Wandelen op z’n Engels

Quintessentially. Ik vind het een van de mooiste Engelse woorden. Typisch, betekent het. Een woord dat helemaal opgaat voor de Cotswolds. Met hun honingkleurige dorpjes, stenen muurtjes langs de weg, witte pubs met donker bier en manors met uitbundige tuinen zijn de heuvels ten noorden van Bath door en door Engels. En natuurlijk kom je er ook een excentriekeling tegen, anders ben je niet echt in Engeland.

We zijn nog niet begonnen met lopen of we slaan al een stuk over. Het is warm in de Cotswolds en dat is ‘the talk of the day’. Gisteravond onder de appelbomen in de beer garden ging het nergens anders over – okee, de onverwachte successen op het WK voetbal kwamen ook voorbij – en de eerste levende ziel die we op weg naar onze eerste wandelkilometer tegenkomen klampt ons bezorgd aan: ‘Are you walking today? How far? You know it’s going to be hot?‘ Juist om die reden hadden man, zoon en ik bedacht onze eerste dagwandeling een stukje verderop te beginnen dan het oorspronkelijke plan was. Het gebied is nieuw voor ons, we weten nog niet goed wat we kunnen verwachten qua terrein en schaduw en zon en waterbevoorradingsmogelijkheden onderweg. Bij Seven Springs knopen we de veters van de wandelschoenen dicht. Zeven bronnen vormen hier de oorsprong van de Theems. Althans volgens de ene lezing; een andere beweert dat de rivier 18 kilometer zuidelijker, bij Cirencester, ontspringt. In de jaren dertig waren de twee oorsprongen van ’s lands belangrijkste rivier onderwerp van pittige discussies in het Lagerhuis. Overeenstemming over dit toch wel penibele punt werd tot op de dag van vandaag niet bereikt. Typisch Engels, zullen we maar denken.

Cricket op zondag

Typisch Engels, dat zíjn Cotswolds. Geografisch valt er een ander op af te dingen, maar iedere inwoner van het koninkrijk weet dat de langgerekte heuvelrug ten noorden van Bath het hart van het land vormt. De heuvels rollen, de honingkleurige cottages hebben leistenen daken, stokrozen sieren de gevels, gestapelde stenen muurtjes slingeren door de weilanden, de manors hebben uitbundig gekleurde bloementuinen, op zondag wordt er cricket gespeeld en in de pub drinkt men cider en bier zonder schuim. De kalkstenen rotsen in de Cotswoldsbodem maken deel uit van een massief tussen Lyme Regis in Dorset en Whitby, 500 kilometer naar het noordoosten. De steensoort is ook boven het aardoppervlak niet te missen. Huizen, boerderijen en kerken zijn uit de gele steen opgetrokken, net als de gestapelde muurtjes langs wegen en weilanden.

Cotswolds

In de plooien van de heuvels

Op weg naar Cleeve Hill, met 330 meter het hoogste punt van de Cotswolds, lopen we over stijgende bospaden, dwars door glooiende weilanden met schapen, een vlinderreservaat met kniehoog gras, over boerenerven, langs graanvelden en kolossale eiken, beuken en esdoorns. We volgen graag het voorbeeld van de schapen. De bomen zijn welkome plekjes om even voor de zon te schuilen. De dorpjes liggen beschut in de plooien van de heuvels. Stompe vierkante kerktorens, zoals je ze alleen in Engeland hebt, verraden hun ligging al van verre. De warmgele gevels worden gesierd door bonte geraniums in hanging baskets, cabrio’s schuiven door de hoofdstraten, op de terrassen nuttigt men – met hoog rietenhoedjesgehalte – cream tea met scones. Kun je het nog Engelser krijgen?

Ja, het kán. At your service. Leer mij een Engelsman of -vrouw kennen die niet graag een praatje aanknoopt… De omstandigheden zijn er natuurlijk ook naar – ‘warm hè? hoeveel kilometer nog? kan ik verderop iets te drinken kopen?’ – maar werkelijk iedereen die we op ons pad tegenkomen, houdt halt voor een babbeltje. Ook de humor die tot het Britse standaardrepertoire behoort, is meestal niet ver weg. ‘Oww, are you in my way?’ schaterlacht een wandelaar die pauze houdt pal voor het hek waar ik graag door wil. Om meteen daarna met een breed armgebaar ruimte te maken. Zo zijn ze ook, every inch a gentleman.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Haven tussen de lavendel

En geen Engeland zonder tuinen natuurlijk. Op een terrasje in Chipping Campden lag de Cotswolds-reisgids tussen onze glazen cider. ‘Oww,’ boog een voorbijganger zich naar ons toe, zoeken jullie nog een mooie tuin? Ga naar Kiftsgate Court, een wonder geschapen door drie generaties vrouwen.’ In de jaren dertig opende de grootmoeder van Anne Chambers de tuin van haar kasteel om fondsen te werven voor de National Health Service. Anne’s moeder breidde de tuin uit, Anne en haar man zetten de traditie voort en breidden de tuin nog verder uit. Vanuit het kasteel kun je terras na terras afzakken en dan nog sta je hoog boven een diepte. Het uitzicht vanaf de schommelbank boven de Lower Garden reikt ver naar het westen. Dit is een schommelbank om dágen op te blijven zitten. Een tulpenbomenlaan, een rozentuin, een witte en een wilde tuin: alle tradities van Engels tuinieren komen hier bijeen. Maar Anne voegde ook moderne kunstwerken toe. Het mooie is dat die naadloos in de traditionele tuinen van moeder en grootmoeder passen.

Snowshill Manor, 10 mijl verderop, is de erfenis van één man, eentje van de excentrieke soort. Rond zijn kasteel uit 1550 ontwierp architect Charles Wade een serie tuinkamers. Elke gemoedstoestand had een andere tuin nodig, vond hij. Dat is nog niet zo’n gek idee, en het geeft een heerlijk beschut gevoel als je van kamer naar kamer dwaalt. Vreemder is al Wolf’s Cove, een modeldorpje met vissershaventje tussen de margrieten en lavendelstruiken, dat hij in de jaren dertig in elkaar lijmde. Echt gek wordt het pas ín de manor. Wade was een vroege hoarder. Nequid Pereat – laat niets vergaan – was zijn motto en hij stampte alle kamers van zijn manor vol met zijn verzamelingen: van kostuums en fietsen tot muizenvallen en samoeraizwaarden. Om ruimte te geven aan zijn collecties ging hij zelf in het tuinhuisje wonen. Heerlijk. En ook zo quintessentially English.

Hit op het spoor

Oubollig? Eigenlijk wel. Leuk? Absoluut. In 1976 sloot de overheid de spoorlijn Broadway-Cheltenham. Jaren later namen vrijwilligers de boel over, repareerden het spoor, kochten oude wagons en bouwden verloren gegane stationsgebouwen weer. Een stoomlocomotief trekt nu jaren-50-wagons over het 14 mijl lange traject. En het is een enorme hit.

Een paar typische Cotswold-dorpjes zijn: Stanton (prachtig maar tamelijk uitgestorven – de pub is wel levendig); Broadway (gezellig toeristisch); Bibury (hoewel piepklein het Barcelona van de Cotswolds – wees er vroeg bij); Bourton-on-the-Water (als Bibury, met als extra een rivier met oude boogbruggen); Chipping Campden (levendig marktstadje in warme tinten).

Gerelateerd

Delen

Waardering
82331
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *