icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Rijnkloof
Reisverhaal

De Rheinroute: fietsen in Zwitserland over EuroVelo 15

  • 26 augustus 2020
  • Door: Kees Lucassen
  • Fotografie: Kees Lucassen

De EuroVelo 15 is een fietsroute, de Rijn volgend, 1230 kilometer lang. Van het Zwitserse Andermatt naar Hoek van Holland. Dat trappen Jelle (15) en ik niet in 10 dagen, al was het alleen maar omdat er onderweg vele afstapwaardigheden lonken. Wij fietsen daarom slechts de eerste 445 kilometer: de Rhein-Route tot Bazel. Van de Duivelsbrug naar de Tuin der Liefde.

Dag 1: Andermatt – Disentis/33 km

Ja-maar-dat-kan-ik-nooit!

Whoeháá!
Een Mietvelo (huurfiets) flitst voorbij, met daarop mijn 15-jarige zoon, Vrijwel even snel als de auto’s en motoren, dalend vanaf de Oberalppas. Het letterlijke hoogtepunt van onze reis over de Rhein-Route (ook wel de R2 genoemd). Gisteren nog zaten we in de Eurocity van Amsterdam naar Bazel, vanwaar we naar Andermatt zijn geboemeld, waar de R2 begint.
“Een klein stadje op een bijzondere plek in de Alpen, verklapte ik al in de trein. Jelle trok een wenkbrauw op. Interesse?  Wellicht, dus ik vertelde verder: “Tussen drie bergpassen − de Furka, de Gotthard en de Oberalp − én een diepe kloof: de Schöllenenschlucht. Tussen steile wanden van graniet buldert daar de rivier de Reuss, waarover rond 1230 de Teufelsbrücke is gebouwd. Dankzij, zo wordt verteld, hulp van duivel, vandaar de naam.  De smalle brug werd een onmisbare schakel in de Gotthard-route. Een erg belangrijke weg naar Italië, ook al kon je enkel maar te voet, te paard of met een ezel over die brug, wat eeuw na eeuw gebeurde. Pas in de 19de eeuw werd hij breed genoeg voor postkoetsen gemaakt, en weer later kwam er zelfs een tweede bij. En morgenvroeg gaan wij de Duivelsbrug zien, op de fiets. Mooi toch? Jelle?”
“Sorry pa, ik had m’n oortjes in. Zei je wat?”

In de garage naast het hotel aan de Gotthardstrasse stonden de Mietvelos braaf op ons te wachten. Fietsen waarop we inderdaad de volgende ochtend over de Duivelsburg reden. Het startpunt van onze reis. Vanaf hier ging het 11 kilometer lang omhoog. Van 1409 meter naar de Oberalppas, 2044 meter hoog. Via loof- en naaldbomen, alpenweide en koebelgeklingel, en met zicht op een drietal piepende bergmarmotten en een adelaar, zwijgend zwevend.
Voor wie nu denkt ‘Ja-maar-dat-kan-ik-nooit!’: je kunt ook met fiets en al per trein omhoog. Maar dat deden Jelle en ik dus niet. Wij trapten richting eeuwige sneeuw. Zwetend en met – op mijn verzoek − de nodige pauzes. Boven op de pas, tussen campers, motoren, bergwandelaars en collega-fietsers, beloonden we onszelf met koude Rivella.
“Hé Jel, toen jij zes was, zijn we vanaf hier naar de Tomasee gewandeld, het bergmeertje dat wordt beschouwd als de Rheinquelle, de bron van de Rijn. Weet je dat nog?” 
“Euh, ja… dus dat hoeven we nu niet meer te doen?”
“Kijk, die bergbeek daar, dat is de Vorderrhein. Oftewel de Rein Anteriur, want waar wij zo naar beneden gaan, daar wordt Reto-Romaans gesproken, de vierde taal van Zwitserland. Wij gaan nu die beek volgen tot in Disentis, een bergdorp met een hagelwit klooster, vele eeuwen oud. En met Hotel Alpsu, ons tweede hotel. Maar nu dus eerst: een uur lang dalen.”
“Whoeháá!”   

Image
Oberalppas

Dag 2: Disentis – Ilanz/43 km

Door de Rijnkloof

De volgende ochtend, als we Disentis willen verlaten terwijl  de kloosterklok negen keer slaat, stuiten we op een bordje: Umleitung Veloroute 2. Waarna we verder fietsen over ‘teilweise ruppige und schmale Naturstrassen’. Lees: brede en smalle bospaden, op en neer dansend. Maar ook komen we door larikshouten gehuchten als Cavardiras en Surrein, met geraniums voor de ramen en een fontein waaruit koel drinkwater klatert. Ondanks de Umleitung en enkele stops voor baby-alpaca’s, wilde orchideeën en een hitsige bok met een mekkerend geitje − staan we al om 12 uur voor Hotel Rätia in het stadje Ilanz. Ons derde hotel. Wat nu?
“Luister, morgen fietsen we boven langs de Rheinschlucht, de Grand Canyon van Zwitserland. Omdat het spoor de rivier volgt, kun je die kloof ook vanaf de bodem zien. Met de trein, vanaf het station hier. Doen?”
“Oké!”, zegt Jelle. “Maar nu eerst Bizzochels mit Zwetschgen.”
“Pardon?”
Grijnzend wijst zoonlief naar het terrasje van Caffè Sil PLaz, waar op een bord de Tagesteller (dagschotel) staat geschreven: Bizzochels mit Zwetschgen. Een soort van ravioli met pruimen, maar dan op z’n Graubündens (want ja, we zitten hier in het kanton Graubünden). Voortreffelijk fietsvoer. Waarmee we ons, innerlijk gesterkt, vergapen aan de Rijnkloof. Als een klein rood rupsje kronkelt de trein langs het woeste water. Tussen kale rotswanden, honderden meters hoog.

Image
Vorderrhein

Dag 3: ILanz – Bad-Ragaz/55 km

“Jawel, klopt! Dit is de oudste stad!

“Dat zou ik even moeten vragen heren”, zegt Ursula, de serveerster van Café Arcas in Chur. De hoofdstad van Graubünden, waar ik zojuist heb gevraagd of het klopt dat Chur tevens de oudste stad van Zwitserland is. Hierna bekijken wij, terwijl ergens een klok twaalf keer slaat, de route van vandaag tot hier toe. Jelle (“De kopman van de Apple-ploeg!”) op zijn smartphone en ik (“De knecht van de Oud-Papier-ploeg!”) op de kaart.
Vanuit Ilanz zijn we eerst gaan klimmen. Over kronkelend asfalt, langs de Rheinschlucht, onder overhangende rotsen en door uitgehakte tunnels. En ook door Valendas en Versam, dorpen met huizen in koekoeksklok-stijl en antieke emaille wegwijzers. Eenmaal Versam voorbij dook de weg omlaag. Haarspeldbocht na haarspeldbocht was goed voor een “überwaltigenden Ausblick’ over de Rijnkloof.
En daar was Reichenau al, waar de Vorderrhein zich bij de Hinterrhein voegt, om hierna gezamenlijk als Rhein verder te stromen (naar Bodensee, Bazel en, uiteindelijk, Hoek van Holland). Na vervolgens een droevig industrieterrein te hebben doorkruist, fietsten we tot in de Altstadt van Chur, waar we in de Obere Gasse op Ursala’s terrasje zijn neergeploft.
“Jawohl, stimmt! Dies ist die älteste Stadt”, lacht de kelnerin, terwijl ze een chocomel en een cappuccino op tafel zet.
“Und jetzt Vati?” vraagt Jelle, wiens Duits met sprongen vooruitgaat.
“Via het station terug naar de R2.”
Ah, der Bahnhof!’
Niet veel later rollen we de stad weer uit. Langs de glinsterende Rijn, die hier zo breed als een voetbalveld is. Cementfabrieken, houtzagerijen, waterkrachtcentrales en wijngaarden glijden voorbij. Dan: Bad Ragaz. “Een boerendorp dat in de 19de eeuw een chique kuuroord werd”, vertel ik. ‘Dankzij geneeskrachtig water uit de Taminaschlucht, een diepe, donkere kloof. Badhuizen en Grand Hotels verrezen, rijk aan kristal, goudverf en vermogende gasten uit vele landen.” 
Jelle: “Maar wij gaan nu zeker voor een eenvoudiger onderkomen?”                 
“Jawohl, stimmt!”

Image
Rijnkloof

Dag 4: Bad-Ragaz – Buchs/38 km

Bliksembezoek aan dwergstaat

Rechts van ons, een bord: Naturschutzgebiet Alpenrheintal, met daarachter de rivier. Breed, mintgroen en slingerend tussen grote kiezel- en zandbanken. We spotten grijze bunkers, de blauwe reiger en de geelgors, naast veel dat zingt, tjilpt en kwinkeleert zonder dat ik er de naam van weet. Maar we horen ook – links van ons een snelweg zaniken. Reden om de Rijn over te steken en zo belanden we in Liechtenstein. Een dwergstaat, met een uitnodigend bankje.
Daar vist Jelle z’n mobieltje uit een fietstas en na hooguit 1 minuut surfen hoor ik: “Wijngaarden pa, al tweeduizend jaar, een middeleeuws slot en Vaduz, de hoofdstad. Met 5000 inwoners, een postzegelmuseum én een historisch café. Gasthof Löwen, uit 1380. Hier staat: Urgemütlich und mit köstlichen Speisen und Getränken. Doen?”
“Aan de Zwitserse kant loopt de R2 naar Buchs. Met zicht op de Appenzeller Alpen, wijngaarden, kasteel Werdenberg én een McDonald’s. Doen?”
Zwijgend bergt de kopman van de Apple-ploeg z’n phone op, waarna we via de Alte Rheinbrücke (uit 1901, van hout en enkel voor fietsers & wandelaars) terug naar Zwitserland keren. Waar hij niet veel later zijn tanden in een Big Mac zet.
“Wat gaan we morgen zien?”
“Waar en hoe de Rijn verdwijnt.”

Image
Alte Rheinbrücke

Dag 5: Buchs – Rorschach/69 km

Foodtrucks met Bodenseezicht

We rijden Buchs uit. Langs lindebomen, als kerktorens zo groot, en klaprozen en korenbloemen, wiegend in de wind. Want die waait vandaag. Hard en tegen.
“Aan de overkant ligt Oostenrijk”, zegt Jelle, knikkend richting Rijn. “Daar werkt mijn 4G.”
Maar nee, wij blijven de R2 trouw, brug na brug negerend.
‘Kaboem!’ Boven Diepoldsau breekt de hemel open. We schuilen onder een brug, samen met nog twee fietsers, een Duitser en een Spaanse.
“Sigues el Rin hasta Holanda?” wil de señora weten.
“No, only to Basel”, zegt Jelle, die nu blijkbaar ook al Spaans begrijpt.
“Adios!’, roept hij, als even later de zon weer schijnt en wij naar Sankt Margrethen fietsen. Een stadje dat bijna op de grens met Oostenrijk ligt.
“De uitgang van het Alpenrheintal”, weet ik. “We kunnen de rivier nu naar Fussach volgen, waar hij in de Bodensee verdwijnt. Of we volgen de Alter Rhein, via Rheineck naar de Bodensee”
“Wat is de kortste weg naar ons volgende hotel?”
“Die via Rheineck.”
“Dan lijkt mij dat de mooiste.”
Een uur later staren we over een schier oneindige blauwe vlakte. De Bodensee, met aan de horizon enkele zeil- en veerboten. Rorschach is niet ver meer. Een badplaats aan het meer, met barok-gebouwen, een badhuis op palen uit 1924 en een promenade met foodtrucks en terrasjes.
“Met wifi en Bodenseezicht”, constateert het talenwonder tevreden.  

Image
Bodensee

Dag 6: Rorschach – Gottlieben/45 km

Pech = geluk, in Romanshorn

Op de kaart volgt de Rhein-Route de oever van de Bodensee. En in het echt doet de R2 dat ook, maar het is niet zo dat je steeds langs het water rijdt. Je rijdt vooral langs een spoorlijn. En langs kleine stationnetjes, villa’s Kakelbont, jachthavens, campings, fruitbomen en wijnranken.
Tenzij je lek rijdt. Wat ik doe bij Romanshorn, na pakweg 15 kilometer.
Zoals gezegd, onze fietsen zijn Mietvelos. Gehuurd bij het Zwitserse Eurotrek, een prima organisatie, die ook alle hotels voor ons heeft geregeld, onze bagage vervoerd en ons heeft voorzien van een lawine aan informatie, naast wat gereedschap, plakspullen en een reserveband. Van ons zul je dan ook geen kwaad woord over Eurotrek horen, al is het nu wel een beetje jammer dat die reserveband 26 inch groot blijkt, terwijl mijn huurfiets 28 inch-wielen heeft. “Fietswinkel op 500 meter”, meldt Jelle, grijnzend naar zijn mobiel.
Zo’n binnenbandwissel, dat kan soms een vervelend klusje zijn. Maar niet in het jofele haventje van Romanshorn, vanwaar we niet veel later, onder luid applaus van klapperende kabels, fluitend verder fietsen. Met hoog boven ons een heuse Zeppelin, komend van Flughafen Friedrichshafen. En aan de horizon, waar de Rijn de Bodensee verlaat, de torens van Konstanz. De Duitse stad waar in 1838 de luchtpionier Ferdinand von Zeppelin werd geboren.
“Ook tjokvol monumenten. Zo staat in de haven staat het beeld van Vrouwe Imperia, met in haar ene hand de Duitse keizer en in de andere de paus, beide in de gedaante van dwergen met een kroon. En daar…”
“Bestellen wij zo etwas zu trinken?” wil Jelle weten.
Jawohl, stimmt! En iets verderop, tussen Bodensee en Untersee, daar ligt het dorp Gottlieben. Zwitsers en stokoud. Met een kasteel en Hotel Zur Krone, dat een terras aan de Rijn heeft. Plus: wifi én twee vette supboards.
“Ons hotel?”
Waarop ik bevestigend knik en zoonlief glimlachend een tandje bijschakelt.   

Image
Gottlieben

Dag 7: Gottlieben – Schaffhausen/45 km

Beautiful! Magnifique! Wunderbar!

Na een puik ontbijt, met zicht op Reichenau, eiland én werelderfgoed, rollen we verder langs de Untersee. Een meer dat steeds smaller wordt en van waaruit de Rijn westwaarts stroomt, richting Schaffhausen. Maar eerst is daar Steckborn, pronkend met zeven torens, en Stein am Rhein, een ronduit sorry voor het cliché – sprookjesachtig stadje. Met middeleeuwse poorten en dito kasteel, heksentoren en talrijke kleurig beschilderde gevels. “Magnifique!” aldus een bolbuikige Canadees. Waar een bleke Brit mee instemt, roepend: ‘Fucking beautiful!’ Niet zo netjes, wel begrijpelijk.   
Wat volgt is minder betoverend. Het bospad bij Bibermühle, een steile kuitenbijter. Waarna we in Duitsland belanden. Wel zo Angenehm, want vergeleken Zwitserland is Duitsland goedkoop. Bij een Lidl slaan we voedsel & drank in en trappen dan naar de Rheinbrücke bij Diessenhofen (Jelle: “Ist auch schön!”).
Vanaf de brug (uit 1816, overkapt & met een tolhuis) volgen we de R2 tot in het hart van Schaffhausen. En jawel, ook dat is een plaatje. Met de fiets in de hand kuieren we langs fonteinen en koopmanshuizen, rijkversierd en uitbundig beschilderd. Zoals Haus Zum Ritter, de Goldener Ochse en de Grosser Käfig.
“Wunderbar!” vindt ook Jelle. “Maar waar is nou die beroemde waterval?”
“Die zien we morgen.”

Image
Stein am Rhein
Image
Untersee

Dag 8: Schaffhausen – Bad Zurzach/45 km

De grootste waterval van Europa

‘Daar! Daar stonden we!’
Wat Jelle roept – boven het gebulder van de Rheinfall uit – klopt helemaal. We waren al eens hier, negen jaar geleden. Toen voeren we in een bootje vanaf de noordoever door de witschuimende golven naar de Mittelfelsen, een grote rots in het midden van de waterval, die we vervolgens beklommen. Vandaag staan we bij een kasteeltje op de zuidoever. Voor een Panoramablick over −
gemeten naar de hoeveelheid vallend water per seconde – Europa’s grootste waterval. Nogmaals wijzend naar de rots, midden in het witte geweld, hoor ik Jelle zeggen: “Dat ik dat toen durfde…”
Dan: Naturpark Schaffhausen en Rheinau, een eiland in een bocht van de Rijn, met daarop een ex-klooster. Samengeklonterde gebouwen uit vele eeuwen.
‘”Met fraaie fresco’s, houtsnijwerk en...”  
“Vandaag gesloten”, meldt de kopman van de Apple-ploeg.  
Waarna de R2 omhoog krult. Richting Teufen en Eglisau. Hier bekijken we het Avia-tankstation, en dan met name het koelvak met fris, want het is heet vandaag. En windstil. De zonnebloemen en wijnranken waartussen we trappen zijn even roerloos als de bunkers en betonflats.
Maar dan: Bad Zurzach. Een bronnenplaatsje. “Zoekend naar zout is hier in 1955 geneeskrachtig water gevonden”, vertelt Angela, de hupse receptioniste van Vital-Boutique Hotel Zurzacherhof. “Water dat helpt tegen vele kwalen. En jullie krijgen nu van mij een kamer, inclusief vrij toegang tot alle baden”, jubelt ze. “Morgen radeln Sie wie wiedergeboren!
Wat Jelle vertaalt als: “Morgen fietsen wij als herboren. Zelfs jij pa.”

Image
Rheinfall

Dag 9: Bad Zurzach – Rheinfelden/50 km

Beuken & bramen, fris & bier

De ochtendkrant voorspelt: ‘Vandaag de heetste dag van het jaar!’ Dus doen we het herboren of niet rustig aan. Eerst naar waar de Aare, de op één na langste rivier van Zwitserland, in de langste stroomt, de Rijn. En daarna langs zowel Kerncentrale Leibstadt als Jurapark Aargau, waar we af en toe stoppen om bramen te plukken. R2-wegwijzers sturen ons over stoffige bospaden. Stroken wit gruis onder grote beuken. “Strade bianche”, aldus het talenwonder.
Bij Laufenburg, bij de Holzbrücke van Bad Säckingen
(uit 1699 en met 203 meter de langste houten overdekte brug van Europa) en bij Mumpf, overal spartelen mensen in de Rijn.
“Helvetiërs en Alemannen, verkoeling zoekend.”  
Zo ook in Rheinfelden, een middeleeuwse vestingstad, waarvan de ene helft in Zwitserland ligt en de andere op de rand van het Zwarte Woud, in Duitsland. 
“Vanaf hier tot aan de Noordzee is de Rijn bevaarbaar”, weet de kopman van de Apple-ploeg.
“Hier staat al sinds 1876 de Feldschlössen-brouwerij”, weet de knecht van de Oud-Papier-ploeg. Waarna we een cola en een bier bestellen. “Ein großes?” wil de serveerster weten.
“Selbstverst
ändlich.” 

Image
Leibstadt

Dag 10: Rheinfelden – Bazel/22 km

Wifi en de Tuin der Liefde

De laatste fietsdag. Naar Bazel, op een steenworp van Duitsland en Frankrijk, is het slechts 22 kilometer. Erg boeiend zijn die niet. Oké, bij Augst kun je een Romeins theater zien, en Prattlen pronkt met antieke zoutboortorens. Doch zoals Luilekkerland is omsingeld door een muur van rijstebrij, zo zit oud-Bazel verstopt achter woon- en industriewijken. Maar eenmaal St. Jakob Park voorbij komen we ogen tekort. Vanaf zowel de zuid- als de noordoever zien we Museum Tinguely, het Papiermühle-museum, het Cartoon-museum, het Kunstmuseum, de Münster (Jelle: ‘In die kerk ligt Erasmus begraven!’), de Mittlere Brücke en Grand Hotel les Trois Rois. Waarna we in de remmen knijpen in de Steinenbachgässlein. Voor Albert Einstein, in kleurige graffiti.  
“Luister, Bazel heeft wel veertig musea”, zeg ik. ‘Maar enkel door de stad lopen, is ook al leuk. Ik stel voor dat we nu naar ons hotel fietsen, douchen, en dan te voet de stad ontdekken. Tijd genoeg. De trein naar huis vertrekt pas morgen, laat in de middag.” 
Een uur later flaneren we over Spalenberg en Marktplatz, langs Teufelhof en Tinguely-fontein. We bewonderen Rathaus en Münster − van buiten en van binnen – en steken dan met een bootje de Rijn over, naar het terras van Café Spitz aan de Rhein-Rivièra.
Es ist alles schön, met dank aan de Rijn”, concludeert Jelle, die zowel geschiedenis als economie in zijn pakket heeft. Pal langs ons tafeltje loopt de EuroVelo 6, de route tussen Atlantische Oceaan en Zwarte Zee. “Die een andere keer doen?”, opper ik.
“In elk geval niet nu”, reageert hij droog, zijn telefoon raadplegend. “Maar ik wil zo wel naar de Barfüsserplatz.”
”Voor het Historisch Museum? Het belangrijkste museum van de Boven-Rijn? Met kostbaar erfgoed, zoals Wilde Mannen op Hertenjacht en de Tuin der Liefde. Wandtapijten als een stripverhalen, uit de 15de eeuw en…”
“Sorry pa, zei je wat? Ik had m’n oortjes weer in. Maar op die Barfüsserplatz zit een McDonald’s. En er is gratis wifi.”

Image
Bazel
Image
Bazel

Praktische informatie

De Rhein-Route

Zwitserland heeft 9 nationale fietsroutes, geschikt voor meerdaagse tochten. Eentje daarvan, de Rhein-Route (R2), is 345 km lang en voert van Andermatt naar Bazel, de Rijn volgend. De route is bewegwijzerd en er bestaan kaarten, gidsen en GPS-bestanden van. Ook vind je de R2, naast veel andere routes, op de Switzerland Mobility-app, die je gratis kunt downloaden. Wie tot Bazel fietst, klimt 3600 meter en daalt er 4800. Pakweg 70 km is onverhard. 

Wel of niet op eigen houtje?

Wie wil kan de Rhein-Route op eigen houtje volgen, en zelf hotels, B&B’s of campings langs de route zoeken. Wij maakten gebruik van een 10-daags arrangement van Eurotrek, een Zwitserse reisorganisatie, waarvan je eventueel ook de helft (Andermatt − Rorschah of Rorschach – Bazel) kunt boeken. Eurotrek regelt dan o.m. hotels met ontbijt, vervoer van bagage, kaarten & info, plakspullen & gereedschap, plus een nummer dat je kunt bellen bij tegenslag.
Prijs (10-daags arrangement): vanaf € 1185. Desgewenst kun je ook een fiets huren.
Meer info: www.eurotrek.ch          

Meer weten?

Een etappe schrappen of inkorten? Overal langs de route zijn er treinstations, groot en klein. Zie ook MySwitzerland.com/rail. En wil je meer weten over een van de genoemde plaatsen? Over Bazel, Schaffhausen of de Rheinschlucht? www.myswitzerland.com is een uitstekende Nederlandtalige site voor héél Zwitserland.   

Image
Rijnroute