icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right icon-ebike icon-hond icon-gezin icon-zwaarte icon-gps icon-trein icon-comfort
Image
Roots header
Reisverhaal
Advertorial

Winterwandelen op het Kootwijkerzand

  • 13 december 2021
  • Door: Daniël Mulder
  • Fotografie: Melchert Meijer zu Schlochtern

Image
roots logo

Het Kootwijkerzand is de grootste actieve zandverstuiving in West-Europa. In de winter is het een ruwe wildernis waar wind, kou en stuivend zand heersen, ervaart Roots-redacteur Daniël Mulder. Vanaf een twaalf meter hoge uitzichttoren kijk je helemaal naar het monumentale Radio Kootwijk, dat je onderweg ook passeert. Zelf eens deze route lopen? Bekijk de gps track onderaan dit artikel en/of maak gebruik van de speciale aanbieding op een proefabonnement van Roots.

Achter het klaphek ligt in de schemering een compleet ander landschap. Het hek vormt de grens tussen het Kootwijkerzand, een grillig en eeuwenoud gebied vol ondergestoven historie, en het moderne land met weilanden, vrijstaande huizen en asfaltweggetjes. Het klaphek slaat met een bons achter mij dicht, het geluid vliegt als een opgeschrikte vogel weg tussen de donkere dennenstammen. Het brede bospad wordt smaller en smaller. Tegelijkertijd wordt het bos steeds minder een bos. Licht en ruimte winnen terrein. Net als het zand. Want langzaam lost ook het pad op om te verdwijnen in de schijnbaar oneindige zandzee van het Kootwijkerzand.

Nu de wind ergens opgerold ligt te rusten en de winter vannacht hier en daar wat sneeuw heeft achtergelaten, oogt het 7 km2 tellende Kootwijkerzand verstild en vredig. Er is niemand te zien: geen dier, geen mens. Wel wat verse sporen van reeën. Het is nauwelijks voor te stellen dat tot rond 1900 het stuivende zand heer en meester was op de Veluwe, tegenwoordig zijn stuifzandgebieden gekoesterde restanten natuur waar bijzondere soorten leven, zoals zandoorworm en blauwvleugelsprinkhaan.

Image
Sporen in het zand
Fotograaf: Melchert Meijer zu Schlochtern

Woestijn en toendra

Dat tot 1900 het stuifzand een ruwe wildernis was, beschreef in 1841 dominee Ottho Gerhard Heldring in De Veluwe. Eene Wandeling. Over de ontberingen tijdens een tocht over het stuifzand noteerde hij: ‘Het was bijna onmogelijk tegen den ruw waaijende zuidwesten-wind, die als een halve storm ons telkens met het opstuivende zand in het aangezigt geeselde, voort te kunnen dringen. (…) men behoeft waarlijk niet naar Afrika te reizen om zich een denkbeeld van zandwoestijnen te vormen.’

Ecologen noemen zandverstuivingen, zoals die in Nederland voorkomen, ook wel Atlantische woestijnen

De vergelijking die Heldring maakt met een woestijn is niet eens overdreven; ecologen noemen zandverstuivingen, zoals die in Nederland voorkomen, ook wel Atlantische woestijnen. Dat heeft te maken met het microklimaat op een zandverstuiving. Het is er extreem droog. En op een hete zomerdag kan het er op de bodem soms 50 graden heet zijn en ’s nachts vriezen.

Struinend door het zand valt op dat grote delen van het Kootwijkerzand zijn bekleed met korstmossen, mossen en grassen zoals buntgras. Naast een woestijn oogt het door de begroeiing ook als een toendra. Nu is het ruig haarmos nog groen, maar straks in maart hangt er een rode waas over grote stukken van het Kootwijkerzand: dan bloeit het mos vurig rood.

Image
Bevroren plant
Fotograaf: Melchert Meijer zu Schlochtern
Image
Bevroren plant
Fotograaf: Melchert Meijer zu Schlochtern

Dorp onder het zand

In Nederland gaat het meestal zo: zee wordt ingepolderd en bebouwd en woeste gronden veranderen in landbouwgebied, maar in het Kootwijkerzand is de natuur uiteindelijk niet getemd door mensenhanden. Ongeveer op de plek waar De Dikke Bart op de kaart staat en waar nu heuvels liggen met op de flanken geribbelde zandstructuren met vliegdennen op de top, daar heeft ooit akkerland gelegen met graan wiegend in de wind.

In het begin van de jaren zeventig hebben archeologen in dit gebied onderzoek gedaan en zij ontdekten maar liefst vijf nederzettingen, die variërend van de tweede tot twaalfde eeuw na Christus in het gebied hebben bestaan. Een grote nederzetting lag rond de 8e tot 10e eeuw bij De Dikke Bart, wat een relict is uit de ijstijd. Rond die plek legden archeologen sporen bloot van akkers, erven, omheiningen, boerderijnen en een ven. Waarschijnlijk stonden er zo’n twintig bewoonde boerderijen.

In de loop van de tiende eeuw viel het meertje, dat diende als waterbron voor mens en dier, langzaam droog waardoor de leefomstandigheden flink verslechterden. De bewoners vertrokken uiteindelijk en vermoedelijk is zo buurtschap Kootwijk ontstaan. Maar nog altijd liggen sporen van het dorp verborgen onder het zand waar nu wandelaars hun weg zoeken.

Sfinx in het zand

Na De Dikke Bart sluipt de route weg van het mulle zand. Lopen gaat nu lichter. Via het Kootwijkerbovenbos en de Brummelkamer kruipt het pad richting Radio Kootwijk. Na enkele kilometers wijken de bomen voor een enorme open vlakte van 4,5 km2 groot, een lappendeken van zand, heide en grassen waarboven wit winterlicht uit de hemel klatert.

Aan het einde van een kaarsrechte strook asfalt ligt het imposante Radio Kootwijk als een sfinx van gewapend beton in de zinderende leegte. Ik dwaal om het gebouw, de ramen glimmen in het bleke licht. Het zendstation is gebouwd rond 1920 om radiotelegrafisch contact te onderhouden met toenmalig Nederlands-Indië. Voor de aanleg zijn eerst 150 werkloze arbeiders uit Amsterdam opgetrommeld om de zandverstuiving te egaliseren. Maar liefst 385.000 m3 zand hebben ze afgevoerd met paard en wagen. Het gebouw in art-decostijl, ook wel de kathedraal genoemd, is juist hier gebouwd omdat het gebied storingsvrij was doordat er nauwelijks mensen woonden. Door de opkomst van bijvoorbeeld satellietverbindingen werd Radio Kootwijk in de loop der jaren steeds minder belangrijk en in 1998 ging het uit de lucht. Tegenwoordig is het gebouw in beheer bij Staatsbosbeheer.

Image
Radio Kootwijk
Fotograaf: Melchert Meijer zu Schlochtern

Vliegden of grove den?

De sfinx wordt kleiner en kleiner, maar de 48 meter hoge toren blijft bij iedere blik achterom zichtbaar. Het pad onder de schoenen wordt langzaam weer losser en muller. Rechts van mij ligt een hoog fort, een enorme stuifheuvel met daarop enkele vliegdennen. Een vliegden is eigenlijk een grove den, maar op een zandverstuiving worden ze vliegdennen genoemd. De reden is dat de zaden uit de kegels door de wind getransporteerd worden en sommige ontkiemen in het zand. Het uitzicht op de heuvel is fraai, maar nog indrukwekkender is het uitzicht op de 12 meter hoge en 17.000 kilo wegende uitkijktoren die aan de westkant tegen het bos staat. Bovenop staat een ijskoude bries uit het oosten. Over het zand, over de toendra en over de toppen van de vliegdennen reist mijn blik naar de sfinx. Inderdaad, net Afrika.

Image
Den plant
Fotograaf: Melchert Meijer zu Schlochtern
Info

Strijd op het zand

Het actieve stuifzand in het Kootwijkerzand is de afgelopen vijf jaar sterk verminderd. Van de 4,1 km2 stuifzand is nog maar 0,18 km2 echt kaal zand. Grote delen van het stuifzand zijn snel dichtgegroeid. Een belangrijke oorzaak is de neerslag van stikstof, waardoor algen en buntgras het zand snel vastleggen.

Roots

Kies voor een proefabonnement

Nog een Roots-wandeling maken? In elke editie van Roots vind je twee mooie wandelingen mét plattegrond en de gratis gps track. Kies nu voor een proefabonnement van 3x Roots voor € 15 en geniet samen met Roots van bijzondere wandelingen, adembenemende natuurreportages én meer! Het abonnement stopt vanzelf.

Kies voor een proefabonnement:

Image
Kootwijkerzand wandelen
Image
roots logo