Wandelen op Elba

Elba is misschien wel het bekendste onbekende eiland van Europa: iedereen kent het, maar niemand weet het liggen. Inderdaad, Napoleon is er nog geweest. Op een steenworp van de Toscaanse kust in Italië is het kleine eiland een verrassende bestemming voor een gevarieerde wandelvakantie. Sinds enkele jaren loopt het wandelpad, de Grande Traversata Elbana, helemaal van oost naar west en vormt de ideale rode draad om het eiland te ontdekken.

Behendig slalomt Catarina door het schouderhoge maquis. Aan de eeltige bladeren hangen nog dikke regendruppels. Het is de laatste dag dat de levanter vanuit het oosten natte wolken over het eiland blaast. ‘Atronca macchia!’, roept ze enthousiast naar ons. Of letterlijk: breek het maquis, en loop naast de weg. Als we haar hebben bijgebeend heeft ze een hand vol corbezzolo’s geplukt. Pruimige bessen met knarsende pitjes die tussen je tanden blijven zitten. ‘Morgen schijnt de zon’, zegt ze optimistisch terwijl ze met de rug van haar hand natte haarslierten uit haar gezicht wrijft. Een betere gids hadden we niet kunnen wensen voor onze Grande Traversata Elbana (GTE).

 Wandelen op Elba

Iedereen kent Elba als het ballingseiland van Napoleon. Hoewel hij er nog geen jaar verbleef, heeft hij duidelijk zijn keizerlijke voetafdruk achtergelaten. Straatnamen, gebouwen, infrastructuur, gerechten en zelfs de vlag van Elba is door Napoleon ontworpen: een simpele rode streep met drie gouden werkbijen die de mijnwerkers, de vissers en de boeren symboliseren. Het feit dat tweehonderd jaar later de vlag nog steeds het eiland vertegenwoordigt, toont hoe hij voor de inwoners geen indringer was. Napoleon had in mei 1814 zelf voor Elba gekozen en niet alleen omdat zijn zwagers Italianen waren. Hij wist dat het eiland hem gastvrij zou ontvangen en hij hield van het landschap. Hij ging wonen in een prachtig herenhuis in het hogere stadsgedeelte van het hoofdstadje Portoferrario. Toch waren zijn ambities sterker dan de rust van het eiland, ver weg van het strijdtoneel, en op 26 februari 1815 ontsnapte hij terug naar Parijs – het beruchte vol de l’Aigle – om dan honderd dagen later in Waterloo definitief verslagen te worden.

Wandelen op Elba

Rood-wit-rood

De GTE is een wandelpad van ongeveer 70 kilometer dat loopt van oost naar west. Vóór 1996 kon je op Elba wandelen langs een netwerk van ezelpaadjes die kriskras door elkaar liepen. Nu is er voor één pad gekozen om de natuur te beschermen en, in de hoop meer wandelaars naar het Italiaanse eiland te lokken. Het hele traject zou af te leggen zijn in drie dagen, maar dat lijkt ons toch wat té gehaast als je ook nog wil genieten van de rest van het eiland.

In Cavo hebben we de kust verlaten en zijn we de rood-wit-rood-markeringen van de GTE gaan volgen. Traag klimmen we door de dichte struiken naar boven. Een eerste stop is de enorme graftombe Mausoleo Tonietti. Het bouwwerk doet denken aan een Azteekse tempel en moet de Tonietti-familie herdenken. Die familie was de eerste beheerder van de ijzerertsmijnen na de Italiaanse eenwording. Door de aankoop van koopvaardijschepen kon het ijzererts verspreid worden over het hele Middellandse Zeegebied en zette zo Elba op de economische kaart. We kunnen onze nieuwsgierigheid niet bedwingen en gaan een kijkje nemen. Een smalle wenteltrap loopt symmetrisch als het binnenwerk van een schelp naar boven. Op handen en voeten kruipen we over het oude smeedwerk. Boven gekomen zien we voor de eerste keer wat ons nog te wachten staat. Het pad slingert verder richting Monte Grosso, een donkergroene bult met hier en daar vlekken roestbruine aarde als sproeten op het landschap. De kustlijn is grillig geworden door de Middellandse Zee die onophoudelijk het eiland teistert. Beneden ons laten de ferry’s naar het Toscaanse vasteland lange schuimige sporen na in de zee.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Wandelen op Elba

Oude dennen en wilde jasmijn

De volgende dag komt de voorspelling van onze gids uit. De wind is gedraaid en het is prachtig weer. Doelloos blijft de maan nog een hele tijd doorzichtig aan de blauwe hemel hangen. Vandaag begint onze tocht aan de Monte Strega, de berg van de heksen. Het krioelde hier vroeger van de heksen en de verbannen vrouwen, vertelt Catarina mysterieus. Hier zie je het volledige GTE-traject. Van de beboste heuvels van Cavo in het oosten tot het hoogste punt van Elba, de Monte Capanne in het westen. Nonchalant rondgestrooid liggen dorpjes over het landschap verspreid. Waar je ook kijkt zie je de zee. Hoewel mei en juni de beste maanden zijn om het eiland te bezoeken doet de najaarszon ons ook nu serieus zweten. Het pad kronkelt verder langs oude dennen en wilde jasmijn. Ponto Azurro krult zich als een drakenrug voor ons uit en loopt helemaal schuin naar beneden om dan kopje onder te gaan in de Middellandse Zee. Door de geur van hars en tijm ruiken we plots een penetrante muskusgeur. Een tiental wilde geiten staat nonchalant te balanceren op de steile rotswand. Hun lange sikken wapperen vrolijk in de wind. Zelfs wanneer ze ons uiteindelijk opmerken dalen ze maar met tegenzin af. ‘Ze hadden hier zo laat in het jaar waarschijnlijk geen wandelaars meer verwacht’, legt Catarina uit. ‘Tijdens het hoogseizoen trekken de dieren zich terug naar het westelijk gedeelte van het eiland; want in de bergen komen minder toeristen.’

Wandelen op Elba

De GTE is vooral een goede rode draad om het eiland te ontdekken. Reken daarom op een paar dagen extra en verlaat hier en daar het pad om meer van het eiland te ontdekken. Lees: lekker eten, zandstrandjes, een portie geschiedenis en archeologie,… Tijdens de individuele reis en de groepsreis van SNP Natuurreizen wandel je een stuk van het GTE-traject, maar kan je ook genieten van de oude ezelpaden die je kris kras over het eiland gidsen.

Zo buigen we aan de voet van de Monte Castello linksaf richting Porto Azzuro. Beneden moet een Spaans kerkje verscholen liggen met een beeltenis van Madonna di Mont Serrato, een zwarte Madonna. Na een halfuurtje schuifelen zien we het monasterio knus leunen tegen de bergflank. Langs de lage okergele muurtjes en de omgeknakte agaveplanten wandelen we naar de ingang. De poort is jammer genoeg op slot, maar door het sleutelgat kunnen we nog net de zwarte Madonna zien. Onder het rieten afdakje rusten we nog even uit en gaan dan verder op pad.

Wandelen op Elba

Op de Monte Capanne

De laatste etappe van de Grande Traversata Elbana is zonder twijfel de mooiste. We laten het vlakke, middelste deel van Elba achter ons en maken ons klaar om wat hoogtelijnen te overwinnen: het eindpunt van de GTE is voor ons immers de hoogste top van Elba, de Monte Capanne met toch een bescheiden 1019 meter.

Langs rosse varens en op een tapijt van bruine dennennaalden wandelen we over het Vlinderpad verder naar het westen. Het zonlicht scheert diffuus door de kruinen van de kleine eiken en glinstert vrolijk in de Middellandse Zee. Hier en daar hangen kleine plukjes wolken aan de hemel. Voor ons torent uit het groene maquis de granieten kop van de Monte Capanne. Er zijn twee routes om de top te bereiken. De gemakkelijke, die een lange bocht langs de flank maakt en langzaam stijgt; en een meer avontuurlijke route die over de kam van le Calanche recht naar boven wijst. Helden die we zijn kiezen we voor de tweede optie. We klauteren over enorme granieten zwerfkeien in alle vormen en maten, trekken ons aan de stalen kabels naar boven, bedenken dat wanneer het zou regenen deze route levensgevaarlijk is, en kijken vol verrukking uit over het hele eiland als we met een laatste zucht de top bereiken. Wat een prachtig uitzicht! Catarina wijst ons al de verschillende eilanden aan die we in de Middellandse Zee kunnen zien liggen. Monte Cristo en Corsica hadden we goed geraden.

Net onder de top – waar ook het kabelbaantje uit de jaren ’60 uitkomt – staat ons nog een leuke verrassing te wachten: een uitgebreide picknick van lokale producten. Het smaakt ons zo goed, dat het ons zelfs niet kan schelen dat er een romige mist opstijgt uit de zee en de hele Monte Capanne inpakt in een frisse donsdeken. Waar we een hele dag over gewandeld hebben, dat doen we met het kabelbaantje in een kwartiertje naar beneden.

Langs de pittoreske kustweg rijden we naar het eindpunt van de GTE en stoppen voorbij Marciana Marina. Musjes wippen tjilpend op vanuit de lage struikjes. Uit de zee stijgt traag een blauwe mist omhoog die het licht zacht, haast vloeibaar maakt. We leggen onze ruggen op het warme, oeroude graniet en kijken naar het water dat soepel en vastberaden over de rotsen krult. Aan de horizon tekenen zich steeds duidelijker de Corsicaanse bergketens af. Een zeilbootje trekt traag voorbij, waardoor het plaatje helemaal klopt. ‘Ik ken genoeg mensen die Elba proberen te verlaten’, vertelt Catarina, ‘maar iedereen komt altijd terug omdat ze dit soort momenten niet kunnen missen.’ Dan draait ze zich pots om en voegt er proestend aan toe: ‘Of het is gewoon het magnetisme van Monte Calamita dat hen telkens terug naar Elba trekt!’

Wandelen op Elba

 

Een andere dimensie

De geschiedenis van Elba is onlosmakelijk verbonden met ijzer. Al sinds de komst van de Etrusken in de 5de eeuw voor Christus is er in het eiland gegraven en geploeterd op zoek naar ijzererts. Tot in het begin van de jaren ’80 de laatste mijn werd gesloten.

Volgens de Romeinen was het magnetisme van de berg Monte Calamita zo sterk dat het de nagels uit de boeg van schepen kon trekken en laten zinken. Ook onze rode kompasnaald wijst schaamteloos verkeerd naar Monte Calamita. Aan het begin van de 20ste eeuw kocht de steenrijke chocolademagnaat Theodor Tobler – onder invloed van zijn antroposofische vriend Rudolf Steiner –  150 hectare rond de berg op. Uit angst dat de berg zou verdwijnen door mijnbouw. Volgens hem was het magnetisme van de Calamita immers een portaal naar een andere dimensie.

Wandelen op Elba

 

Rauwe palamita

Elba is een zelfvoorzienend eiland zonder een noemenswaardig exportproduct. Wat je hier op je bord krijgt komt meestal van eigen bodem. De keuken draait hier voornamelijk rond visgerechten; met de palamita, een lokale tonijnvariant, op kop. Honderden jaren geleden was het een heldhaftige karwij om zo’n beestje te vangen. Wanneer er een school tonijnen werd gespot moest de beste zwemmer van het dorp het water in. Zo snel hij kon ging hij dan aan kop van de school zwemmen zodat de vissen hem gingen volgen. Zodra de tonijnen in de netten waren gelokt moest hij snel het water uit of hij zou verpletterd worden door honderden paniekerige vissen. De rauwe palamita die we met olijfolie, ruw zeezout en een heerlijk glas witte wijn voorgeschoteld krijgen op het terras van Moderna di Matteo is wellicht minder heroïsch uit het water gehaald, maar nog steeds even lekker, zoveel is zeker.

Wandelen op Elba

 

Delen

Waardering
83542
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *