerkjes met fresco's. Dat is het. Plus het Mosen Busmerk Marse, een moeras van driehonderdveertig voetbalvelden groot en daarmee het grootste van Møn. En dan komt de kust heel dichtbij.

Veel boeren op Møn waren ook vissers die op kotters de zee op gingen om haring te vangen. In de moderne haven van Klintholm liggen de boten aangemeerd. Aan de horizon zien we containerschepen onderweg naar Duitsland of de Oostzee. Wat een uitzicht, overal zee en strand! Je kunt hier veldhagedissen en zwaluwen spotten en met wat geluk een adelaar, zwevend op de rand tussen het strand en de hellingen achter ons. In het voorjaar staan die vol lichtblauw bloeiend vlas. Nog even, en dat lieflijke lijkt mijlenver weg. In de verte doemen de klifbossen met eeuwenoude beuken al op.

En dan die torenhoge klif

De bossen en velden eindigen abrupt. We staan aan de rand van een van de grootste natuurattracties van Denemarken, Møns Klit. Duizelingwekkende trappen van honderden treden verbinden klifbos met het strand, meer dan honderd meter in de diepte. Als je de afdaling goed timet (vroeg op!) loop je recht in de armen van de opkomende zon. Maar ook nu is het schitterend. Die helderblauwe zee waaruit de klif als een torenhoge steile wand oprijst, het witte kalk dat de zon weerkaatst. 'Wat een exotisch plaatje!', roept iemand. En dat zo dichtbij Nederland. Het is raar maar waar.

Zo ook het verhaal dat in het GeoCenter bovenop de klif wordt verteld. Het interessante museum gaat over de geboorte van Denemarken - tectonische platen die op elkaar botsten. Voor de deur staat het skelet van een zeedinosaurus van '70 miljoen jaar' oud. Net zo oud als het krijtsteen van de kliffen, dat bestaat uit samengeperste zeedieren. Doordat de zee er alsmaar tegenaan klotst, brokkelen er constant stukjes en stukken af. Her en der verspreid liggen neergestorte bomen op het strand. Maar waar eigenlijk iedereen voor komt zijn de fossielen die tussen de scherpe keien en stukjes krijt te vinden zijn. Overal liggen ze. En iedereen raapt mee, geen pelgrim die deze kans voorbij laat gaan.

Inktvisbotjes en de Melkweg

Ze lijken op hulsvormige steentjes en deze 'donderkeilen' zijn in feite de 70 miljoen jaar oude botjes uit de staarten van octopussen, belemnieten genoemd. De botjes zouden symbool staan voor de donder en bundels bliksem, attributen uit het keukenkastje van de goden. Wie Deens spreekt kan de 'Meneer van de Slechtvalk' om uitleg vragen. Hem missen is bijna niet mogelijk. Hij struint over het strand, dag in dag uit. Altijd erbij als slechtvalken hun pijlsnelle duikvlucht langs de klif maken.  

Ook nadat de zon is ondergegaan is het niet afgelopen met het moois van Møns Klint. Het is een van de beste plaatsen in Denemarken om sterren te observeren. Hier zijn ze zo helder dat je de Melkweg met blote ogen kunt zien. Dat is de reden waarom Møns Klint zich een officieel Dark Sky Park mag noemen.

Het is een plek om te blijven hangen, als niet Nyord nog op het programma stond. We kiezen voor het kustpad en buigen dan af naar Elmelunde. Wie binnendoor wandelt, passeert het Liselund kasteel, dat omringd is door een romantisch aangelegd park. Het oude kerkje van Elmelunde is verfraaid met eigenzinnige fresco's, geschilderd door de mysterieuze 'Elmelundemesteren', de Meester van Elmelunde, die ook de fresco's aanbracht in het 13e eeuwse bakstenen kerkje van Keldby, ten oosten van Stege.

Toch gevonden..

Tussen die twee kerken in ligt de etappe naar Nyord. Het eiland werd gevormd door krijt, klei en zand dat vrijkwam bij het afbrokkelen van de klif. Vanaf de vogeltoren heb je mooi uitzicht over de uitgestrekte graasweiden, die overspoeld worden met zeewater en begraasd worden door vee en vogels. Ooit loodsten de bewoners de schepen veilig rond de gevaarlijke wateren rond Nyord. Het heeft niet mogen baten, 100 jaar geleden woonden er 360 mensen in de stad - tegenwoordig nog geen vijftig.
Alleen de weg terug naar Stege ligt nog voor ons. Wat kilometers door het boerenland, een stukje bos en dan zien we de middeleeuwse poort van Stege, ontmoeten pelgrims met een tevreden blik. Het is ook al wat. Zonder te zoeken, toch gevonden... Zeventig miljoen jaar oude inktvisbotjes. Fonkelende sterren. En nog veel meer.