icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Alpen, foto van de bergen, van Bavaria naar Zuid-Tirol
Blog

Alpenoversteek van Bavaria naar Zuid-Tirol

  • 04 september 2015
  • Door: Claar Talsma
  • Fotografie: Claar Talsma en Chris Rinckes

Een oversteek over de Alpen ligt misschien niet meteen voor de hand als fietsvakantie met kinderen. Toch is het plan om samen met zoon Fosse van net negen jaar oud de nieuwe lange afstandfietsroute van München via Innsbruck naar Venetië te gaan volgen. Van eerdere vakanties kennen we de voordelen van fietsen in de Alpen: prachtige fietspaden, de fiets kan overal mee in de trein en het weer is vaak goed!

Image
LR-Fietsen-langs-Isar

Goed voorbereid

Het is niet de eerste fietsvakantie met zoon Fosse, maar wel één van de eerste op zijn eigen fiets. We zijn goed voorbereid. Op oefenweekendjes testten we onszelf en ons materiaal uit en als verjaardagcadeau kreeg Fosse een nieuwe fiets met veel versnellingen. Bij dat oefenen blijkt dat de benen het probleem niet zijn, maar dat het hoofd wat meer moeite kost. Fosse heeft moeite om er de hele tijd met zijn hoofd bij te blijven en op het verkeer te blijven letten. Vol frisse moed nemen we de nachttrein naar München en beginnen aan ons avontuur richting het zuiden. We weten nu al dat we Venetië niet zullen halen. Ons doel is Italië, land van ijsjes en pizza, onder het motto we zien wel waar het schip strandt.

Woest stromend

's Ochtends vroeg komen we aan op het station in München. De stad ontwaakt. We rijden door de Altstad en na een ontbijt op een plein fietsen we al snel langs de Isar. De Isar is hier een woest stromende rivier met witte kiezelbanken. We gaan tegen de stroom in, zowel van de rivier als van de fietsers. Naast ons raast een stroom van fietsers op weg naar het werk. Het pad verandert al snel van soepel asfalt in een bospaadje met wortels, omgevallen bomen en modder. We wanen ons in de jungle. De stad is meteen ver weg. 'Sneller fietsen Mam', roept Fosse achter me. 'Anders worden we geraakt door een raket!' We zijn niet alleen in deze jungle, de ruimteschepen reizen met ons mee en buitenaardse wezens springen van mijn achtertas naar Fosse en terug. Dan komen we bij de eerste pijltjes uit het routeboekje en moeten we alle aandacht bij het fietsen houden. Het is geen lange helling, maar wel een onverhard pad dat steil omhoog gaat naar Burg Grünwald. 'Mijn benen zijn lam, Mam!' 'Ik ga lopen', roept Fosse al snel. Ik ben blij dat er vooral lucht in zijn fietstassen zit. Over makkelijke bospaadjes gaat het verder langs de Isar. 'Een enorm vlot, Mam!' Er komt inderdaad een vlot aanvaren vol met zingende en bier drinkende mensen. Als vervolg op het ambacht van vlotvaren waar Wolfratshausen bekent om schijn te staan, hebben ze de bierfietsen vervangen door biervlotten. Bij het dorp worden ze aan de oever in elkaar gezet. Lange boomstammen liggen naast elkaar, na hun vaart naar München worden ze met vrachtwagens weer teruggebracht. In het dorp zoeken we een camping op en belonen onszelf met ijsje. 'Mam, mag ik twee bolletjes omdat ik vandaag een record heb verbroken?' 'Mijn maximumsnelheid staat op 31,9km/uur!'

Image
lr-route-munchen-venetie

Dromen van een ijsje

Na een ontbijt met verse "semmel" onder een stralend blauwe hemel fietsen we verder over kleine paadjes door de bossen. De Isar is prettig reisgezelschap en ruist steeds naast ons. Na Lengries volgen weer een serie pijltjes over een onverhard pad. Het eerste stuk loopt Fosse, maar na een duwtje en een aanmoediging draait hij in zijn grootste versnelling omhoog. Hoog boven de Isar eten we broodjes. Een meisje komt naast ons zitten. Ze ploft haar rugzak neer en blaast even uit. Ze is op weg naar Venetië. Wow! Wij dromen van een Italiaans ijsje. Zullen we het halen? Uit het bos hebben we bovenop opeens uitzicht op hogere bergen, een blauwe gekartelde rand in de verte. Via een laatste hobbel sjezen we weer naar de Isar. Het heldere water en de witte stranden lokken. De fietsen gaan aan de kant en we poedelen. 'Niet eens zo heel koud, Mam!'

Image
Lr-ijsboer

Soepel over slingerend pad

Dan het laatste stukje naar Bad Tölz, een pittoresk dorpje aan de rivier. In de hoofdstraat zoeken we een ijsboer. Bij Gran Gelato verkopen ze mega coupes die hoog boven je uit torenen en meer dan 40 euro kosten. Ze hebben pizza ijs, spaghetti ijs en zelfs biefstuk ijs. 'Twee bolletjes Mam, we hebben het record pijltjes verbroken!' 'Chocola en vanille!' De laatste kilometers naar de camping in Arzbach gaan soepel over een slingerend pad door het rivierdal. In het alpenbad naast de camping, dat al sinds 1938 met rivierwater wordt gevuld, verkoelen we de rest van de middag.

Drie vette pijltjes

Langs de Isar gaat het verder. De bergen komen dichterbij en verkleuren langzaam van blauw naar groen. Na alle bospaadjes komen we nu op een fietspad langs de weg. Fosse maakt dat niks uit. Auto’s spotten vindt hij net zo leuk als de eekhoorns, roofvogels en vlinders die we in het bos zagen. 'Hé Mam, die vlinder kan 15 km/uur, zegt hij wijzend op z’n computer.' 'Die motoren en sportauto’s kunnen veel harder!' Via een tunnel bereiken we de Sylvensteinsee. Hier moeten we een kiezen. Of we volgen de route en gaan rechtsaf, 2,5km over een drukke weg en daarna verder over ongetwijfeld mooie, maar zware bospaden met vijf vette pijltjes. Of we gaan linksaf en fietsen 5km over de drukke weg (zonder pijltjes). We kiezen voor linksaf. Fosse fietst keurig rechts en af en toe stoppen we even om te pauzeren. Dan pikken we de route weer op. Na een laatste duik in de rivier rijden we Oostenrijk in. We zijn trots, maar we zijn er nog niet, de weg gaat verder omhoog. De volgende drie vette pijltjes gaan we over een onverhard en gemeen steil bospad. Vet is altijd onverhard en echt heel steil weten we inmiddels. 'Niet te fietsen hoor, Mam!' Zelfs lopen met de fiets met bagage vindt hij zwaar. En dus gaan we in etappes op en neer. Eerst de ene fiets, dan de andere, met pauzes om aan de bidon te lurken tussendoor. Even later zijn we dan toch echt boven en hobbelen we vrolijk naar beneden. Via een reeks dorpen komen we bij de Achensee. Het hoogste punt! We kamperen op het strand aan het meer. Eén groot strandgevoel midden in de bergen, met bijbehorende drukte, vertier en ijs natuurlijk.

Image
lr-Steile-helling

M'n handen kunnen niet meer!

Langs het meer (het lijkt wel een fjord) is het makkelijk fietsen. Een stoomtrein komt toeterend voorbij. Fosse zet aan om te kijken of hij net zo hard kan. Hijgend en kuchend van de stoom geeft hij het al snel op. De afdaling naar het dal van de Inn is super steil. We laten de route over grindpaden voor wat die is en kiezen voor de gewone weg, die met 18% de diepte in duikt. Fosse rijdt braaf achter me en remt pompend om niet te hard te gaan. 'Even rusten, Mam, m'n handen kunnen niet meer!' Vanaf Jenbach fietsen we verder door het Inntal. Het dal is druk, de dorpen volgen elkaar op en de rivier is breed, over kleine weggetjes en fietspaden rijden we erdoor.

Grote grijnzen

Vanaf Innsbruck beklimmen we de Brenner met de trein. Na een halfuurtje stappen we bovenop de pas uit. 'We zijn Italië, Fosse!' De route gaat verder over een oud spoortracé naar beneden. Het bekende dal is smal, met hoge bergen om ons heen. De snelweg is hierin een wereldvreemd fenomeen. Soms hoog boven ons op grote pijlers, dan weer vlak naast ons zien we speelgoed auto’s rijden. Met grote grijnzen dalen we steeds verder, over de rustig dalende fietspaden. Tot opeens Fosse een hellinkje te snel neemt. Onderaan staat een paaltje, ik zie hem zwabberen en over het asfalt schuiven. De fiets kwakt tegen het paaltje. Ellebogen en knieën zijn helemaal geschaafd. Een mede fietser stopt om te helpen en biedt aan de "rettung" te bellen. Het lijkt overdreven, maar wat moeten we dan? Niet veel later zitten we verbaast om ons heen te kijken in de ambulance, die ons naar het ziekenhuis in het volgende stadje brengt. 'Jullie hebben geluk gehad', zegt de verpleegster terwijl ze de wonden schoonmaakt. Maar zo voelt het niet.

Te zwaar?

We zitten op een terrasje in Vipiteno. Na de logistieke bende malen er nu allemaal dingen door mijn hoofd. Is de tocht te zwaar? Hadden we meer moeten rusten? Had ik moeten zeggen dat hij langzamer moest gaan? Was het vette pech of hebben we inderdaad geluk gehad? Na een paar rustdagen pakken we het fietsen langzaam weer op. De deuk in het zelfvertrouwen blijkt minder snel te genezen dan de wonden. Na een stukje treinen vinden we in het Pustertal een perfecte omgeving om weer voorzichtig op de fiets te stappen. Eerst van de camping naar de ijsboer. 'Mam, twee bolletjes hè, een nieuw record: Vijf verbanden!' En dan een langere tocht naar Brunnico. Langzaam groeit het vertrouwen weer. 'We komen terug om de rest nog eens te fietsen, Mam, en dan gaan we gewoon naar Venetië, hoor!'

Image
LR-Bergen-komen-in-zicht

Informatie

De route

De lange afstandsfietsroute van München naar Venetië (560km) is nieuw, maar verloopt via verschillende bestaande fietsroutes. Het eerste deel (München – Jenbach) maakten we gebruik van de Via Bavarica Tyrolensis (routeboekje Bikeline). Daarna fietsen we van Jenbach tot Innsbruck over de Innradweg. Vanaf Innsbruck namen we de trein naar de Brennerpas en vanaf daar fietsten we over de Eisacktalradweg (Radkarte Südtirol Dolomieten van Bikeline) naar Vipiteno. Het oorspronkelijke plan was om via de Drauradweg en La Lunga Via delle Dolomiti (een 66 Kilometer lange fietsroute over een oude spoorbaan) van Toblach naar Calalzo di Cadore te rijden.

De route tot Brunnico loopt grotendeels over kleine weggetjes en fietspaden. De echt steile stukken zijn nooit lang, maar wel pittig omdat ze altijd onverhard zijn. Dat maakt het wel mogelijk om te lopen. Er zijn twee lastige stukken met kinderen, bij de Sylvensteinsee (5 km en vlak) en de afdaling van de Achensee naar Jenbach. De laatste kun je ook met de stoomtrein doen. De afdaling van de Brenner is niet moeilijk of gevaarlijk, wel lang. De plek waar Fosse viel had ook zomaar in de duinen kunnen liggen...

Ernaartoe

München is met fiets en trein makkelijk te bereiken met de City Nightline. Vanaf Brunnico ben je met één overstap weer in München, wel fietsplaatsen reserveren!

Dagetappes

München - Wolfratshausen: ca. 43km
Wolfratshausen - Arzbach: ca. 40km
Arzbach - Achenkirch: ca. 41km
Achenkirch – Volders: ca. 44km
Volders – Innsbruck – Brenner – Vipiteno: ca. 42km