icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Santiago-de-Compostela-1
Reisverhaal

Fietsen naar Santiago de Compostella

  • 05 oktober 2016
  • Door: Marjolein van Rotterdam

Op Pad reporter Marjolein van Rotterdam stapte op de pelgrimsfiets. Via de populaire Camino Frances trapte ze de pedalen rond naar Santiago de Compostella. Onderweg maakt ze kennis met veel mede-pelgrims, zowel voetgangers als fietsers.

Image
Santiago-de-Compostela-3

Al op de eerste dag krijg ik een pelgrimsles. In het dorpje Hospital de Órbigo, bekend om zijn middeleeuwse brug met negentien bogen, ontmoet ik Roland en Rocinante. Roland is een pelgrim, Rocinante een ezel. Roland is al sinds 2013 onderweg. Elk jaar loopt hij de camino, elk jaar met een andere ezel. Rocinante heeft een prachtige kleur, en die beweeglijke oren en zachte lippen! ‘Warm hè, en ook wel een tikje saai hier hè, op die N-120?’, klets ik terwijl ik Rocinante lekker achter de oren kriebel. De eerste etappe vind ik maar weinig te bieden hebben – afgezien van de startplaats Leon, een prachtstad. Ik noteer wat leuke dieren, zoals de hop en een sloot vol kwakende kikkers, maar dan heb je het ook wel gehad. De route loopt vrijwel geheel langs (voor de wandelaars) of op (voor de fietsers) die drukke provinciale weg. Roland kijkt me verbaasd aan. ‘Saai?’ Hij staart naar de lucht. Ik knuffel Rocinante nog maar eens. Dan zegt hij: ‘Het gaat mij niet om de omgeving, ik mediteer.’

Camino Frances

De route naar Santiago die we volgen - R&R lopend en ik op de fiets - is de populairste route van allemaal: de Camino Frances. De route die uit Frankrijk komt, en waar uiteindelijk alle andere routes op uitkomen. Het is de bekendste pelgrimsroute naar Santiago, met het drukke slotstuk van honderd kilometer waar pelgrims beginnen die niet zo ver kunnen lopen. Honderd kilometer is namelijk precies genoeg om je zonden vergeven te laten worden. Ik fiets er iets meer: 349 kilometer in zes dagen. Een snelweg naar vergeving. Fietsen is tenslotte makkelijker dan wandelen.

‘Wij zitten hier speciaal om naar de pelgrims te kijken’, zegt een vrouw met pretoogjes.

Hetzelfde doel

Bon Camino! Bon Camino! Ik denk dat ik het wel duizend keer per dag roep. Met blij gemoed, want het heeft wel iets, dat onderweg zijn met pelgrims. Allemaal hebben we hetzelfde doel. Allemaal genieten we van dezelfde oer-Spaanse landschappen, dezelfde albergo’s, puffen we op dezelfde hellingen en luisteren we naar dezelfde enthousiaste Spanjaarden onderweg – ze steken je altijd weer een hart onder de riem. Het luidst klinkt het Bon camino! vanuit een bushokje met vijf oudjes. Het zijn camino-bermtoeristen. ‘Wij zitten hier speciaal om naar de pelgrims te kijken’, zegt een vrouw met pretoogjes. ‘Wat wil je? We kennen elkaar al ons hele leven. Dus we lopen uit dat kleine dorpje daar verderop altijd even naar hier.’

Image
Santiago-de-Compostela-7

De volgende dagen wordt de route mooier. Ik besluit waar mogelijk (en dat is bijna overal) te kiezen voor de wandelroute, die minder saai is dan de asfaltweg voor fietsers. Dat vereist enig laveren tussen de wandelaars, en soms even afstappen vanwege een te moeilijk parcours, maar het is leuker dan zonder gezelschap opschieten op asfalt. Terwijl ik zo tussen de wandelaars meander valt al snel één ding op: de ondersteunende sector, de barretjes, de albergo’s, de mensen die iets verkopen langs de route, zijn voor een groot deel in Duitse, een tikje hippie-achtige handen. Waarschijnlijk een gevolg van de nogal overweldigende hoeveelheid ietwat zweverige Duitse pelgrims die vaak in de buitenlucht slapen (‘Een hotel? Wahnsinniger Luxus!’, zegt er een tegen me). Hoewel er ook legio andere nationaliteiten onderweg zijn. Van Amerikanen in een groep met allemaal dezelfde paraplu en gids, tot Koreanen en Nederlanders. Een blozend stel doet de tocht al voor de derde keer. ‘En weet je wat het is? Elke keer is het toch weer zwaarder dan gedacht! En dat terwijl ik hem ook een keer vanuit Nederland heb gelopen. Nu zijn we gewoon bij de Frans-Spaanse grens begonnen.’

Tussen Astorga en Ponferra, twee fijne stadjes en respectievelijk de eindpunten van dag 1 en 2, ontmoet ik ook de Neil Bradburn, een leuke fietsende Engelsman, die wél over asfalt rijdt. ‘Op tv had ik de Vuelta gezien en dacht Wow, daar moet ik heen! Het valt me niets tegen. Je ziet de sneeuwtoppen glimmen, en je komt op mooie plekken. En dat eten zeg, dat is echt heerlijk en altijd lekker veel! Ik eet twee keer warm per dag.’

Schieben

Neil heeft gelijk. Het pelgrimsleven is goed! Ik ruik meidoorn, gras en brem en hoor de hele dag vogels. Ik fiets over paden die je mountainbiketracks zou kunnen noemen en voel me vrij. Geen haast. Geen stress. Mijn dagen zijn gevuld met de route, Bon Camino roepen naar de pelgrims en het op koers houden van de fiets.

Een paar keer ontmoet ik Beatrice, een Duitse die als wandelpelgrim is begonnen, maar vanwege de pijn is overgestapt op de fiets. Ze berijdt een oranje huur-mountainbike met oranje tassen, en volgt gewoon de gele wandelpijlen. Ze moet vaak duwen, maar doet daar laconiek over. ‘Als het te steil wordt stap ik af en ga schieben. Geen probleem!’ Ik vind het bewonderenswaardig, die pelgrimsverbetenheid. Je ziet het overal om je heen. Wie is begonnen aan de camino maakt hem af. Opgeven is geen optie! Santiago moet worden gehaald. Het aantal worstelende mensen en kreupelen neemt elke dag toe. Vaak lachen ze door hun pijn heen, zoals Frank en Patrick, twee broers. Ze zijn al een maand onderweg, en als ze eerlijk zijn, vinden ze dat best veel. ‘Het is wel een heel eind’, zegt Frank. ‘Heel lang én heel druk’, zegt Patrick. En als hij hoort dat ik de route fiets en veel sneller klaar ben dan zij: ‘Dát zou ook wel een goed idee, zijn Frank!’

Image
Santiago-de-Compostela-2

Intussen brengt de route me naar Galicië. Wat mij betreft het mooiste deel van de camino. Het is zo sappig en kleurrijk! Veel groene heuvels, hier en daar paars van de bloemen. Er grazen koetjesreepkoeien. Er zijn lieve dorpjes. En zelfs een museumdorp, O Cebreiro, met authentieke Keltische huizen. Een Spaans Orvelte! De weg ernaartoe is berucht. O Cebreiro is ook een 1.294 meter hoge pas. Ben je boven dan heb je Castilië verlaten en ben je in Galicië. Onder aan de klim ontmoet ik een beer van een Italiaan. ‘Twee jaar geleden deed ik de route op de fiets’, zegt hij. ‘De klim naar Cebreiro was de aller-, allerergste! Ik voel het nóg! Alles deed pijn. Het was mijn elfde dag op de camino en ik was moe. Ik had een volgepakte fiets, alles mee. Ik moest lopen…’

Na zo’n introductie kan het alleen nog maar meevallen, en dat doet het ook. Ik stop een paar keer bij een stukje schaduw, en dan ineens ben ik er bijna. Op de weg staat deze tekst:

BAR 1000 M

Het café is godzijdank op de top.

Image
Santiago-de-Compostela-4

Decorum

Heel even ben ik alleen. Een van de laatste logeeradressen ligt van de route af in Palas de Rei (een topadres, in een historisch pand en met geweldig eten!). Zodoende fiets ik een kilometer of twintig zonder enige medepelgrim door een verlaten maar prachtig Galicië. De enige geluiden komen van een krakende trapas en een zwerm vliegjes om mijn zwetende lijf. Er zijn wat gehuchten, meestal in half vervallen staat. Een hond blaft als ik stop bij een ruïne van een kasteel. Verder gebeurt er niets. Helemaal niets. Tot ik de route weer nader, en er uit de verte een lied klinkt. Op dat moment daagt er plotseling een Inzicht! De camino is een perfecte en eenvoudige manier om je helemaal los te maken van het gewone leven. Pelgrims volgen een gemakkelijk te vinden, veilige route, duiken onder in dezelfde kleren (wandelbroek, poncho, staf, schelp), gaan deel uitmaken van een nieuwe gemeenschap, en vergeten alles wat met hun oude leven te maken heeft. Het inzicht wordt op de laatste dag bevestigd door een Engelse dame. Ze maakt gebruik van een wc waarvan de deur niet dicht kan en zegt: ‘Dit zou ik dus in mijn normale leven nooit doen. Plassen terwijl iedereen zo naar binnen loopt. Mijn dochter waarschuwde al. Ze zei: Mam, je verliest al je decorum als je zo’n tocht gaat doen. Ik geloofde haar niet. Maar ze had helemaal gelijk. Niets maakt mij meer uit. En wat denk je? Ik vind het heerlijk!’

Sophia Loren

Op weg naar Sarria kom je langs het Benedictijnse klooster Samos, uit de 6de eeuw. Heb je even tijd dan is dit een welkome onderbreking, zeker op een warme dag. In het klooster is het altijd fris! Elk uur is er een rondleiding die je in de binnentuin (de grootste van Spanje) en in de gebouwen brengt. Het klooster zit vol muurschilderingen. Eentje is wel héél opvallend. Een vrouw met een zeer bekend gezicht  houdt in haar ene hand een schenkkan en in de andere een schaal. Pas dan heb je het door. Verhip! Sophia Loren!!
Meer info: www.abadiadesamos.com  en www.turgalicia.gal.

Lees ook:

Image
Santiago-de-Compostela-6

Zelf fietsen op de Camino Frances? Dit moet je weten voor je op pad gaat

De Camino Frances is een wandelroute. Er zijn dus veel, héél veel wandelaars. Zeker op het laatste stuk tussen León en Santiago. Wees dus beleefd!  Als fietser ben je te gast. Er is ook een fietsalternatief (SNP geeft het in zijn beschrijving), maar kies je voor de wandelvariant weet dan dat je meestal op onverharde wegen fietst. Hobbelige, met keien en kuilen bezaaide paden, soms afgedekt met grote stenen, maar meestal gravel. In natte perioden wordt dat bagger. Natuurlijk kun je altijd uitwijken naar de fietsvariant. Die gaat soms wel over drukke provinciale wegen.

De gefietste etappes

  • Dag 1: León – Astorga, 48 km.
  • Dag 2: Astorga – Ponferrada, 58 km.
  • Dag 3: Ponferrada – O Cebreiro, 58,5 km.
  • Dag 4: O Cebreiro – Sarria, 48 km.
  • Dag 5: Sarria – Palas de Rei, 58 km. Dag 6: Palas de Rei – Santiago de Compostella, 78 km.

Hoe kom je er?

Op de heenweg is vliegen naar Valladolid handig (ook een leuke stad trouwens!). Vanaf Valladolid is het 1,5 tot 3 uur bussen naar León. Je kunt ook kiezen voor een retourvlucht naar Santiago en vandaar met de bus naar León reizen. Iets langer, maar je ziet alvast wat je te wachten staat. Autobusstation: Plaza camilo diaz baliño s/n Santiago. Bustickets (ook voor je fiets) boek je hier: https://www.alsa.es/en

Eten, drinken, slapen

Het fijne van een drukke pelgrimsroute is dat er plenty voorzieningen zijn. In elk dorp, en soms ook ertussenin zijn er adressen waar je de inwendige mens kunt versterken. Ook overnachtingsadressen zijn gemakkelijk te vinden. Van pelgrimsherbergen tot luxe hotels, tot plekken in de bosjes voor een tent, alles is mogelijk.

Inlezen

Er is ontzettend veel geschreven over pelgrimages naar Santiago. Een selectie:

  • De omweg naar Santiago, door Cees Nooteboom (1992). Klassieker. Dit boek moet elke pelgrim lezen.
  • Klimmen naar kruishoogte, door Tosca Niterink (2012). Zeer melig verslag van een pelgrimstocht van Granada naar Santiago de Compostella. Tos en vriendin Anita hebben het niet zo op hun medepelgrims.
  • Pelgrim zonder god, een voettocht van Santiago de Compostela naar Amsterdam. Herman Vuijsje. Tegendraads, want in omgekeerde richting.
  • Voettocht naar Santiago de Compostela, de spirituele reis van een bijzondere vrouw. Shirley MacLaine. Onderweg naar Santiago kun je zelfs filmsterren tegenkomen. Shirley MacLaine bijvoorbeeld.
  • Duizend heuvels - fietstocht naar Santiago de Compostela. Door Ignace Vervaet.
    Meer beschrijvingen van boeken over de tocht naar Santiago: http://www.vruchtbareaarde.nl/artikelen/Boeken_Santiago.html

Of ga met ons mee!

In samenwerking met SNP Natuurreizen bieden we een 10-daags arrangement: https://www.snp.nl/reis/spanje/camino_de_santiago. Je fietst dan dezelfde route maar verdeeld over meer dagen. Overnachten gebeurt in pensions en kleine hotels.