Wandelroute GR20 op Corsica

De GR20 is hot. Jaarlijks lokt de befaamdste Franse Grande Randonnée zo’n 10.000 wandelaars naar Corsica. De volledige GR20 heeft een lengte van bijna 200 kilometer. Vooral de spectaculaire GR 20 Nord geldt als bijzonder zwaar. Bekijk de video en lees ons sfeerverhaal over de beroemde GR20 op Corsica.

lijn-1px

Georganiseerde wandelreis GR20 Noord Corsica van SNP

Heb je na het lezen van onderstaand verhaal zin gekregen om de GR20 Noord op Corsica te lopen, maar lukt het door drukte niet om alles zelf te regelen? Dan kan Op Pad deze georganiseerde wandelreis van SNP Natuurreizen over de GR20 Noord op Corsica van harte aanbevelen. Op de website van SNP vind je alle informatie over deze reizen, zoals beschikbare vertrekdata en prijzen. Kijk op snp.nllijn-1px

Bekijk de video van SNP over de GR20 op Corsica

14 juli 1889. Op die heuglijke dag rolt de eerste stoomtrein door Vizzavona. Met de komst van de trein ontdekt ook de beau monde het gehucht in de bergen, dat tijdens de belle époque uitgroeit tot het beroemdste luchtkuuroord van Corsica. Luxehotels en villa’s schieten als paddenstoelen uit de grond, zelfs de gouverneur laat aan de rand van het bos een optrekje bouwen.

GR20 Corsica

Na de Tweede Wereldoorlog begint het verval. De meeste hotels zijn inmiddels verdwenen, maar de avontuurlijke spoorweg door de bergen bestaat nog steeds. Vandaag brengt u Trinighellu (letterlijk: ‘de trillende’) echter geen deftige kuurgasten, maar robuuste wandelaars naar Vizzavona. En als het spoor niet door een kudde nukkige koeien of een steenlawine geblokkeerd is, komt de trein soms zelfs op tijd.

Het succes van de Gr20

‘Let op, jongens, want als het zo hard waait, kan het in de bergen behoorlijk spoken!’ had de herbergierster in Canaglia ons gewaarschuwd. Beneden in het dal schijnt de zon, maar hoog boven onze hoofden jagen de wolken in schrikbarend tempo voorbij. Zwijgend sjokken Simon, Rob en ik door de vallei van de Manganello, die klaterend haar weg zoekt tussen gladgepolijste granietblokken. Het nostalgische Hôtel Monte d’Oro met de met klimop begroeide muren, antieke meubels en rommelige receptie ligt uren achter ons. Over de warme stenen flitsen hagedissen voorbij. In diepe poelen, die de rivier heeft uitgesleten, glinstert de herfstzon.  Een bijzonder mooie poel vinden we bij de Pont de Tolla. We hebben maar net de rugzak afgezet, wanneer aan de voet van een machtige den een gestalte neersmakt. ‘Jezus!’ schrikt Rob zich een aap.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

‘No, Ron! Ron Verlander!’ grijnst de Engelsman en verontschuldigt zich. In het vooruitzicht van een verfrissend bad in de rivier had hij een boomwortel gemist. ‘Komen er nog meer?’ vraagt Rob en kijkt instinctief omhoog. Weldra staat ruim een half dozijn Engelsen in onderbroek elkaar boven op de brug te jennen: ‘You’re not gonna jump, you p…!’
Een paar tellen later ligt het hele gezelschap in het ijskoude water te spartelen als de duivel in een wijwatervat.

Een half dozijn Engelsen in onderbroek…

Wanneer we uit het bos komen, gaat de zon al onder. Boven de bergen kleurt de hemel vuurrood, dan indigo. De duisternis valt snel, het laatste eind moeten we met de hoofdlamp op over de rotsen omhoog. Het is pikdonker wanneer we in Petra Piana onze opwachting maken, waar ons een stevige uitbrander van de waard wacht, omdat we na zonsondergang pas binnenkomen. Als het onweer is overgewaaid, vindt de waard toch nog een slaapplaats voor ons… in het berghok, tussen verfpotten, gereedschap en matrassen. ‘s Nachts wakkert de wind aan tot een fikse storm. Doch alle pogingen van de boze wolf om het huisje van de drie biggetjes van de berg af te blazen, mislukken jammerlijk.

Het ontbijt komt in een kartonnen doos. In de karige eetzaal heerst een gedrom van jewelste. Ook het sanitair van de oudste hut van de GR 20 is duidelijk niet op een dergelijke toeloop ingesteld. Het gebrek aan capaciteiten blijkt overigens symptomatisch voor alle hutten van de GR 20, die het slachtoffer van zijn eigen succes dreigt te worden. ‘De bouw van een nieuwe hut in Petra Piana is al jaren gepland’, zucht de waard. Maar in Corsica malen de administratieve molens bijzonder langzaam.

Klauteren op de GR20

De etappe van Petra Piana naar Manganu over de Brèche de Capitello geldt als een van de mooiste. Maar dat is buiten de weergoden gerekend. Naarmate de wind afneemt, wordt het wolkendek dichter. Ter hoogte van de Bocca a Soglia vallen de eerste druppels. Van de prachtige bergmeren in de diepte is niks te zien, maar dat is het kleinere probleem. Het voor ons liggende traject baart ons meer zorgen: ruwe puinhellingen wisselen af met klauterpartijen over steile granietplaten, die door de regen al snel spekglad en levensgevaarlijk worden. Vlakbij loeren bodemloze afgronden. Uitglijden is absoluut verboden!

Bij de Brèche de Capitello is het moeilijkste deel achter de rug. Twee uur later stoten we opgelucht de deur van de PNRC-hut van Manganu open. Ook deze barst uit haar voegen. Wie geen plaats vond in de slaapzaal met drievoudige stapelbedden, krijgt een tent en een slaapmat in de hand gedrukt. ‘s Nachts geven de vele snurkers een symfonie van jewelste ten beste, begeleid door de roffels van de regen op het dak.

Behalve in rotsachtig terrein is er meestal ook een duidelijk pad.

De ‘Matterhorn’ van Corsica

Ter hoogte van de Bocca d’Acqua Ciarnente bereiken we de bergweiden van de Tavignano-vallei. Eeuwenlang brachten de herders het vee in de lente vanaf de kust of de nabije bergdorpen naar de uitgestrekte weiden. De zomer brachten de mannen door in bergeries. Van deze primitieve herdershutten is het gros intussen al lang vervallen. Een van de weinige intacte exemplaren is de Bergerie de Vaccaghia, waar wandelaars volgens mijn gidsje ook terecht kunnen voor proviand of een drankje. Maar dat is buiten de waard gerekend. En die slaapt… Wanneer ik aanklop, barst al snel de hel los. Eerst waait een reeks vloeken naar buiten, dan verschijnt een grimmige Corsicaan met een woeste baard: ‘Wat moet je?’
‘Wel, wij hadden wel trek in een kopje koffie…’
‘Het café is dicht!’ snauwt de baard, waarop de deur in het slot valt.

Hogerop ontspringt de Tavignano uit het Lac de Nino. Vanaf het geheimzinnige bergmeer, omringd door sappige weiden met grazende koeien en paarden, klimmen we over een prachtige sentier de transhumance, een eeuwenoud herderspad, aangelegd met grote steenblokken, naar de Bocca â Reta. Talloze kromgegroeide beuken getuigen van de verwoestende kracht van de wind, die de brede kam voortdurend geselt. In de verte verrijzen de silhouetten van de Paglia Orba, de ‘Matterhorn van Corsica’, en de Capu Tafunatu. Simon: ‘Wat een vreemde berg, er zit zelfs een enorm gat in de top!’

Uitzicht vanaf de Bocca Minuta op de toppen van de Paglia Orba (links) en Capu Tafunatu (rechts).

Asterix op Corsica

De volgende etappe is nog maar een uur oud, wanneer boven het bos de Bergerie de Radule opdoemt. Een handvol stenen hutten, verscholen tussen de rotsen, waar nog iedere dag geiten worden gemolken en een fameuze kaas wordt gemaakt. We zitten net aan de koffie, wanneer hoefgetrappel weerklinkt. Hogerop passeert Jean-Paul Géronimi, de waard van de Refuge de Ciottulu di i Mori. Hij is met een stel zwaarbeladen ezels op weg naar de hut. Een mooi plaatje vindt het stel naast ons. Camera’s klikken. En dat vindt Monsieur Géronimi niet kunnen. Eens te meer daalt een regen van vloeken en verwensingen over de Corsicaanse bergen neer. Hemeltje, dit lijkt meer en meer op een live-versie van ‘Asterix op Corsica’. Zelfs Idefix doet zijn duit in het zakje. Vanuit een ooghoek bemerkt Rob nog net hoe het hondje van de herder een fikse straal tegen zijn rugzak mikt.

We klimmen gestaag verder door het dal van de Golo. Langs het pad staan imposante Corsicaanse grove dennen, waarvan de kaarsrechte stammen ten tijde van de grote zeilschepen als mast dienden. Als een zilverachtig lint klatert de Golo tussen glad gepolijste granietrotsen en verbindt talloze poelen, die uitnodigen tot een verkwikkende duik. We vergeten de tijd… Wanneer we aan de lange afdaling van de Bocca di Foggiale naar de Bergerie de Ballone beginnen, tovert de avondzon al lang een gouden gloed op de omliggende graniettoppen.

Uitzicht op het Lac de Rinoso vanaf de Bocca Muzzella.

 Koningsetappe GR20 Corsica

‘Verdoeme, begint dat ier al were?’ sakkert een Belg. Dag vijf is nog jong, maar de toon is meteen gezet: vandaag wacht immers de doorsteek van de hoofdkam van de Corsicaanse bergen via de befaamde Cirque de la Solitude, voor velen de ‘koningsetappe’ van de GR 20. Terwijl ik geradbraakt uit mijn tent kruip, zijn de meeste wandelaars alweer begonnen aan hun dagelijkse portie ‘klauterwandelen’.

Een lange klim onder de blakende zon brengt ons naar de Bocca Minuta (2.218 m). Daar begint het serieuze werk pas echt. Vanaf de pas herkennen we tientallen wandelaars, die als kleurrijke miertjes door de ‘ketel van de eenzaamheid’ trekken, waarvan de naakte, steile rotswanden meteen ontzag inboezemen. Vanaf de Bocca Minuta moet bijna driehonderd meter omlaag geklauterd worden, aan de overkant gaat het al net zoveel weer omhoog naar de Bocca Tumasginesca. Grote stukken van de route zijn met stalen kettingen gezekerd, elders is geen beveiliging. De boodschap is duidelijk: wie niet van klauteren houdt, heeft hier niets te zoeken.

Afdaling vanaf de Bocca Reta door het bos op de Serra San Tomaghiu.

Het dak van Corsica

De namiddag loopt al op zijn einde, wanneer we uit de rotsketel klimmen. Nevelslierten dompelen de cirque in een geheimzinnige sfeer. De stilte is onheilspellend én fascinerend tegelijk. Het late tijdstip biedt diverse voordelen: aan de kettingen zijn er geen files meer en ook het gevaar van steenslag, dat wandelaars in de ketel als een zwaard van Damocles over het hoofd hangt, is tot een minimum herleid. Als klap op de vuurpijl staan we tijdens de afdaling naar Haut-Asco plots oog in oog met een stel moeflons. Nog niet zo lang geleden was a muvra, het symbool van de Corsicaanse bergen, zo goed als uitgestorven, tegenwoordig telt het eiland alweer een duizendtal moeflons. De grootste kolonie leeft in de buurt van de Monte Cinto, een tweede in het Bavella-massief in Zuid-Corsica.

De klauterpartijen zijn intussen routine. Ook vanuit Haut-Asco gaat het daags erna meteen fors omhoog. De Bocca di Stagnu (2.010 m), de laatste pas, beloont ons met een schitterend uitzicht op de Monte Cinto, het ‘dak van Corsica’. In het noorden herkennen we de azuurblauwe baai van Calvi, waar een veerboot net aan de oversteek naar het vasteland begonnen is.

Door de spectaculaire Spasimata-kloof dalen we af naar de Refuge de Carozzu. Nog even nagenieten bij een fris biertje op het terras van de hut, dan schouderen we een laatste keer de rugzak. Terwijl de geuren van dennenhout, lavendel en thijm de kustvlakte aankondigen, zijn mijn gedachten al bij de terugreis van Calvi naar Ajaccio. Wanneer de trein geen vertraging oploopt, halen we misschien zelfs onze vlucht in Ajaccio. En dus hopen we vurig dat ook nu geen koeien opduiken. En ook geen plassende honden, steenlawines of uit de bomen donderende Engelsen…

Kromgegroeide beuk op de door de wind gegeselde Bocca San Pedru.

Zelf de GR20 Noord op Corsica lopen?

Liever georganiseerd?

Gerelateerd

Delen

Waardering
52489
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

2 reacties op “Wandelroute GR20 op Corsica

  1. Beste lezer,

    Ik ben op zoek naar de wandelgids GR 20, bij voorkeur in het Nederlands. Kunt U aangeven of deze bestaat en waar ik deze kan kopen. Op mijn zoektocht kwam ik op deze site en zou graag op pad uitgave 2 van dit jaar willen kopen, is dit nog mogelijk? Ik hoor het graag. Met vriendelijke groet,

    Marianne Kentie

    1. Hoi Marianne, we zagen je oproep van november 2014. Ben jij al geslaagd in het bemachtigen van de (NL) GR20 Wandelgids? En heb je /m ook al gelopen? Zo ja, dan willen wij hem eventueel wel overnemen.

      Bedankt,

      René

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *