Wandelen in de Sierra de Aracena

Ten noorden van de Andalusische hoofdstad Sevilla, niet ver van de Portugese grens, ligt de Sierra de Aracena. Een kleinschalig, eerlijk landschap met malsgroene bergen. Waar de tijd nog de tijd krijgt en geduld wordt beloond. Waar zwarte varkens op de dehesa hun maaltijd van eikels bij elkaar scharrelen. En de vruchtbare tuinen van de inwoners dagelijks groente en fruit leveren. Niets meer, niets minder.

Het is pas maart, maar de ochtend jubelt en stuitert alsof het bijna zomer is. Een zachte bries voert de geur van mimosa en gaspeldoorn door de geopende deuren naar binnen. Net te fris nog voor een Spaans ontbijt op het terras, helaas.

Cinco kilómetros!” De ogen van Miguel fonkelen van pure vreugde. Miguel is eigenaar van een onversneden familiepension aan de Plaza de Santa Lucía in het ruim 7000 zielen tellende stadje Aracena. Met een wit-blauw geblokte theedoek poetst hij onze spiegelgladde ontbijttafel schoon en spreidt daar een wandelkaart van de Sierra de Aracena op uit. Dan wringt hij met een vrije vinger zijn bril terug op zijn neus en wijst met ferme tikken schijnbaar willekeurig punten op de kaart aan: ‘Cinco kilómetros! Cinco kilómetros!’.

Wat Miguel wil zeggen: waar je in de Sierra de Aracena ook begint en welke windrichting je kiest, je hoeft nooit meer dan vijf kilometer te lopen of je stuit op een dorp waar met passie gezette café con leche en kakelverse bocadillos worden geserveerd. Dat maakt het wandelen in dit gebied zo geweldig, zegt Miguel. Hij klopt met zijn vuist op de plek van zijn hart. Dáár zit het. Daar zit de Sierra de Aracena, recht in het hart. Dan trekt hij met een ruk de wandelkaart van de tafel en serveert in hoog tempo een ontbijt van pan con tomate, manchego, jamon, verse jus en hete koffie. Eerst eten, dan wandelen!

 

Spaanse Achterhoek

Gebruik je fantasie. Denk aan de Achterhoek. Kleinschalig, groen, golvend. Vol onverharde boerenweggetjes. Trekkers die stuivend over de hellende akkers razen, de vruchtbare grond omploegend. Een kerktorentje dat boven de dampende graslanden uitpiept. De Sierra Arecena is de Spaanse Achterhoek. Even gemoedelijk, pretentieloos en dankbaar met het alledaagse. Het leven hoeft niet altijd groots en indrukwekend te zijn om ervan te kunnen genieten. In deze ‘uithoek’ van Andalusië is de opgewonden drukte van het soms bloedhete Sevilla meer dan een lichtjaar verwijderd. Amper veertig jaar geleden liep er niet eens een fatsoenlijke autoweg naartoe. De Sierra de Arecena was een vergeten stukje Andalusië. Dicht bij het straatarme Extremadura, niet ver van het al even arme Portugal. De inwoners van het gebied waren daardoor op elkaar aangewezen. Families verzorgden en bewerkten samen het land. Kastanjebomen, amandelen, olijven. De aarde gaf gul omdat er goed voor werd gezorgd. Geen grote landbouwmachines, geen boomgaarden die verder reikten dan de horizon, geen bestrijdingsmiddelen. Zaaien en oogsten. Lente en herfst. Water als er water nodig was, warmte als er warmte nodig was. Na de komst van de snelweg tussen Sevilla en Aracena is er niet eens zo gek veel veranderd. Natuurlijk heeft ook hier schaalvergroting opgetreden en is familiebezit soms in handen gekomen van ‘grootgrondbezitters’. Maar zeker in vergelijking met andere delen van Andalusië, is de Sierra de Aracena bijna onveranderd gebleven: intiem en groen.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Muren zonder cement

Manuel raadt ons voor onze eerste dag de gemoedelijke rondwandeling tussen Aracena en Linares de la Sierra aan. Er is echter een probleem: wij zijn ongeduldige Nederlanders. Gewend om te schuiven en te woekeren met de tijd zodat er twee dagen in 24 uur passen. Dus plakken we er nog maar een etappe aan vast. Cinco en nog eens cinco kilometers, helemaal naar Alájar. En dán pas weer terug naar Arecena. Manuel schudt zijn hoofd. Wat een haast. Hij drukt ons zuchtend een vetvrij stuk papier met ham in de hand. Voor onderweg.

De prettige, schaduwrijke paden die we tijdens bijna al onze wandeling volgen, worden omzoomd door muros de piedra seca, muren zonder cement. Je vindt de perfect gestapelde afscheidings­muurtjes overal in de Sierra de Arcena. In andere tijden werden de paden gebruikt door arrieros: handelaren die op hun ezels en paarden van dorp naar dorp trokken om daar hun nering te slijten. Fruit. Brandhout. Kurk. Soms doorsnijdt een zilverachtig riviertje ons pad en struinen we even door een groene oase met ijsvogels, spechten, otters en salamanders. Gaten aan de onderkant van de muren zorgen ervoor dat water, dat zich tijdens een regenbui op de paden verzamelt, weg kan lopen naar de achterliggende open vlaktes. Die vlaktes, begroeid met kurk- en steeneiken, zijn typisch voor dit deel van Spanje. Dehesas worden ze genoemd. Je vindt ze ook in het nabij gelegen Extremadura en net over de grens in Portugal. Op de dehesas scharrelt het beroemdste varken van Spanje, het cerdo Ibérico, zijn dagelijkse maal van eikels (tien tot twaalf kilo per dag!), kruiden en gras bij elkaar. Het varken is zwart en niet roze zoals bij ons. Vandaar de onofficiële naam Pata Negra, zwarte poot. Het cerdo Ibérico levert de fantastisch jamón ibérico die op zijn best (zwart etiket: Jamón de bellota) wel een vijfentwintig euro per 100 gram doet.

Perfecte harmonie

Omdat we wel meer over de jamón ibérico willen weten, combineren we de volgende dag een wandeling met een bezoek aan het familiebedrijf Eíriz in Corteconcepión. Manuel Eíriz neemt er alle tijd voor en laat ons alle hoeken en gaten van het bedrijf zien. Geduld, geduld en nog een geduld, zegt hij. Dat is hét succes van de beste ham van Spanje. Twee tot drie jaar duurt het wel voordat de ham daadwerkelijk in de winkel ligt. Daartussenin ligt een intensief proces van zouten, wassen en drogen. In speciale droogkamers waar frisse berglucht doorheen waait, ontwikkelt de ham zijn unieke, wat zoetige smaak. Met dank uiteraard aan het menu van zoete eikels, bellotas, die de varkens dagelijks eten.

Een paar dagen later lopen we bij Castano del Robledo. De dehesas hier vloeien langzaam over in olijfboomgaarden en terrassen met walnootbomen. Wanneer we aan de rand van een dorpje komen, vinden we huerta’s. Zorgvuldig bijgehouden akkertjes waar dorpsbewoners hun eigen eten verbouwen, waar kippen scharrelen en snijbloemen groeien. Waar water doorheen vloeit en vlinders en bijen zoemen en fladderen. Heel kleinschalig, in perfecte harmonie tussen mens en natuur.

Als we na weer een geweldige wandeldag op het terras van Manuel aanschuiven voor een biertje en een schaaltje olijven, vertellen we over onze belevenissen. Dat we een hele dag hebben uitgetrokken voor een wandeling van 10 km. Met een flesje witte wijn in de rugzak. En krakend vers brood met fantastische jamón ibérico. Manuel knikt tevreden. Jullie beginnen het te snappen. Todo con paciencia! Alles met geduld!

 

Sierra de Aracena

Weinig wandelgebieden in Andalusië zo fijn als de Sierra de Aracena. Het heuvellandschap (hoogste top 965 m) maakt deel uit van de veel uitgestrektere bergrug Sierra de Morena. Het is uitermate geschikt terrein voor beginnende wandelaars. Of ervaren wandelaars die gewoon zin hebben in een relaxte wandelvakantie.

Je bereikt de Sierra de Aracena makkelijk door op Sevilla te vliegen en vanuit daar verder te reizen. Aracena is een perfecte standplaats. Een fijn stadje met een goede vibe en voldoende hotels en (goede!) restaurants. Direct vanuit Aracena maak je makkelijk een aantal mooie wandelingen. Met een (huur)auto zijn de mogelijkheden natuurlijk nog veel groter. Wandelaars schaffen in ieder geval de gids Walking in Andalucía van uitgeverij Cicerone aan. Daarin vind je zes prima beschreven wandelingen in de Sierra de Aarcena.
De wandelingen verschillen onderling niet enorm van elkaar; het landschap van de Sierra de Aracena verandert namelijk niet dramatisch. Saai? Nee. Iedere dag is toch net weer even anders en heeft zijn eigen verrassingen. En wie in de lente gaat, wandelt door een zee van bloemen. Sowieso is er voor natuur- en vogelliefhebbers veel te beleven. Onder andere Spaanse keizerarenden, monninksgieren en vale gieren cirkelen hier rond.
Naast wandelen is er nog veel meer te doen in de Sierra de Aracena. In het stadje zelf ligt de Gruta de Maravillas die beslist de moeite waard is. Een andere aanrader zijn de (deels) verlaten mijnen van Minas de Riotinto. Naast een museum over deze ooit grootste kopermijn ter wereld, rijdt er ook een nostalgisch treintje door het uitgestrekte en surrealistische mijngebied. Uiteraard mag je een bezoek aan een hamdrogerij niet overslaan.

SNP organiseert een achtdaagse wandelvakantie in de Sierra de Aracena. Overdag maak je lichte wandelingen om daarna in een sfeervol hotel te kunnen genieten van rust, natuur en comfort. Uiteraard ontdek je ook de culinaire hoogtepunten van deze streek. Meer informatie vind je op: www.snp.nl/reis/spanje/sierra-de-aracena

 

 

Gerelateerd

Delen

Waardering
84503
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *