icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Wandelen op de Utrechtse Heuvelrug
Gebiedsinformatie

Nationaal Park Utrechste Heuvelrug

  • 22 januari 2020
  • Door: Matthijs Meeuwsen
  • Fotografie: Ruben Drenth

De Utrechtse Heuvelrug kreeg in de laatste ijstijd een flink duwtje in de rug van Scandinavisch gletsjerijs. Tussen de opgestuwde heuvels vinden mens en dier sindsdien een oase aan rust, net ten oosten van het drukste deel van Nederland. In het nationaal park wandel je als bezoeker nog altijd door dichtbegroeid bos en langs luxueuze landgoederen.

Achtbaan van heuvels

Noord-Europese gletsjers stuwden meer dan 130.000 jaar geleden de bodem in het hart van het huidige Nederland omhoog zoals een stofzuiger een tapijt in rimpels kan duwen. Het resultaat: de Utrechtse Heuvelrug, een langgerekte stuwwal van het Gooimeer bij Huizen tot de Grebbeberg bij Rhenen. Het samenspel van wind, regen en smeltwater smeedde in de loop der tijd vervolgens een wild golvende achtbaan van heuvels, dalen en tussenliggende vlaktes. Aan het begin van de Middeleeuwen werd de bijl gezet in veel van het oorspronkelijke oerbos, waardoor heidevelden en stuifzanden een kans kregen. Dankzij intensieve herbebossing vindt men buiten de Veluwe toch nergens in Nederland zo’n groot bosgebied; in 2003 met een feestelijke strik ingepakt tot nationaal park.

Pyramide van Austerlitz

Op steenworpafstand van de Randstad heeft ook de mens uiteraard zijn stempel gedrukt op de Utrechtse Heuvelrug. Aan het eind van de 17e eeuw verruilden veel welgestelde lieden de drukte van de stad voor vorstelijke landgoederen middenin het Utrechtse bos. Maar je stuit op de wandelschoenen op veel meer sporen uit vroeger tijden. Neem de Pyramide van Austerlitz; in 1804 opgetrokken als eerbetoon aan Napoleon Bonaparte. Of de voormalige ringwalburg op de Grebbeberg bij Rhenen, waar Frederik V van de Palts hoog boven de Rijn zijn jachtfeesten vierde. De glooiingen in het landschap rond Soest duiden zelfs op grafheuvels van meer dan 2000 jaar voor onze jaartelling.

Ree en ringslang

De Utrechtse heuvelrug biedt een onderkomen voor zoogdieren zoals de das, vos en het ree. Binnen de grenzen van het nationaal park broeden bovendien meer dan 100 vogelsoorten, waaronder alle Nederlandse spechtensoorten. Hun verlaten holen zijn op hun beurt ook gewilde optrekjes voor de zeldzame boommarter en diverse soorten vleermuizen. Nu inheemse bomen als de berk, beuk en eik, tussen de ooit zo dominante dennenbomen steeds vaker een kans krijgen, profiteren ook soorten als de blauwe bosbes en klaverzuring en – richting de nattere bossen bij de Amerongse uiterwaarden – ondermeer de giftige kardinaalsmuts en zeldzame slangenlook. Houd op de heide bovendien de ogen open voor flora en fauna als de zandhagedis, ringslang, klokjesgentiaan en vleesetende zonnedauw.

Wandelen

Van kortstondige tussendoortjes tot piekfijne dagtochten; op de Utrechtse Heuvelrug kunnen wandelaars hun hart ophalen op 56 gemarkeerde wandelroutes, variërend van 2 tot 21 kilometer. Vijftien schitterende rondwandelingen staan bovendien beschreven in deze wandelgids. Ondanks de natuurlijke glooiingen zijn de veelal onverharde paden voor de meeste mensen prima te behappen. Het mulle zand van de zandverstuivingen biedt een grotere uitdaging.

Niet missen

  • Uitkijktoren De Kaap: In de Kaapse Bossen bij Doorn heb je vanaf een 25 meter hoge uitkijktoren een voortreffelijk uitzicht over de gehele Heuvelrug; van de Utrechtse Domtoren in het westen tot de Amerongse Berg in het oosten.
  • Kasteel Amerongen: Een van de vorstelijke landgoederen op de heuvelrug die voor het publiek is opengesteld. Vergaap je aan het historische interieur of struin door de weelderige kasteeltuin.   
  • Leersumseveld: Door ontbossing en overbeweiding kreeg stuifzand en heide grip op dit stille stukje heuvelrug. Ideaal voor een mooie rondwandeling of een potje vogelkijken vanuit de observatiehut bij de Leersumse Plassen.

Praktisch