icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Vennbahnradweg, mensen, fietsen, helmen, Duitsland
Reisverhaal

Fietsroute Vennbahn Radweg

  • 14 maart 2019
  • Door: Erik Van de Perre
  • Fotografie: Erik Van de Perre

De in 2013 geopende Vennbahn Radweg was een instant succes. De Vennbahn fietsroute volgt het tracé van de voormalige Vennbahn spoorweg op het grondgebied van Duitsland, België en Luxemburg. Een groot deel van de Vennbahn fietsroute ligt binnen het mooie Duits-Belgische Natuurpark Hoge Venen-Eifel. Een traject van 125 kilometer langs stille dalen, ruige hoogten en verlaten stationnetjes, gekruid met sterke smokkelverhalen.

Over de Vennbahn

Route: De Vennbahn Radweg werd aangelegd op een oud spoorwegtracé. De lengte is 125 km.
Zwaarte: Eenvoudig.
Navigeren: De Vennbahn Radweg is in beide richtingen gemarkeerd met een blauw-geel logo.
Beste seizoen: Van mei tot oktober. Dit is ook de droogste periode. De wintermaanden zijn vaak koud en nat (incl. sneeuwval). Mijd het populaire Monschau tijdens weekends of feestdagen, omwille van de grote drukte.
Vervoer naar: Aken, het beginpunt, ligt op 200 km van Utrecht en is goed per trein bereikbaar. Vanuit Troisvièrges kun je terug naar Aken per trein (beperkt fietsvervoer), met 2x overstappen. Via de lokale VVV kan alternatief een taxi met fietstransport worden geregeld.
Overnachten: Langs de route vind je op regelmatige afstanden logies voor elk budget.

Voor het Deutsche Reich was de aanleg van de Vennbahn van vitaal belang voor het vervoer van kolen en ijzererts tussen de industriecentra van Aken en Luxemburg. De opening van de "spoorweg van de Hoge Venen" in de jaren 1885-89 ging dan ook gepaard met grote feestelijkheden. Bijna overal werd de eerste trein met fanfaremuziek en kanonschoten onthaald. Na de Tweede Wereldoorlog boerde de Vennbahn echter fors achteruit. In de jaren 80 werd de spoorlijn opgedoekt en ten slotte omgetoverd tot een prachtige fietsroute.

Image
Vehnbahn-fietsen-radweg-duitsland_1-600x397.jpg

Vennbahn, eerste stop

We zijn nog maar net Aken uit, de stad van Keizer Karel, wanneer de beboste heuvels van de Hoge Venen zich in de verte aftekenen. Weldra schuift Kornelimünster voorbij, een bedevaartsoord dat in de middeleeuwen populair was bij de boeren. Een bedevaart naar Cornelymünster gold als prima investering tegen gekkekoeienziekte. Cornelius is immers patroonheilige van het hoornvee. Tegen zomerse stortbuien heeft echter ook de heilige geen recept...

Image
Vennbahn-3-600x397.jpg
Aken is de start.

De plensbui spoelt ons zo het stadje Walheim binnen. Bij het station wordt gelast, gehamerd, geschroefd en geschilderd. Op de sporen staan drie "Henschel"-locs uit de jaren 50, die door de Eisenbahnfreunde Grenzland worden gerestaureerd. Hun droom: een museumspoorweg van Stolberg naar Eupen. In Raeren zetten we voor het eerst voet op Belgische grond. Het stationnetje ligt er verlaten bij. Sombere bakstenen muren, afbladderende verf, een verroeste stoomlocomotief voor de deur. Uit het onkruid steekt een stel verroeste armseinen de kop op. Op een zijspoor parkeren "vergeten" wagons en locomotieven...

Image
EVDP-36-Kalterherberg-Vennbahn-600x399.jpg

Winstgevende smokkel

Voorbij Walheim begint de Vennbahn aan haar klim naar de Hoge Venen. In Roetgen rollen we opnieuw Duitsland binnen. Het is niet de laatste keer dat we de grens oversteken. Op een afstand van 35 km gebeurt dat liefst elf keer! Een gevolg van de Vrede van Versailles, waardoor de Pruisische kantons Eupen en Malmedy na de Eerste Wereldoorlog als herstelbetaling bij België werden gevoegd. Om oeverloze grenscontroles te vermijden, werd ook de spoorweg dan maar tot Belgisch grondgebied gebombardeerd. Het gevolg: tussen Raeren en Kalterherberg passeer je niet minder dan vijf Duitse exclaves!

Het bizarre grensverloop was een kolfje naar de hand van smokkelaars.  Vooral de koffiesmokkel leverde in de jaren na de Tweede Wereldoorlog een aardige stuiver op. Op sommige plaatsen, zoals Mützenich, deed zowat iedereen eraan mee. Dat was niet ongevaarlijk. Op een bepaald moment zat het gros van de kudde van de plaatselijke pastoor Scheidt in de Keulse gevangenis "Klingelpütz" achter slot en grendel.

Image
Vehnbahn-fietsen-radweg-duitsland_11-600x397.jpg
De maximale stijgingsgraad bedraagt 1,7 %!

De Hoge Venen in

Eindeloze dennenbossen glijden voorbij. Hogerop glinsteren moerassen in de avondzon. Tijdens de bloeiperiode van de Vennbahn werd in de Hoge Venen ook nog volop turf gestoken. Uit die dagen stamt haar bijnaam Bimmelbahn: als waarschuwing voor de turfstekers luidde de machinist aan iedere overweg een bel.

In de avondschemering rollen we Monschau binnen. Kromme, geplaveide straatjes met statige vakwerkhuizen zomen de oevers van de Rur, die door een nauw dal stroomt, beheerst door een machtige burcht. Prachtige herenhuizen ademen de sfeer van de late 18de eeuw, toen de lakennijverheid Montjoie tot bloei bracht.

Image
Vennbahn-6-600x397.jpg
Monschau.

Bij Kalterherberg slaat het paapje toe. Fietsers moeten hier het tracé van de Vennbahn verlaten, aangezien er een - jawel één! - broedpaar van het paapje nest. Een beschermd zangvogeltje, dat geen fietsende pottenkijkers duldt! Vreemd genoeg lijken noch de dagelijks voorbij denderende draisines noch het kanonnengebulder in het nabije militaire kamp Elsenborn het beestje te kunnen deren.

Bij Sourbrodt pikken we de draad weer op. Voor ons ontrolt zich een zacht golvend heuvellandschap. Uitgestrekte weiden vol paarden wisselen af met plukjes bos en kleine valleitjes. In Born glijden we onder de Freiherr von Korff-viaduct (1916) door, een overblijfsel van de "Grote Oorlog", toen over deze brug troepen naar het westfront rolden.

Image
EVDP-14-Kornelim++nster-Vennbahn--600x399.jpg

Slotetappe Vennbahn Radweg

De slotetappe van St. Vith naar Troisvierges is misschien wel de mooiste. Vooral het traject door de vallei van de Our met haar fleurige bloemenweiden en steile, beboste hellingen mag er wezen. De spoorwegbouwers bezorgde de grillige topografie uiteraard de nodige kopzorgen. Nergens anders moesten zoveel tunnels en bruggen worden gebouwd. De langste tunnel is de Grenzlandtunnel (790 m) tussen Lengeler en Wilwerdange. Boven de tunnel lag vroeger een café. André Kleis, een boer uit Lengeler, herinnert zich nog goed wat dat betekende: "Telkens wanneer de stoomtrein de tunnel in dook, rinkelden in het café de glazen op de toog en rammelden de borden in de keuken."

Voor fietsers is de tunnel taboe. En eens te meer gooit een beestje roet in het eten: de meervleermuis. 300 exemplaren van deze zeldzame vleermuissoort heben beslag gelegd op de tunnel. En zolang deze gezellige nachtdiertjes het in de donkere, vochtige pijp naar hun zin hebben, moeten fietsers maar omrijden...