icon-mouse icon-mountain icon-facebook icon-instagram icon-pinterest icon-twitter icon-youtube icon-close icon-zoek icon-triangle-left icon-triangle-right
Image
Frankrijk, foto van de Alpen, basiscursus alpinisme
Blog

Basiscursus alpinisme in Franse Alpen

  • 26 april 2012
  • Door: Petra Strijdhorst
  • Fotografie: Petra Strijdhorst en Chris Rinckes

Op Pad redactrice Petra Strijdhorst volgt een basiscursus alpinisme bij berggids Martijn Schell. Haar doel: na afloop met meer ervaring, kennis en kunde de bergen in trekken. Wat doe en leer je eigenlijk op zo’n cursus?

Wat is alpinisme?

Alpinisme is een vorm van bergsport, ontstaan in de Alpen, waarbij je zelfstandig bergen beklimt met behulp van zekeringstechnieken en materialen. De Koninklijke Nederlandse Klim- en Bergsportvereniging (NKBV) maakt onderscheid tussen klassiek en modern alpinisme: ‘Bij de klassieke vorm is de top het doel en wordt meestal de makkelijkste weg genomen. Bij het moderne alpinisme is het behalen van de top bijzaak. Het gaat om het beklimmen van de route en vaak leidt deze niet eens naar de top.’

Kennismaken met een landschap van 3000 meter en hoger

De basiscursus alpinisme vindt plaats in het grootste nationale park van Frankrijk: het Parc National Des Ecrins (‘park der juwelen’ in het Frans). Binnen de grenzen van het park vind je geen dorpjes, autowegen, kabelbanen, ­tunnels, skipisten of campings. Wat je er wel vindt: grillige bergen en grootse gletsjers. Ideaal oefenterrein voor beginnende bergsporters. Tijdens de cursus overnacht je in twee verschillende berghutten. De Ecrins-hut ligt op 3175 meter en is de hoogste van de twee. Je kunt hier al een lichte vorm van hoogteziekte krijgen in de vorm van hoofdpijn en misselijkheid. Veel drinken helpt (een liter of drie per dag) waarbij drankjes met suiker (bijv. cola of thee met suiker) niet mogen ontbreken. Je moet rust houden en wachten met verder stijgen tot de verschijnselen weg zijn.

Lopen

De cursus begint met diverse oefeningen om ‘opnieuw’ te leren lopen. Belangrijk in de bergen: bewust je voeten neerzetten, zodat je altijd in balans bent en blijft. Gouden tip van Martijn: zorg ervoor dat tijdens het lopen (ook bij (steil) klimmen en dalen) je zwaartepunt boven je voet ligt. Je zwaartepunt zit achter je navel. Niet naar achter hangen (dan glijd je naar beneden) niet naar voren hangen (dan val je). Lopen op stijgijzers is een apart verhaal. Het is wennen om met 1 kilo extra aan je voeten (het gewicht van een stel stijgijzers) te lopen.

Volgens Martijn kost 500 gram per voet evenveel extra energie als 2,5 kilo extra gewicht in je rugzak. Je moet je voeten iets wijdbeens neerzetten, ­anders haal je je broek open. En zet je voeten stevig neer want als de punten niet in het ijs prikken, heb je geen grip. ‘De looptechnieken zijn nog maar net uitgelegd en ik haal mijn broek al flink open. Inclusief een flinke jaap in mijn onderbeen. ‘Wijdbeens lopen, wijdbeens lopen’ herhaalt zich de rest van de week als mantra door mijn hoofd.’

Een tocht plannen

Als je tocht (deels) over sneeuw en ijs gaat, moet je vroeg vertrekken. Om vier uur ’s ochtends ­ontbijten is dan ook heel normaal in een berghut. Later op de dag verandert de zon de ondergrond in een pap waar je diep in wegzakt. Dat is niet alleen zwaar ­lopen en onpraktisch, maar ook gevaarlijk. Sneeuwbruggen over gletsjerspleten storten een stuk sneller in als het warmer wordt. Bekijk vooraf op een gedetailleerde kaart en/of in een routebeschrijving wat voor terrein je kunt verwachten. Probeer de route in gedachten vast een keer te lopen. Zo is de kans minder groot dat je verkeerd loopt. Bekijk als het ­mogelijk is vanuit de verte het terrein waar je gaat lopen en ­bedenk vooraf verschillende ­alternatieven voor het geval plan A toch niet uitvoerbaar blijkt.

Knopen

De acht, de teruggestoken acht, de halve mastworp en de hele mastworp zijn belangrijke knopen voor klimmers. Je bindt je er bijvoorbeeld mee aan het touw. Op oppad.nl vind je een pdf met stap-voor-stap foto’s die laten zien hoe je deze knopen legt.

Valtechnieken

Vallen met stijgijzers is geen pretje. Niet omdat je zelf in de punten valt, maar omdat je niet snel met je stijgijzers kunt remmen en je snel vaart maakt. Rem je als je al vaart hebt, dan is de kans groot dat je omklapt, wat breekt en/of ­alsnog doorglijdt. Tijdens de cursus doe je remoefeningen zonder stijgijzers in de sneeuw. Als je gaat glijden is het zaak om je voeten in de ­valrichting te krijgen met je buik richting sneeuw. Duw de doorn (punt) van de pickel in de sneeuw, span je lichaam en strek beide armen.

IJsklimmen

IJsklimmen is zwaar. Maar als het lukt, krijg je er een enorme kick van. Je ramt afwisselend een pickel of de voorkanten van je stijgijzers in het ijs. Als het steiler wordt, klim je al snel met twee pickels; in iedere hand eentje. Doordat de doorn van de pickel gebogen en gekarteld is, blijft hij al snel haken in het ijs. IJsklimmen doe je als er een stuk ijs op de route naar de top is en - in noodsituatie - als je in een gletsjerspleet valt. Als de ijsomstandigheden goed zijn, kun je er zelf weer uit klimmen. Om te kunnen ijsklimmen, moet je minimaal met zijn tweeën zijn. Je partner zekert je, zodat je bij een val niet op de grond terecht komt. Het klimtouw veranker je met behulp van ijsboren in het ijs.

Rotsklimmen

Als er een gevaarlijk stuk op de route naar de top ligt, bijvoorbeeld omdat het steil is, je weinig houvast hebt of omdat er veel losse stenen liggen, kun je ervoor kiezen om gezekerd naar boven te klimmen. Je moet in dat geval minimaal met zijn tweeën zijn. De eerste klimmer is de voorklimmer. Hij bevestigt het touw op regelmatige afstand aan de rots vast. Als je op een behaakte route klimt, klik je een karabiner van een setje in en haal je het touw door de tweede karabiner. Pas als je een standplaats hebt gemaakt waarmee je de tweede klimmer kunt zekeren, komt die omhoog. Hij neemt alle setjes mee omhoog. Als je zelf je route uitzet, kun je gebruik maken van uitsteeksels, nuts en friends om het klimtouw te zekeren aan de berg.

Lopen over een gletsjer

Omdat gletsjers vol zichtbare en onzichtbare spleten zitten, loop je op zo’n ijsmassa altijd aan een touw. Wanneer iemand in een spleet valt, moeten de anderen alert reageren zodat ze door af te remmen met pickels en stijgijzers zelf niet in de spleet getrokken worden. Zorg er tijdens het lopen voor dat het touw tussen twee personen niet slap komt te hangen. Dan krijg je een flinke klap als één van de twee valt. Houd voldoende afstand tot je voorganger voordat je inbindt. Zo voorkom je dat je met twee man op een sneeuwbrug komt te staan, waardoor de kans groter is dat de brug instort. Grofweg kun je de volgende afstanden aanhouden: tweemans touwgroep: minimaal twaalf meter, driemans touwgroep: twaalf meter, viermans touwgroep: acht meter. Een viermans touwgroep heeft de voorkeur boven twee groepen van twee, want het is al hard werken om met drie man één vallend persoon tegen te houden. Tijdens de cursus oefen je gletsjerspleetreddingen.

Wie is Martijn Schell?

Martijn (1974) is één van de zes Nederlandse UIAGM (Union Internationale des Associations des Guides de Montagnes) erkende berg- en skigidsen. Sinds 2003 woont hij al in de Alpen om daar vandaan bergsportcursussen te geven en expedities te leiden over de hele wereld.

Zelf op cursus bij Martijn?

Dit jaar organiseert Martijn Schell de basiscursus alpinisme van 15 t/m 21 juli. Voor € 850 krijg je een week lang les en verblijf op basis van halfpension. Je hoeft geen uitgebreide ervaring in de bergen te hebben om mee te doen, maar een goede conditie is wel vereist. Kijk op www.martijnschell.nl voor het complete programma.