icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right icon-ebike icon-hond icon-gezin icon-zwaarte icon-gps icon-trein icon-comfort
Image
Anatomie van een bergwandelschoen
Uitrusting

De anatomie van een (berg)wandelschoen

  • 02 november 2015
  • Door: Gijs Loning
  • Fotografie: Allart Blaauboer

‘Wie de schoen past, trekke hem aan’, luidt het spreekwoord. Toch is het ook handig iets over de constructie en anatomie van een wandelschoen te weten voor je tot aanschaf overgaat. Lees dit en stap vol zelfvertrouwen de winkel in!

Bekijk de video

#1 Buitenmateriaal wandelschoenen

In veel gevallen leer, soms geheel kunststof en steeds vaker een combi. Voor lederen bergschoenen wordt uitsluitend rundleer ­gebruikt.

#2 Hydrofoob

Lederen bergschoenen kunnen aan de buitenzijde voorzien zijn van een waterafstotend laagje. Ook kan het leer zelf waterafstotend (hydrofoob) gemaakt zijn.

#3 Waterdichte laag wandelschoenen

De waterdichte laag voorkomt natte voeten, maar hij ‘ademt’ waardoor zweet wel naar buiten kan. Vroeger ‘zweefde’ deze laag tussen de voering en het leer waardoor er water tussen de waterdichte laag en het leer kon komen. Het gevolg zijn natte, zware wandelschoenen en koudere voeten. Tegenwoordig is deze constructie een zeldzaamheid. Gore-Tex is het meest gebruikte materiaal. Andere namen zijn Outdry, Event en heel veel eigen merk Gore-Tex klonen.

#4 Voering wandelschoenen

Bij waterdichte wandelschoenen is dit vaak de ­voeringkant van het waterdichte membraan, bij niet waterdichte schoenen een zacht kunststof of – zeldzaam – mooi leer.

#5 Tussenzool wandelschoenen

Soms te zien, meestal niet. Laag die is gemaakt van PU of EVA of een combinatie. Het helpt om schokken bij het lopen te temperen en de knieën te ontlasten. In de hak hebben de meeste schoenen nog een extra vorm van demping ingebouwd.

Image
Anatomie van een bergwandelschoen

#6 Luchtkamers

Ook luchtkamers in de hak helpen bij het ­opvangen van schokken.

#7 Leest

Bepaalt de pasvorm van een schoen: smal, breed, hoog, laag, etc. Elk merk heeft zo zijn eigen kenmerken en daarom past niet ­iedereen elk merk schoenen.

#8 Binnenzool wandelschoenen

Zorgt voor flexibiliteit en stevigheid. Pak een schoen bij de neus en de hiel vast en probeer ­beide tegen elkaar in te draaien. Een torsiestijve binnenzool zal nauwelijks draaien. Bij veel schoenen is de binnenzool een kunststof plaat.

#9 De cambreur

In plaats van een kunststof plaat. Vormt als het ware een brug tussen de hak en de voorvoet.

#10 Profielblokken

Zorgen voor grip en een goede afvoer van water.

#11 Aanlanding

Bij het lopen zet je eerst de hak van de wandelschoen neer: de aanlanding. Voor een comfortabele aanlanding is het van belang dat de hak iets afgerond is.

#12 Afwikkeling wandelschoenen

Na de aanlanding rolt je voet verder over de bal van de voet en daarna wikkel je af via je tenen. Bij zware wandelschoenen is de zool niet flexibel. Door de zool banaanvormig te maken, rolt hij toch goed onder je voet door.

#13 Het contrefort

Een soort kuip om de hiel die voor een deel de stevigheid van een schoen bepaalt en de hiel fixeert, zodat deze niet gaat schuiven.

#14 Voetbed/inlegzool

Een (uitneembaar) voetbed zit in de wandelschoen en zorgt voor een deel voor het loopcomfort. Het is vaak vochtregulerend. De meeste voetbedden hebben ­tegenwoordig een ergonomische vormgeving. Een ander voetbed kan een hoop schelen en daarom zijn er vele producenten die als accessoires voetbedden leveren. Bekende namen: Superfeet, Sole.

#15 Demper

Tussen het voetbed en de zool wordt vaak nog een extra dempertje van foam geplaatst.

#16 Polstering

Zacht (foam)materiaal dat drukpunten moet ­voorkomen.

#17 Zool wandelschoenen

De zool moet slijtvast zijn en veel grip bieden. De grootste zolenproducent ter wereld is Vibram. Veel schoenfabrikanten laten bij Vibram hun ­eigen merk zolen maken. Een verzoolbare wandelschoen is handig, maar bij sommige productietechnieken kan een zool niet vervangen worden.

#18 Doorwaadhoogte

De minimale hoogte van de waterdichte laag, meestal achter bij de hiel en soms bij de tong. Als je naar Scandinavische landen gaat is dit zeker van belang, omdat je nogal eens door moeras zal lopen.

#19 Tong

Zorgt dat je gemakkelijk in de schoen kunt stappen en de veters niet op de voet gaan knellen. In het midden van de tong zit vaak een haakje dat ervoor zorgt dat de tong mooi in het midden blijft zitten.

#20 Watertong

Het uitklapbare deel onder de tong. Zorgt ervoor dat de wandelschoen bij de tong waterdicht is.

#21 Veterogen

Veelal gemaakt van staal, soms van nylon of leer. De eerste zijn het degelijkst. Sommige ogen hebben kogellagers waardoor aansnoeren erg soepel gaat.

#22 Fixatie of blokkeeroog

Het oog ter hoogte van de enkels. Met dit oog kun je de veters op de wreef op een andere spanning brengen dan de veters op de schacht. Er zijn vele varianten van dit oog, maar de meeste werken prima.

#23 Stootrand

Rand rondom de wandelschoen van rubber of kunststof die het leer beschermt tegen rotsen e.d.

#24 Stoot- of kruipneus

Beschermstuk op de neus.

#25 Rem wandelschoenen

Veel wandelschoenen hebben bij de hak een profiel dat bij het afdalen werkt als een rem.