Wandelen in de Brecon Beacons, Wales

In de meeste berggebieden van Engeland mag je ook buiten de paden wandelen en struinen waar je maar wilt. In de Brecon Beacons in Wales, een leeg bergland van groene afgeplatte toppen en steile hellingen, zorgt dat voor een ongekend gevoel van vrijheid. Jolanda Lischooten ging voor ons op pad in dit gebied.

De feiten in het kort

Korte impressie van het gebied: In dit gebied liggen de hoogste pieken van zuidelijk Groot Brittannië, overwegend groene bergen met afgeplatte toppen en steile hellingen. Het gebied bestaat uit vier delen: het westelijke Black Mountain is het meest wild en eenzaam; ten oosten daarvan liggen de heuvels van Fforest Fawr die lager en minder ruig zijn; centraal liggen de Brecon Beacons zelf (waar de hoogste toppen en de meeste wandelaars te vinden zijn; hier ligt ook het Nationaal Park) en helemaal oostelijk liggen de Black Mountains (lekker verwarrend).
Gemaakte tochten: Twee lange dagtochten en een 5-6 daagse trekking.
Zwaarte: Geen moeilijk bergterrein maar grote dagafstanden met redelijk wat stijgen en dalen (gemiddeld 600 m per dag). Overwegend prettig wandelterrein, al kan regen de toch al zompige bodem behoorlijk drassig tot onbegaanbaar maken.
Moeilijkheidsgraad: Eenvoudig tot matig zwaar. Regelmatig over paden maar ook delen door padloos hoogveenterrein
Navigeren: Kennis van kaart en kompas noodzakelijk. Mist en harde wind komt hier vaak op de bergruggen voor, wat de aanvankelijk zo eenvoudige tocht een geheel ander karakter geeft. Het pad is ineens onvindbaar en er moet m.b.v. kaart en kompas (gps als back up) genavigeerd worden! Onderweg weinig markeringen en als ze er zijn, meestal zeer divers en weinig consequent.
Beste tijd: Juni (meest rustig). Juli en augustus zijn drukker. Lang daglicht noodzakelijk vanwege forse dagafstanden.
Ernaartoe: Bijvoorbeeld vliegen naar Cardiff International Airport en daar de trein naar Abergavenny (aan de westkant van het gebied) of Llandovery (aan de oostkant). www.nationalrail.co.uk. www.traveline.org.uk. Met de Beacons Bus kun je vanaf treinstations naar kleinere dorpen langs de rand van het gebied komen. Met eigen auto: bijvoorbeeld de oversteek Duinkerken-Dover nemen en dan nog ca 300 km rijden.
Overnachten: Wildkamperen is niet toegestaan. B&B’s, jeugdherbergen, Inn’s.


Welk startpunt ik ook kies, de Brecon Beacons blijven me verbazen. Het eerste uur ben ik doorgaans bezig om via een wirwar van Public Footpath’s alle hekken, steenmuurtjes, boerderijen en met kolen gestookte kachels achter me te laten. Om eerlijk te zijn: ik ben geen fan van Public Footpath’s. Ik besef heus wel dat dit een uniek systeem is dat zomaar toegang verschaft om dwars door weilanden, langs akkers en over boerenerven te wandelen. Maar ik voel me een insluiper als ik ’s ochtends in alle vroegte over iemands erf scharrel op zoek naar een aanwijzing hoe ik er in godsnaam zo snel mogelijk weer vandaan kom. Als de hond dan aan slaat – en natuurlijk zijn er altijd honden – gutst het klamme zweet van mijn rug.

Misschien is juist daarom het moment waarop ik het laatste hek overstap altijd weer overweldigend. Ineens strekt zich een leeg, onbewoond berggebied voor me uit zonder verplichte paden en zelfs zonder markeringen. Het enige en laatste bord dat ik dan nog tegen kom, spreekt boekdelen: ‘Open Access’ is alles wat erop staat. Sinds mei 2005 verschaft dit de bergwandelaar in heel Wales een ongekende vrijheid om door de heuvels te struinen zonder je per se aan de paden te houden. Wildkamperen is weliswaar nog altijd taboe (daarvoor moeten we noordelijker, naar Schotland, reizen) maar toch benadert deze ‘Countryside and Rights of Way Act’ de kern van bergwandelen, die immers alles met vrijheid te maken heeft.

Wales is altijd een apart gebied binnen Groot-Brittannië gebleven. Met een taal die uit oudere tijden stamt. ‘Bannau Brycheiniog’ zeggen ze hier voor Brecon Beacons. In zuidelijk Groot-Brittannië vind je geen hogere bergen. De Brecon Beacons vormen een uitgestrekt berggebied vol afgeplatte toppen met steile kliffen. Ideaal wandelterrein voor wie van uitzichtrijke graatroutes en weidse, ruige landschappen houdt.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Geen beter excuus dus om vandaag dan meteen maar de hoogste, Pen Y Fan met zijn 886 m, te beklimmen. Pen Y Fan mag dan wel de hoogste heten, maar in de klimwereld stelt zo’n heuvel van ruim achthonderd meter natuurlijk niets voor. De bergtoppen van de Brecon Beacons, met hun zicht op zowel het lege als het bewoonde land, beklim je dan ook niet om naam te maken. Zelfs niet ter verzameling, want hier zijn geen Munro’s en geen belangrijke races. Deze bergen staan op zichzelf en hierover wandelen, ze een voor een bezoeken en er een tijdlang zitten, stil om je heen kijkend, is alles wat ze te bieden hebben. Meer dan genoeg dus. Deze eeuwenoude rotsen, opgebouwd uit sediment van vroegere rivieren en vormgegeven door de schurende werking van het landijs, ontrafelen hun verhaal gaandeweg tussen dal en top. Met onverwachte boskloven vol watervallen, met een ontzaglijk groot grottenstelsel dat als een gatenkaas de berg uitholt maar ook met kaal geblazen heuvels en blauwe bergmeren. Hier geldt wat tot bergwandelwet nummer één verklaard zou moeten worden, namelijk dat niet de top, maar de hele weg erheen en ervandaan boeit.

Hier in de Brecon Beacons zou je niet zozeer van klimmen moeten spreken als wel gewoon van lange-afstands-wandelen-op-hoogte, want eenmaal op weg – voorzien van thermosfles en uitgebreide lunch – wil ik geen genoegen nemen met ‘alleen maar’ een heen-en-weertje naar de top van Pen Y Fan. Dat zou werkelijk een belediging zijn voor de grandeur van het Brecon Beacons Nationaal Park: ik zou dan namelijk uitsluitend over populaire drukbelopen paden wandelen. Terwijl die ruige weidsheid juist in urenlange stilte het meest tot zijn recht komt. Of zoals de Schot John Muir het treffend verwoordde: “I only went out for a walk, and finally concluded to stay out till sundown, for going out, I found, was really going in.”

Die tijdloze afzondering vind ik door een serie rollende bergruggen rondom het Neuadd Reservoir aaneen te rijgen. De Britten noemen zoiets een ‘Horseshoe’ en per definitie zijn dat niet de kortste routes. In de acht uur die tussen start- en eindpunt liggen, krijg ik werkelijk alle weertypes over me heen die Erwin Krol de afgelopen vijf jaar voorspeld heeft. En het is merkwaardig: ter plekke kan ik zo’n plotselinge hoosbui vervloeken, maar als dan een bergrug verderop de zon ineens die woeste heuvels fel verlicht, dan ben ik alle ongemak direct weer vergeten en blijft alleen die aangename voldoening achter die ik maar gewoon geluksgevoel noem.

Het is mensenleeg land daarboven in de Brecon Beacons. Althans, dat zou je op het eerste gezicht denken. Nergens een weg, een restaurant of een kabelbaan. Toch is hier van echte wildernis geen sprake. Want zodra je een hoogste punt bereikt, is daar het zicht op de omliggende dorpen en de industrie van Wales. Een deel van het berggebied de Brecon Beacons is weliswaar sinds 1957 een Nationaal Park, maar toch is dit landschap een cultuurproduct dat in de loop van vele eeuwen is ontstaan. Al vijfduizend jaar voor onze jaartelling, werden de bomen hier gekapt en met de overal aanwezige stenen zijn eerst grafkelders gemaakt en menhirs opgericht, vervolgens forten en kastelen gebouwd en tenslotte kalksteengroeves gegraven. De mens heeft zijn sporen duidelijk nagelaten in de Brecon Beacons maar dit soort tekenen van beschaving ervaar ik niet als storend – waarschijnlijk omdat ze inmiddels grotendeels opgenomen in het bergland zijn.

Hierbuiten, urenlang wandelend in de wind, begin ik de Brecon Beacons steeds meer te waarderen. Want ondanks alle hekken en borden met verboden of verplichte toegang, staat daar een stel stoere bergen met hetzelfde massieve voorkomen als duizend jaar geleden. Waar wij wandelaars vrij toegang hebben. Open Access. Dit recht vrij door de bergen te zwerven, nu eens links omdat je meent een vossenhol daar onderaan die helling te zien, dan weer rechts omdat je bij dat meertje lunchen wilt, is waardevol in een wereld waarin we dikke muren tussen ons en de natuur optrekken. Die muren noemen we luxe. Maar daarboven met de zon op mijn natgeregende wangen, mis ik alle luxe niet. Want iets van de oerkracht blijft intact en dat is – veel meer dan de top – wat ik steeds weer in de bergen zoek.


Open Access

De ‘Countryside and Rights of Way Act 2000’ biedt vrije toegang buiten de reeds bestaande paden (de zgn. Public Rights of Way) voor wandelaars in de meeste berggebieden (ook bossen, heide- en hoogveengebieden) van Engeland en sinds 2005 omvat dit recht ook Wales . ‘Open Access’ houdt in dat je buiten de paden mag wandelen, rennen of klimmen (dus niet wildkamperen!). De toegang tot deze gebieden is gemarkeerd met een rond bruinwit bordje waarop een wandelaar te zien is; zo’n zelfde bordje met een rode streep erdoor geeft aan dat je het gebied met vrije toegang verlaat en je dus weer de aangegeven paden moet volgen. Op de Ordnance Survey-kaarten zijn gebieden met ‘open access’ voorzien van een geel gearceerde rand. Gebieden met ‘open access’ zijn evengoed meestal privé-eigendom van boeren of landheren en vaak grazen er schapen. Honden dienen aangelijnd te blijven tussen 1 maart en 31 juli. Laat hekken zoals je ze aantreft (open dan wel gesloten). Tijdelijk kan een landeigenaar restricties opwerpen voor zijn grond, deze worden dan ter plekke middels informatiepanelen kenbaar gemaakt.


De Welsh pony

In de bergen van Wales – en zeker tijdens de Llanbedr Horseshoe dagtocht – heb je grote kans een kudde halfwilde Welsh pony’s tegen te komen. Het is een oud en klein paardenras met een enorme taaiheid. Door de vermenging met oosterse paardenrassen (waaronder Arabische paarden) tijdens de kruistochten en de Romeinse overheersing, heeft de Welsh pony zijn verfijnde trekken gekregen. Het dier leeft al eeuwenlang in de afgelegen streken van Wales, ondanks verwoede pogingen van koning Hendrik VIII die in de 16e eeuw alle wilde pony’s uit zijn koninkrijk wilde vernietigen (uit angst dat de zwaardere legerpaarden met dit kleine ras zouden vermengen). In later tijden is de Welsh pony juist weer opzettelijk met zware paarden gekruist om een bruikbare pony te fokken voor in de kolenmijnen. De pony’s die je tijdens wandeltochten als die rondom Llanbedr tegenkomt, zijn originele Welsh Mountain Hill pony’s die sinds 1901 in een stamboek zijn vastgelegd. Sinds 1998 zijn ze door de Engelse Stichting Zeldzame Huisdierrassen op de lijst van bedreigde diersoorten geplaatst aangezien hun aantal drastisch verminderd is de laatste honderd jaar.


Dag-tot-dag routebeschrijving

Dagtocht Llanbedr Horseshoe

Uitzichtrijke en eenzame rondtocht door de Black Mountains, een aaneenschakeling van wilde bergruggen inclusief de hoogste top Waun Fach (811 m).

11 uur: 27 km waarbij 900 m stijgen en dalen.

Wandelterrein: Matig zwaar. Overzichtelijke groene bergruggen, regelmatig stijgen en dalen, maar zeer geleidelijk. Grotendeels padloos door hoogveen.

Navigatie: eenvoudig tot matig moeilijk. Alleen markeringen rondom Llanbedr, verder geen. Route spreekt grotendeels voor zich maar wordt lastiger (weinig markant) op de plateautop Waun Fach.

Startpunt/eindpunt: Llanbedr, dorp (nabij Crickhowell aan de A40).

Dagtocht Craig y Fan Ddu & Pen y Fan

Uitzichtrijke rondtocht door Brecon Beacons National Park over eenvoudige bergruggen naar de hoogste en populaire top Pen Y Fan (886 m).

7,5 uur: 18 km waarbij 800 m stijgen en dalen.

Wandelterrein: eenvoudig. Overwegend over paden, nergens steil. Wel regelmatig stijgen en dalen.

Navigatie: eenvoudig. Meestal duidelijke paden en anders goed herkenbaar terrein.

Startpunt/eindpunt: Parkeerplaats westelijk van Talybont Reservoir, stuwmeer. (ca. 15 km zuidelijk van Brecon)

Trekking Black Mountain, Fforest Fawr & Brecon Beacons

Afwisselende en eenvoudige rondtocht zowel door eenzame delen van het nationaal park (Black Mountain en Fforest Fawr) als over de populaire toppen van de Brecon Beacons. Rollende bergen met weidse uitzichten waarbij alleen in de Black Mountain het in cultuur gebrachte land ver weg lijkt. Verrassend beboste kloofdalen met spectaculaire watervallen.

Meerdaagse tocht van 5-6 dagen.

Wandelterrein: overwegend eenvoudig over paden, af en toe kleine delen padloos door hoogveen en heide; weinig grote hoogteverschillen.

Navigatie: overwegend eenvoudig, soms gemarkeerd, bij padloze delen matig moeilijk.

Startpunt/eindpunt: Llanddeusant, dorp (ca 10 km zuidelijk van Llandovery).

Meer informatie over wandelen in de Brecon Beacons?
Download de uitgebreide informatie PDF en de GPS-bestanden onderaan deze pagina.

Lees ook:

Downloads


Gerelateerd

Delen

Waardering
2654
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *