icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Cilento en zeezicht
Reisverhaal

Fietsen in Cilento met als afsluiter Napels

  • 06 januari 2021
  • Door: Kees Lucassen

Napels zien, en dan sterven! Een oude spreuk, om duidelijk te maken dat deze stad zo’n beetje het mooiste is wat een mens bij leven kan zien. En ja, Napels is prachtig. Maar… nog iets zuidelijker, daar schittert de Cilento-streek. Fietslekkerland voor wie niet vies is van een klimmetje. Vandaar onze tip: ga fietsen in Cilento, en dan Napels zien. Sterven kan altijd nog.

Image
Tyrreense Zee
De Tyrreense Zee bij Paestum

Dag 1: tempels en buffelkaas

We hebben het begrepen. Eerst fietsen en daarna – als truffel op de pizza – Napels zien. Daarom stappen Jelle en ik, nog maar net aangekomen op het Stazione Centrale di Napoli, direct over in de treno naar Paestum in Cilento. En terwijl we langs de Vesuvius zuidwaarts sporen, leg ik (61, reisjournalist & boekenwurm) aan zoonlief (16, 4 havo & phone-addict) uit: “Voordat de Romeinen in Zuid-Italië heersten, deden de Grieken dat. Menige stad heeft Griekse wortels, zoals Napels en ook Paestum, dat erg welvarend moet zijn geweest. Daarvan getuigen nu nog drie grote tempels.”

“Maar…” zegt Jelle, in het besef dat Paestum vandaag geen club in de Serie A heeft. “Door de pest, malaria en plunderende piraten stierf de stad letterlijk uit. Waarna Paestum verkruimelde en verdween in een moeras van onkruid en modder. Acht eeuwen later, bij de aanleg van een weg, is de stad herontdekt.”

Pie-ie-ie-ie-iep! De trein stopt. Station Paestum. Leeg en verlaten. Doch dan verschijnt een Jaguar. Met daarin Luigi, de joviale uitbater van Villa Rita, een klein maar fijn hotel, vlakbij de tempels. En onder de palmen naast Luigi’s zwembad vinden we twee glimmende Giants, met 21 versnellingen. Onze huur-biciclettas, die we niet veel later parkeren bij de Tempel van Athene. Waar we, weer drie uur later, vermoeid neerploffen op het terras van bar Anna, na zowel de drie tempels als de Via Sacra, het Forum en het Amfitheater te hebben bekeken, én tal van beelden, graftombes, juwelen en andere vondsten van pakweg 2500 jaar oud in het Museo Archeologico te hebben bewonderd, én twee panini met tomaat en mozzarella di bufulade kaas van Campania 
̶  te hebben besteld. “Best veel voor ‘n eerste dag”, vindt ook Jelle. Wat niet wegneemt dat we daarna nog even naar de Tyrreense Zee fietsen, waarna Luigi als antipasto (voorgerecht) ansjovis gemarineerd in citroensap op tafel tovert.

Image
Santa Maria di Castellabate
Santa Maria di Castellabate
Image
Caffè in Santa Caterina
Caffè in Santa Caterina

Dag 2: Santa Caterina en Santa Maria

Hanen kraaien, kraaien krassen. Paestum ontwaakt, onder een hemel die op deze dag eerder grauw dan blauw is. Omdat onze bagage naar het volgende hotel zal worden gebracht, verlaten we Villa Rita met enkel het hoogstnoodzakelijke. Mobiel, portemonnee, plakspullen & regenjack. Eerst trappend over zilverblinkend lapjesasfalt, tussen vlakke akkers. Kurkeiken, parasoldennen, olijf- en vijgenbomen schuiven voorbij. En dan omhoog, rustig klimmend, naar een dorp waarvan het ranke kerktorentje in de grijze lucht prikt. Zoals je, heel voorzichtig, een dunne speld in een ballon kunt steken, zonder dat-ie…  KABOEM!
 
Boven Santa Caterina scheurt het zwerk open. De pannen en wij, tutti wordt nat. We spotten Christus, met open armen, maar ver weg en versteend. Dichterbij wenkt een gebochelde opa, met zijn andere hand wijzend naar een afdakje van golfplaten, aan een vaalbleke muur met een raam, verstopt achter luiken. Onder het afdakje staat, tussen legio lege flessen, een wrakkig bankstel. “Zit!” gebaart de grijsaard. Gedwee gehoorzamen we, onder toezicht van twee op wolven lijkende honden. Dan gaan de luiken open en verschijnt er een vrouw, met een glimlach waar Mona Lisa een puntje aan kan zuigen. “Buongiornoi! Vuoi un caffè? Con grappa?” Beide honden knipogen en opa grimast z’n laatste drie tanden bloot.  Als – 1 uur, 2 grappa, 4 koffie en 6 koekjes later – de stortregen motregen wordt, vraag ik of ik iets mag betalen. Geschrokken reageert de donna: “No-no-no-no-no!” We stotteren “Grazie signora”, aaien Wolfje & Wodan, en fietsen dan verder. Door bergen met zeezicht. De zon breekt door en kurkdroog bereiken we Santa Maria di Castellabate. Een bekoorlijke badplaats, waar we ’s avonds, wachtend op een moot tonijn van de grill, de zon als een bloedsinaasappel in zee zien zakken. “Fantastico!”, glundert Jelle, na eerst de wifi te hebben gecheckt.

Image
Bidons vullen in Perdifumo
Bidons vullen in Perdifumo

Dag 3: fanfare en frutti di mare

Voor wie het nog niet heeft begrepen, wij fietsen een bestaand arrangement: Paestum & Cilento, van SNP Natuurreizen. Daarbij trap je via kleine hotels en agriturismo’s door wat de oude Grieken Campania Felix noemden, het ‘Gelukkige Land’. En dan vooral door wat nu het Parco Nazionale del Cilento is, een erg groot, vrij onbekend en allesbehalve lelijk nationaal park. Maar let wel, vlak is het niet. Na tochten langs de Elbe, de Adige en de Rijn vonden Jelle en ik dat het tijd werd voor iets pittigers. En ja, dat hebben we nu gevonden.

Zo begint deze dag met 5 kilometer klimmen, naar Castellabate. In 1123 liet een rijke abt, hoog op een berg en dus veilig voor boosaardig bezoek, een klooster als een kasteel bouwen, het Castello dell‘ Abate. Eromheen klonterde nog diezelfde eeuw een doolhof van trapsteegjes, panden en pleinen formaat theedoek. En nu is Castellabate werelderfgoed, met een uitzicht om te zoenen. Plus, net als wij er zijn, vuurwerk en fanfare, want het is festa.

Waarna meer afstapwaardige dorpen volgen. Zoals Pedifumo, waar we bij een antieke bron de bidons vullen. En stokoud Serramezzana, ook weer goed voor gratis espresso, deze keer bij de burgemeester thuis (een relatief nieuw optrekje uit 1720). Hierna fietsen we, door kastanjebos en tussen artisjok-akkertjes, balkende ezels en ontelbare olijfbomen, terug naar zee. Waar we nu zitten, met 68 kilometer op de teller, een pizza frutti di mare op het bord, en een Peroni-biertje voor papa, die graag de dichter Willem Kloos mag citeren: “Ik hou van de natuur, maar ik moet er wel iets te drinken bij hebben.”

Image
Zuidwaarts, langs de zee
Zuidwaarts, langs de zee

Dag 4: Claudia en Simona

“Kennst du das Land, wo die Zitronen Blühn? Im dunklen…”
‘Ho maar pa, niet weer die Goethe hè?”
Jawohl, geschreven toen hij Zuid-Italië bezocht en...” 
Wunderbar, maar ik heb A) géén Duits in mijn pakket, en B) vakantie.”
We volgen de kust, vrolijk keuvelend en hoppend we van pastelhavendorp naar pastelhavendorp. Over een weg die hartje zomer vermoedelijk vrij druk is, maar waarop wij nu – in oktober – prettig pedaleren. In Acciarioli treffen we een gegroefde visser die niet vist maar verft. Ernstig kijkend, alsof hij niet zijn boot maar ‘De geboorte van Venus’ schildert. Waarna hij pIttura fresca (pas geverfd) op een plankje kwast en dan vraagt: “Kent u Hemmingway, de schrijver?” Ik knik. “Welnu, die stond hier ook. Waarna hij ‘The Old Man and the Sea’ schreef.”  
“Zijn bekendste werk Jel, echt iets voor jou”, opper ik, wanneer we verder fietsen.
“Hoezo dat?”
“Het is A) in het Engels, en B) heel dun.”
Pioppi nadert. Daar is cappuccino & cola, en deze keer mogen we wel betalen. Papa geeft zelfs fooi, wellicht omdat de serveerster een lookalike van de jonge Claudia Cardinale is. “Grazie signori”, knipoogt ze, waarna uitgerekend Jelle een boek cadeau krijgt: Postcard from Cilento. Vol foto’s, weetjes en recepten.
“Há, risotto met pompoen en gamba’s!” roep ik enthousiast.
“Extra gewicht”, mokt het nageslacht.
Bij Elea  
̶  de ruïnes van weer een Griekse stad uit de oudheid  ̶  buigen we linksaf. Landinwaarts, kalm klimmend. Door een fruitige vallei tot bij La Petrosa, de agriturismo van Simona, een goedlachse boerin. Bij haar vinden we niet alleen een kraakhelder kamertje, maar ook koeien, kippen en een kat, een winkeltje met huisgemaakte prodotti (pasta’s, chutneys en meer) en een wijnkelder, hangmat en zwembad.
“Hier twee nachten? Fijn!” jubelt Jelle al bij de antipasto (Cilento-ham, een jong kaasje en een empanada gevuld met pestogehakt en zongedroogde tomaatjes).

Image
De weg naar Pisciotta
De weg naar Pisciotta
Image
Pisciotta!
Pisciotta!

Dag 5: Bar Flash en Bar Germania

“Pisciotta vandaag Jel, weer zo’n doolhofdorp. Tien jaar geleden was ik daar ook al, voor een verhaal over de mooiste Italiaanse terrasjes aan zee…”
Afwezig scalpeert Jelle zijn eitje.
“En nu kunnen we vandaag 51 kilometer fietsen, mét een zware klim. Maar het kan ook korter, 45 kilometer. Zonder die klim, via de kust...”
Zwijgend lepelt zoonlief zijn eitje leeg.
“Jel!”
“Oh sorry, ik heb mijn oortjes in. Euh… doe maar ‘t gemakkelijkste.”
De kustweg dus. Zonovergoten. Eerst langs het kerkhof van Ascea. Waar 1001 kaarsjes branden en het ruikt alsof er zojuist een tankwagen met dennenshampoo voorbij is gekomen. Hevig lekkend. Waarna we stoppen in het stille dorp zelf, voor het lege terras van Bar Flash. Quasi-dramatisch oreer ik, wijzend naar drie onderbroeken, wapperend op een balkon: ‘Wat Ascea beweegt, is niet wat is, maar wat was.”
Prompt spuugt de kapsalon rechts een kwartet gekrulspelde dames uit, dat luid kakelend naast ons gaat zitten. Waarna op links de postbode en de apotheker opduiken, om daar een valpartij in de Giro d’Italia te evalueren. In veel woord en nog meer gebaar.
“Dooie boel hè?” gnuift het cola-slurpend deel van ons reisgezelschap.
Niet dood, wel zwaargewond, dat blijkt de weg vanaf hier naar Pisciotta. Denk aan craquelé-asfalt, alsof er een kudde dronken olifanten op heeft staan tapdansen. En aan stukken niet breder dan een fietspad, als gevolg van schuivend dan wel vallend gesteente. Soms 10% dalend, soms 12% stijgend. Kortom, en ik lieg dit niet: een genot om op te fietsen.   
“Daar!” Pisciotta, duizend jaar oud en welgelegen, op een berg tjokvol olijfbomen. Na wat struinen door de straatjes bestellen we op de piazza twee bruschetta (gegrild brood met knoflook & olijfolie) met tomaat. Bij Bar Germania, café, kiosk en verkooppunt van 
̶  aldus de barman  ̶  olio d'oliva van wereldklasse. We hadden niet minder verwacht.
“Kees? Is it you?”
Voor ons staat een charmante donna. Lea, de bazin van Hotel Marulivo, dat verstopt zit in de trapsteegjes achter ons. “Met zo’n grandioos terrasje aan zee”, leg ik nog eens aan Jelle uit. “Als we daar nu gaan zitten, dan…”
“Zorg ik voor twee limoen-basilicum-pistache-ijsjes”, lacht Lea.

Image
Tussen Orria en Stio
Tussen Orria en Stio

Dag 6: fresco's en witte truffel

De dag van de waarheid: 1220 hoogtemeters. Het kan minder hoor, door een stukje met de bagagevervoerder mee te rijden, maar dat doen wij niet. Wij zwoegen omhoog, naar Ceraso, het eerste van een trits hoogbejaarde Cilento-dorpen. Zoals Pellare, waar woensdag marktdag is (lees: drie kraampjes met vis, keukengerei & lingerie). Of Gioi, waar het riekt naar oregano, rozemarijn en, met dank aan de bakker, amandelbrood. En Orria, hoog op een rots vol met nu in oktober – roodgeelgoud geboomte. Of Stio, waar we tegenover de kerk koffie & cola bestellen, die we dan weer opdrinken in de zon op de trap voor de kerk. Zittend naast, in witte jas met bloedvlekken, de slager annex dorpsfilosoof. De rook van zijn peukje nastarend, merkt hij op: “Reizen is proeven van de wereld.”

We dalen naar de Calore-rivier, slagader van de Cilento, waarna de weg weer stijgt en we via vijf haarspeldbochten het stadje Laurino bereiken. Durfals kunnen hier over een afgrond vliegen, per zipwire, maar wij beperken ons tot een blik in de Santa Maria Maggiore, een kerk rijk aan houtsnijwerk & fresco’s, acht eeuwen oud. En dan is Valle dell’Angelo niet ver meer. Een dorp in de vallei waar – zo wil de legende – de aartsengel Michaël ooit verscheen. Voor ons verschijnen echter Ali & Carmela, twee ex-supermarkteigenaren die zijn bekeerd tot slow food. Ze bestieren nu zowel La Piazetta, een toprestaurantje, als een albergo diffuso (wat betekent dat ze kamers verhuren, verspreid in het centro storico). Ali volgend, trapje af, steegje in, gangetje door, trapje op, vinden we onze voordeur, in een stokoud pand. Van Emilia 
̶  de buurvrouw, 79 jaar oud en met een glimlach die ons inmiddels bekend voorkomt  ̶  krijgen we een granaatappel formaat bowlingbal.
Die avond vraagt Jelle, blijkbaar Google-moe: “Wat is slow food?” En dus legt Ali uit: “Alles komt uit de buurt: de kaas, salami, pepperoni, vijgenchutney, witte truffel, het kalfsvlees met bosuitjes in rode wijn, de kastanje-cake en…”
Capisco, laat maar komen.”

Image
Guiseppe in Roscigno Vecchia
Guiseppe in Roscigno Vecchia

Dag 7: Sacco en Roscigno

Al om 8 uur ’s morgens, als de zon nog maar net over de bergen schittert, vind ik mijn zoon op het dorpsplein. Want daar is wifi. Starend naar z’n schermpje, zegt hij: “Tutti cultureel werelderfgoed, die Cilento.” En ook:  “Vandaag de langste dag, 75 kilometer, terug naar Paestum. Dus meer omlaag dan omhoog.” Wat niet wegneemt dat er na Piaggine, het eerstvolgende stadje, een vuile klim volgt. Richting Sacco, droomdorp nummer zoveel, waar we door de smalle hoofdstraat bolderen, tot bij de kerk, om daar te stoppen voor een mobiel- & drinkyoghurtbreak (de yoghurt is te koop bij Pascale, schuin tegenover de kerk). Hierna trappen we via de Sammaro-kloof naar Roscigno Vecchia.

“Oud Roscigno”, vertaal ik. Een spookdorp. Tussen 1902 en 1907 bouwde de bevolking, uit vrees voor een aardverschuiving, een nieuw dorp, waarheen iedereen verhuisde. Maar er gebeurde niets, het oude Roscigno bleef staan. We bekijken het café, de kerk en het pleintje met de klaterende bron. En we ontmoeten Guiseppe, de Laatste der Vecchianen, met baard, hoed en pijp.
‘Daar!’ snikt hij, wijzend naar een schurftig balkon. ‘Daar stond mijn lief, ’s avonds in het maanlicht.’
Waarop Jelle – die wel wiskunde in zijn pakket heeft – in mijn oor fluistert: “Dat Guiseppe daarvoor zo’n 120 jaar oud moet zijn, vergeten we maar even.” 

“Attenzione!” Een TV-ploeg van de RAI arriveert, die pontificaal de weg afzet. Reden voor ons om het dorp via de achterdeur te verlaten. Over een smal landweggetje, omlaag stuiterend, kilometer na kilometer, tot we bij een rivier komen. “Nou, aan de routebeschrijving hebben we nu niet veel meer”, somber ik.
“Klopt pa, maar A) dit water gaat – net als wij – richting zee. En B) dit is de Torrente Pietra.”
‘Hoe weet jij…”
“Google Maps.”
Trappend over gruis en kruimelteer bereiken we de SS166. Een weg naar zee. Door kasteeldorp Roccadáspide en dan dalend richting Paestum. Met de ketting op het grote blad keren we terug naar de tempels, de buffels en Villa Rita.

Image
Buchettabreak in Napels
Buchettabreak in Napels
Image
Het dak van Galleria Umberto
Het dak van Galleria Umberto

Dag 8: Maria en Maradona

Ontbijt bij Luigi, die ons daarna naar het station brengt. Want ja, nu gaan we Napels zien. Eerst nog ondergronds, zoevend vanaf het Stazione Centrale naar Toledo, uitgeroepen tot Europa’s mooiste metrostation. En daarna boven de grond, genietend van… KABOEM!
Een wolkbreuk.

Gelukkig kunnen we schuilen, in Galleria Umberto I. “Een winkelgalerij uit de 19de eeuw”, weet ik. Met een mozaïekvloer en bas-reliëfs, onder een koepel van gietijzer en glas, en met…”  
“Een McDonald's!” joelt Jelle.
“Luister, dit is de derde stad van Italië”, zeg ik. “Ooit zelfs, na Londen en Parijs, de derde van Europa. Sì-sì, ik ben bereid nu een Big Mac-menu te bestellen, maar daarna gaan we het centro antico verkennen, tutti werelderfgoed, met het Santa Chiara-klooster en de Gesu Nuevo-kerk. En ook Piazza Plebiscito, een groot plein omzoomd door paleizen en musea, gevuld met topstukken, en het Teatro San Carlo, Europa’s oudste operagebouw. En daarna gaan we eten bij Pizzeria Brandi, waar koningin Margherita in 1889 de pizza at die vanaf dat moment haar naam draagt. En domani, morgen dus, laten we ons per funicolare naar het Castel Sant’Elmo takelen. Voor een uitzicht over stad, baai en Vesuvius. En daarna gaan we zwerven door de Quartieri Spagnoli, het Napels van de trapsteegjes en nauwe straatjes, waar enkel toeterende Vespa’s en Fiatjes 500 zich doorheen kunnen wringen, en soms zelfs die niet. Met winkeltjes formaat sinaasappelkist, met vis, pens en pantoffels, en met 1001 minikapelletjes voor Maria, Maradonna en Padre Pio, en met…”

Bot samengevat: we hebben 1 Big Mac gegeten en héél veel gezien. Waarna Jelle verzuchtte: “Napoli è molto bella!”
A) welgemeend, en B) zonder Italiaans in zijn pakket.

Image
De kerk van Gesu Nuevo in Napels
De kerk van Gesu Nuevo in Napels
Praktische informatie

Over Cilento en de fietsreis

Over Cilento
In de Italiaanse regio Campania, 2 uur sporen onder Napels, daar ligt het Parco Nazionale del Cilento, Vallo di Diano e Alburni. Kortweg: Cilento. Het op één na grootste nationale park van het land, dat tegelijk Unesco cultureel werelderfgoed is omdat er, zowel in de ruige natuur als in de eeuwenoude dorpen, veel uniek oog- & tongstrelends is te vinden. Veel meer dan nu in dit verhaal staat.

Over de fietsreis
Wij deden het 9-daagse arrangement Paestum & Cilento van SNP Natuurreizen, maar dan ietwat aangepast met o.m. een extra dag in Napels. En met prima huurfietsen, met 24 versnellingen (en fietstassen, fietscomputer & reparatiesetje. Een e-bike huren kan echter ook. Per dag fiets je zo’n 50 tot 70 km, maar veel tochten zijn in te korten of uit te breiden. Wat niet valt te vermijden: klimmetjes. Mooi maar pittig, soms wel 12%. Voor wie dat juist leuk vindt, is Cilento fietslekkerland. Een topstreek, vooral in het voor- en najaar.