Het Fietserpad, is dat wat?

We krijgen nog net geen high-five, maar de eigenaar van het Pieterpad-café in Pieterburen schenkt onze glazen extra vol. ‘Goed gedaan mensen! Het Pieterpad ken ik een beetje, maar dat Fietserpad, is dat wat?’

We nemen een slok. De wind waait van de Waddenzee, een steenworp verderop. Vertellen hoe het Fietserpad is – heb je even de tijd? Het pad is 574 kilometer lang en loopt min of meer parallel aan het Pieterpad. Het is zo’n tocht die thuis hoort in het rijtje Rondje Zuiderzee, LF1-Kustroute en de Ronde van Nederland. Het beste begin je het Fietserpad in het zuiden, vanwege de wind en de Limburgse heuvels. Die zijn een fijne warming-up, klimmen en dalen, een Jupilerbiertje op een terras, in slaap vallen waar het uitkomt. De eerste nacht is dat langs de kabbelende Geul op camping Geuldal. Het balie-meisje spreekt ons in onverstaanbaar Limburgs aan, Frans blijkt na wat heen en weer gebaren. Nous voulons notre tente nog voor het donker ici neerzetten, langs de Geulle, proberen we. Veel te lang doorgefietst, zo mooi was het van Eijsden via Margraten en Oud-Valkenburg naar ’t Geuldal. Langs boerenhoeves en kastelen, mergelgrotten en velden vol mais en graan.

Fietserpad

Heisa!

De volgende dag, bij Rothem, duikt de Maas voor het eerst op. Breed, glanzend, meanderend. We hoppen over het Julianakanaal, fietsen langs moestuinen en boerengehuchten naar Obbricht, waar de rivier stroperig tussen rafelige oevers kabbelt. ‘Aan de overkant moet nieuwe natuur komen’, vertelt een bewoner. ‘Zie je de hopen zand daar? De Belg zet daar zo twee bulldozers in, klaar! Maar in Nederland geeft dat jaren gesteggel. En weet je waarom al die heisa? Er zit kiezel in de bodem en dat is goud waard. Wat nou nieuwe natuur!’ Maar de buren doen het niet altijd beter. Het middeleeuwse hart van het Belgische Maaseik is geblindeerd met panelen vanwege de kermis, terwijl ‘ons’ Thorn ligt te lonken met al haar oogverblindend witte huisjes.

Andere hoogtepunten zijn Wessem (bonken over de Maaskeitjes), de gigantische sluizen van Osen/Linne en Kasteel De Keverberg in Kessel. ‘Zo’n futuristische bovenkant op die oeroude onderkant, dat moet toch kunnen?’ zegt iemand met paars haar. Het is het modernste kasteel van Nederland; dat komt doordat er van het oude weinig meer over is. Het is belegerd, platgebrand en het spookt er. De geest van een verdronken kasteelheer waart er nog steeds rond in de Maas. Als we het kasteel verlaten begint het te rommelen. Het onweer reist met ons mee van aspergedorp Grubbenvorst naar rozendorp Lottum. Maar als ons tentje staat op landgoedcamping ’t Geysteren is de dreiging uit de lucht. De Maas is bladstil, de zon wat bleekjes. Het voelt als een naderend afscheid, dat uiteindelijk bij Mook volgt. De Maas buigt linksaf, wij rechtsaf.  Nu is het de Waal die we kunnen volgen. ‘Geniet ervan’, zegt een tegenligger op de fiets. Die heeft het gezigzag over het rammelende knooppuntennetwerk van de Achterhoek al achter de rug.

Fietserpad

Dom kerkje

‘Vind je het erg als ik jullie even inhaal?’ Een vrouw op een e-bike zoeft ons voorbij over de stuwwal naar Nijmegen. Het is terugschakelen en doortrappen, maar na ‘Fietsstad 2016’ glijden we vanzelf de Ooijpolder in. We slingeren langs grote waterplassen – gaten voor kleiwinning – en langs de huisjes van Ooij, neergestrooid middenin het groen. Op weg naar de Millingerwaard staat het ‘domme kerkje’ van Kekerdom, want buitendijks, dus vaak natte voeten, en bij het bezoekerscentrum Gelderse poort steken we met het pontje het Bijlands Kanaal over. ‘Beetje aanschuiven!’, roept de veerman. Er moet nog een bakfiets bij op de overvolle schuit. Kilometerslang volgen we de oevers, naar Spijk, waar de Rijn Nederland binnenstroomt, en niet zo’n beetje ook: per seconde ongeveer 2 miljoen liter water. We verlaten er de dijk en zien in de bossen van Montferland dat het nog 276 kilometer is naar Pieterburen, bijna op de helft, nog drie dagen fietsen? Als Stokkum niet zo’n mooi dorp was, huis Bergh niet zo’n imposant kasteel en Azewijn niet zo’n vreemd dorp, dan zouden we dat misschien halen. Maar nee. Het kerkhof van Azewijn ligt middenin het dorp, evenals dat vijvertje waarin ooit Mechteld ten Ham werd gegooid, om te bewijzen dat ze een heks was. Dat was ze, want ze bleef drijven en belandde – als een van de laatste Nederlands heksen – op de brandstapel.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Fietserpad

Noaber versus naober

De rode daken van de Saksische boerderijen boven de maisvelden uit, gezonde koeien in de malsgroene wei en koffie met een bakkie voor de munten. Het is erg mooi in die grote lus om Winterswijk naar Aalten. En Aalten is de Achterhoek, niet te verwarren met Twente. Kraamschudden, midwinterhoornblazen en carbidschieten doen ze er allemaal, maar de Tukkerse buurman heet noaber en de Achterhoekse naober, een peulenverschil, maar toch. In beide streken wemelt het van de beekjes en de watermolens maar op de vruchtbare kalkbodem van de Achterhoek ook van de wijngaarden. Wel twintig, ook bij Meddo, een dorp met drie kroegen alleen al rond de kerk. De avond is zwoel als we het Zwillbrocker Venn passeren, een moerassig Duits-Nederlands natuurgebied waar zestienduizend kokmeeuwen krijsen om aandacht, en toch hebben de veertig flamingo’s die er zijn neergestreken meer sjans. Via bospaadjes slingeren we de Achterhoek uit, de Buurserbeek over, langs de fraaie Oosterdorper Watermolen van Haaksbergen. Even verderop ligt het Aamsveen, een laatste  piezeltje van de hoogvlakte die zich uitstrekte tot Groningen. De turfstekers vestigden zich er in Glanerbrug, een oud boerendorp waar we de Glanerbeek oversteken, ook al zo’n geheimzinnig bruin beekje dat stilletjes langs varens slingert in de schaduw van beuken en eiken. Op Landgoed Singraven bij Denekamp zet de Dinkel een eeuwenoude watermolen in gang die een houtzagerij aandrijft. De voormalige molenaarswoning is nu een oerknus café waarlangs een keienpad zo de bossen in voert en oplost tussen weilanden, heidevelden, houtwallen en beken. En het ijsvogeltje er maar tussendoor fladderen, zonder dat wij ’t ooit zien.

Fietserpad

Echte vrienden

Ook wij fladderen van moois naar moois. Langs het oeroude kerkje van Ootmarsum met nog een kogel uit de Tachtigjarige Oorlog, langs de Manderheide met de cirkels van Jannink, een vindingrijke boer die rondjes in plaats van rechthoeken tractorde om de voeren te sparen, en door heel veel keurig land: malsgroene velden, fraaie boerderijen, bochten in de weg met ‘schermen’ van bomen. Na 22 pijlsnelle kilometers door Duitsland (Uelsen-Emlichheim) en de jaknikkers van Bourtangerveen (aardolie) volgen we de oude veenvaarten met gitzwart water waarin de zon oranjerood blust. We slapen bij Trijntje en Jan, Vrienden op de Fiets in Oosterhesselen die zelf ook het Fietserpad hebben gereden. Kenners met tegeltjes-wijsheid. ‘Echte vrienden blijven vrienden’ hangt er boven ons bed.

De volgende ochtend. ‘Hoast hielemaol bleven zoas ’t was’, zegt een boer die zijn hond uitlaat. Trots praat hij over zijn Aalden, een van de mooiste esdorpen van Nederland – twintig boerderijen om een brink met oude eiken. Bovendien op een steenworp afstand van het Sleenerzand, een prachtig bos, met bloeiende vlekken hei, dan het Ellertsveld en boswachterij Grollo bij Grolloo, het dorp van Cuby and the Blizzards. Net voor een daverende onweersbui duiken we het museum in, de boerderij waar de band zes jaar lang heeft geoefend. Vandaar ook de foto’s van Johan Derksen in bruin café Hofsteenge. Hij was hun manager en heeft een buitenhuisje in het fraaie dorp. De kolossale boerderijen hebben er een soort strooien ‘ponykapsel’, net als Johan.

Fietserpad

Waslijntjes en zeepbellen

Na een dampende kop koffie is de lucht nog steeds diepblauw. Diepblauw boven bladstille vennetjes, waar het ruikt naar aarde en dennen. Diepblauw boven het bos, dat vol ligt met gouden kraakblaadjes en knoesten hout met knalgroen mos. Diepblauw boven de vlassige goudgele vlaktes van de Drentsche Aa. Het glooiende beekdal bestaat uit heel veel meanderende diepjes en stroompjes die bij Groningen samenkomen als de Drentsche Aa. We fietsen door een druipend bos, langs naaldbomen met ragfijne spinnenwebben – net waslijntjes vol druppels. Onder een boom op een heuveltje graast een koe, van kont tot kop spant haar vel om dikke spieren. Bij ieder dorp – Anderen, Rolde (het dorp van Bartje), Balloo, Taarlo, Oudemolen en Schipborg – verandert de naam van het riviertje voordat het uitkomt bij het Paterswoldse Meer waar het water wordt opgezwiept. Surfers stuiteren over de golven, Japanners klikken, fietser ploegen voort, allemaal onderweg naar Groningen, waar het Gronings ontzet, Berend Bommen, wordt gevierd. De grachten zijn gevuld met  rubber bootjes, zeepbellen blazende studenten deinen mee op lekkere loungemuziek. Hier slapen of door…?

Fietserpad

Echt héél mooi

We kiezen voor door, want de lucht is goud, de wind een warm briesje en Pieterburen nog maar 30 kilometer verderop. We flitsen langs het Reitdiep, dan over een slingerdijk om boerderijen naar Garnwerd. Het is verhipt met Garnwerd aan Zee; een zandstrandje vol speelgoed en joelende kinderen, een drijvend terras met ouders en oerfrieten. Daar gaat-ie, Schillingeham, Winsum, Mensingeweer, Eenrum en dan nog vijf kilometer voor we Pieterburen binnenrijden. In de schemering kruipen we onder de heaters van ‘Bij de buren van Pieter’, begin- en eindpunt van het Pieterpad. Eigenaar Jeroen schenkt de glazen vol, tot aan het randje. ‘Vijfenveertigduizend Pieterpad-wandelaars per jaar’, zegt hij. ‘Fietsers veel minder.’Tot ze weten hoe mooi het Fietserpad is’, zeggen we. De wind wakkert aan. Morgen nog wel even de Waddenzee aantikken.

 

Gerelateerd

Delen

Waardering
81828
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *