Wandelroute E4 op Kreta (deel 2)

Lezer Jaap Hos liep de E4 wandelroute op Kreta in drie etappes, verdeeld over meerdere jaren. In 2015 liep hij het eerste deel, en in 2016 deel 2. Hieronder zijn verslag van dit tweede deel. 

Ik heb altijd gevonden dat de naam van de hoogste berg van Kreta, Psyloritis, een beetje als een ziekte klonk. En achteraf gezien moet je misschien wel de ‘psyloritis’ hebben om die kale berg in de hitte te beklimmen. Maar als je de route E4 van west naar oost Kreta wil lopen, moet je echt over die 2.430 meter hoge berg heen.

Zoek de E4

In Spili neem ik afscheid van kamerverhuurder Nikos en zijn Roemeense hulpje. Ik zet ze op de foto met een Dracunculus Vulgaris. De Roemeense is dol op die overigens onwelriekende plant en wil hem meenemen naar haar geboorteland. En dan ga ik op weg. Eerst mag ik oefenen op de berg Khedros. Die dag ben ik letterlijk een padvinder, want van de E4 is geen merkteken te zien. Tot overmaat van ramp heb ik voor dit gebied maar twee waypoints in de gps gezet, omdat het afgaand op mijn gidsje nogal gemakkelijk leek. Gelukkig kom ik een oude man tegen die me globaal de weg wijst langs de helling. Nadat ik van vijf betongaashekken het verbindende ijzerdraad heb losgemaakt en weer vastgedraaid, worstel ik mij zigzaggend door de stekelbosjes de berg op. Na enig echt klimwerk bereik ik een zadel waar zowaar twee rode stippen op de stenen staan. Dat geeft me het vertrouwen op de goede weg te zitten. Hierna richt ik mij op een waypoint en kom op een pad terecht dat me de vruchtbare Amarivallei in leidt. De hitte van de berg maakt plaats voor een schaduwrijk woud van kersenbomen. Ik vul mijn lunch van droog brood aan met sappige kersen die overal langs het pad geplukt kunnen worden.

In het dorp Gerakari brengen kinderen mij naar de taverna van Despina, waar ik wil overnachten. Gelukkig heeft ze een kamer beschikbaar, maar ik moet even wachten. Ze moet nog een paar kistjes kersen van bladeren ontdoen. Ik help mee en krijg een bord vol kersen. En ik heb er onderweg al zoveel gegeten. Despina is weduwe. De kamer die ik krijg hangt vol met familiefoto’s. En een enorme teddybeer houdt me gezelschap. Later maakt ze een lekkere Stifado voor mij, een soort stoofgerecht. Tijdens het eten op de stoep voor de taverna komt een Griek naast mij zitten. Hij heeft zestig jaar geleden bij de Rhodesische Spoorwegen gewerkt en wil graag Engels spreken. Een treurig verhaal. ‘Wrong time‘ zegt hij, de Engelsen vertrokken er kort na mijn aankomst.

Mijn kamer bij Despina

De volgende ochtend ga ik met een zak vol heerlijke Kretenzer baksels van Despina op pad. Als ik in het dorp Elenes kom, zou het pad via een heuvelachtig gebied naar Fourfouras moeten lopen. Maar weer ontbreken de E4 merktekens. Ik besluit mijn eigen weg te kiezen. Net als ik een vaag spoor in wil lopen, roept een man mij toe dat niet te doen en de autoweg te volgen. Eigenwijs loop ik door en de man heft zijn handen ten hemel. Inderdaad blijkt de E4 hier totaal overgroeid en ik loop vast in een gele zee van een soort lage brem en euphorbia. Zou het woord euforisch van die struik komen? Want ondanks de inspanning voel ik mij high. Talloze vlinders fladderen om mij heen en andere bloemen contrasteren met het geel. Na opnieuw vastgelopen te zijn, kies ik een hogere route om een steenslagweg te kunnen bereiken. Aan een hek bij de weg hangen schapenkoppen. Om mensen van het erf te houden?

Vlak voor Fourfouras help ik twee boeren met het repareren van een waterleiding. Als beloning brengen ze mij de laatste twee kilometer achter in de bak van hun pick-up naar Fourfouras en krijg ik abrikozen.

De Psyloritus op

De kale berg

De taverna waar ik verblijf heet Windy Place. Het maakt zijn naam waar. Niet alleen door de stormachtige valwind van de Psyloritis, maar ook door de vrouw van de eigenaar, die de hele dag luidkeels over het erf schreeuwt. Haar echtgenoot zou een ervaren berggids op de Psyloritis zijn, maar hij blijkt nauwelijks de kaart te kunnen lezen. Ook over de toestand van de waterbronnen op de berg blijft hij vaag. Maar verder hele aardige mensen.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Racecircuit

Ik heb de wekker op vier uur gezet. Dan kan ik nog een tijdje in de schaduw lopen. 2.000 Meter omhoog met vijf liter drinken en extra eten. Daarmee komt het gewicht van mijn rugzak op 16 kilo. De route is hier goed van bordjes en merktekens voorzien. De bron op een zijpad blijkt verder dan op de kaart staat. De oude bron is opgedroogd en de nieuwe druppelt slechts langzaam. Uit het tamelijk schone opvangbekken drink ik water met mijn membraanrietje.

Drinken met een membraanrietje

Halverwege de berg staat een hut van de bergsportvereniging. Met explosievaste metalen deuren. Die gaat helaas alleen open voor groepen. De watertank zit op slot. Ik eet wat in de schaduw van het afdak en luister naar de bijen. Hun geluid doet denken aan dat van een racecircuit op enige afstand. De enige die ik vandaag zal zien, is een Engelsman die met anderhalve liter water en wat koekjes naar boven gaat. Hij stopt en vraagt hoe ver het nog is. Ik zie dat zijn fles al half leeg is en waarschuw hem. Zelf loop ik heel langzaam omhoog om niet teveel te zweten in de hitte. Tegen de verwachting in blijft het boven de dertig graden. Vierhonderd meter onder de top kom ik de Engelsman weer tegen op de terugweg. Hij is tot een zadel vlak onder de top gekomen en zijn water is vrijwel op. Hij ziet er verwilderd uit. Ik wijs hem de weg naar de bron.

Uitzicht op bergen en zee

Inmiddels heb ik uitzicht op de zuidkust en meer landinwaarts vormen de bergruggen een coulisselandschap. Tussen het grijze karstgesteente handhaven zich alleen nog de allersterkste struikjes en plantjes. Op de top staat een grijs kerkje: Timeos Stavros. De muren zijn gemaakt van bijna één meter dik opgestapelde rotsstenen die hier voor het oprapen liggen. Ook het plafond bestaat uit trapsgewijze gestapelde stenen. Koepelbouw die door de herders is ontwikkeld en die je op afgelegen plekken nog tegenkomt. Onder een luik is een watertank met een bodempje vies water.
Ik geniet van het uitzicht op de bergketens aan beide zijden. Ook de Egeïsche zee en de Libische zee zijn beide zichtbaar. Dan bel ik op naar huis. Vanaf een top kan je tegenwoordig vaak contact maken en het lukt!

Coulisselandschap op 2.000 meter

De goden spreken

Tot zonsondergang zit ik in de luwte van het kerkje. Eten, schrijven, denken. De lucht is nu dieppaars aan de horizon. Als ik opsta, zie ik dat achter mij de eerste sterren al aan de hemel staan. In het laatste licht rol ik mijn matje en slaapzak in het kerkje uit. Dan daalt de temperatuur sterk en ik blijf binnen om de route voor morgen te bestuderen. Er staan iconen en ik steek een kaarsje aan. Om elf uur is het buiten een feest van twinkelende sterren en in de verte zie ik het licht van de hoofdstad Heraklion. Voordat ik in slaap val lijkt het of er buiten stemmen klinken. De goden spreken door het geluid dat de wind maakt tussen de stenen van de muren.

Ik word koud wakker. Niet al te best geslapen op de harde ongelijke ondergrond. Halverwege de nacht moest ik mijn jas nog over de slaapzak leggen. Met een half flesje water en Nescafé shake ik mijn ‘Café frappé’ en neem wat chocola. Dan snel op pad om warm te worden. Eten komt later wel. De afdaling is aanvankelijk gemakkelijk. Onderweg liggen nog sneeuwplakken en ik kom alleen een herder tegen met een heel klein herdershondje. Hij blijkt Albanees en dat maakt het voeren van een gesprek niet eenvoudig. De Kretenzers zijn kennelijk bezig na de tuinbouw en de horeca nu ook het herderswerk uit te besteden. De laatste afdaling loopt steil door een gele rotstuin naar de Nidavlakte, een grote inzinking in het karstgebergte op 1.000 meter hoogte. Daar is ook de vervallen taverna van Stelios Stavrakakis, dat al veel trekkers onderkomen bood. De deur van mijn kamer hangt uit de hengsels en ik moet het doen met een lekkende kraan om mij te wassen. Hij besteedt er niet zoveel aandacht aan, want zijn 400 schapen op de Nidavlakte zijn belangrijker. Aan het eind van de middag rijdt Stelios naar zijn dorp en laat mij achter als beheerder van de taverna. De sleutel moet ik morgen maar ergens neerleggen.

Kerkje op de top van de Psyloritus

Spaarvarken

Overnachtingen op de E4 route zijn steeds verrassend. Een paar dagen later biedt berggids Dimitri mij gastvrij onderdak in Profitis Elias. Hij verhuurt niet, maar een gift in een spaarvarken is welkom. Hij neemt me mee naar een familiefeest waar traditionele Kretenzer muziek wordt gemaakt. Ik ontmoet er Louise, co-auteur van een wandelboek over Kreta. Zij woont hier een deel van het jaar. Later zoek ik haar op en we raken niet uitgepraat over onze belevenissen op onze trektochten. Ik kan nu al niet wachten om ook het derde deel van de E4 te gaan lopen over het Dikty gebergte.


Praktische informatie E4 Kreta

De E4 loopt van Kato Zakros naar Kissamos en van west naar oost Kreta en is in totaal meer dan 500 km lang. Die afstand zegt echter weinig omdat er lichte heuvelachtige trajecten en zware bergtochten gelopen worden. Sommigen lopen het traject in een maand. Ik knipte de route in drie stukken en deed elk jaar een gedeelte van gemiddeld 17 wandeldagen en 4 rustdagen. Daardoor kon ik de tijd nemen om Kretenzers te ontmoeten ‘siga siga‘, ofwel kalm aan. En het gaf me de mogelijkheid mooie uitbreidingen te lopen.
Er zijn veel E4 varianten. Bijvoorbeeld in verband met sneeuw in de bergen of afwezigheid van waterbronnen. Maar ook doordat een dorp zichzelf op de kaart wil zetten.

Route: de beste leidraad voor de E4 is momenteel het boekje van Luca Gianotti (The Cretan Way; verkrijgbaar bij de reisboekhandel). Op de website van Gianotti (www. cretanway.eu) kan je GPS tracks opvragen en worden updates van E4 wandelaars opgenomen. Wees echter kritisch. Soms is met een eenvoudige omweg asfalt te vermijden. Ook Duitse wandelsites bieden veel info.

Mooie uitbreidingen zijn:
– Kissamos – Balos baai – Falassarna
– Selakano – Metaxochori – Selakano
– Ziros –Xerocambos – Agia Irini – Ziros
– Kato Zakros – Chochlakis baai – Palekastro

Voor dagtochten is de Wanderführer Kreta een aanrader (Michael Müller Verlag; met GPS tracks).

Eerst koffie voordat ik op weg ga

Overnachten: op de meeste plaatsen zijn kamers te huur. Maar vooral in de bergen is een tentje onontbeerlijk, tenzij je zeer lange dagen wil maken. Het in mijn artikel genoemde taverna van Stelios is intussen gesloten. Er zou in 2018 een nieuw taverna komen.

Zwaarte: licht tot zeer zwaar. Informeer je goed. Voldoende water is cruciaal. Op sommige trajecten moet je water voor twee dagen meenemen. Informatie over waterbronnen van inwoners is niet altijd betrouwbaar. Sommige delen van de E4 zijn overgroeid. Aanrader is een ultrasoon apparaatje tegen loslopende honden die geen vreemden gewend zijn. Raadpleeg een bergweerbericht als je de Witte Bergen ingaat (www.mountain-forecast.com).

Navigatie: Gps-tracks. Daarnaast zijn vooral de meest belopen delen goed gemarkeerd. Sommige trajecten zijn slecht gemarkeerd. Detailkaarten van Anavasi voor de bergtrajecten. Neem altijd zowel een gps als een kaart mee.

Beste tijd: mei – juni. De zomermaanden juli – augustus raad ik af vanwege de hitte.

Voor meer info: hos@home.nl

Gerelateerd

Waardering
80818
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *