Op de fiets naar Parijs, met Jelle (13)

‘Madame, wilt u een foto van ons maken?’ De dame onder de paraplu knikt ja en maakt de foto: vader en zoon, bibberend onder de Eiffeltoren, terwijl de wind ijsregen in hun ogen zwiept. In de Kampioen (het blad van de ANWB, nummer 1, jaargang 2019) stond een kort artikel over hun reis naar Parijs. Hier kun je nu het hele verhaal lezen.

Fietsen met kinderen

Naar Parijs (1): ‘Zure mayonaise?’

April 2018, dag 1 t/m 3 (Eindhoven – Diest – Namen)

‘Zure of Hollandse mayonaise?’ vraagt de bestoppelde uitbater van De Statie, en dat is een frietkot net buiten Wijchmaal. Waar Elvis nog leeft, want we horen The King duidelijk ‘Well, since my baby left me, I found a new place to dwell’ zingen. Jelle kiest Hollandse. Buiten in de zon eten we de patat op, naast wat ooit de spoorlijn van Achel naar Houthalen was. Gisteren begon onze reis, met eerst de trein naar Eindhoven, ons startpunt. Vanaf het station trapten we langs het oude Philips-kantoor, waar opa nog heeft gewerkt, en het Sint Joris, papa’s oude middelbare school, naar Waalre, waar oma woont. En nu zijn we vanaf oma’s huis, via struisvogels, 1001 kikkers en de Malpiebergsche Heide, naar grenspaal 181 gefietst. Waarna we over de ex-spoorlijn, wat nu een strook glad asfalt is, de voormalige stations van Achel en Neerpelt passerend, tot hier zijn gekomen. Tijdens eerdere vakanties waren er voorleespauzes, maar die tijd is voorbij. Nu zijn er vreet- & gamebreaks, zoals hier bij De Statie.
Na 75 kilometer fietsen, tussen Vlaamse gaaien, knollen en kapelletjes, eindigt de dag in Diest. Een pronkstadje dat piekte in de late middeleeuwen. We stallen de fietsen in de hof van The Lodge (ons hotel, in een 16de-eeuws klooster), bewonderen het graf van Filips Willem van Oranje, de oudste zoon van Willem van Oranje, die hier 400 jaar geleden in de kerk is begraven, bestellen hierna 1 ijsthee en 1 Sint Bernardus-biertje op de zonovergoten Grote Markt, en gaan dan eten in het Begijnhof, uiterst sfeervol werelderfgoed. Kortom, gouden tip voor wie naar Parijs fietst: overnacht in Diest.

Ook op dag 3 rijden we over ex-spoorlijnen. Door Haspengouw en Hageland. Onder oude tunneltjes door, en tussen ontelbare paardenbloemen en fruitbomen, zodat het roze bloesem sneeuwt. We spotten ezels, eekhoorntjes, fazanten, hagedissen en breakdancende alpaca’s. En nadat Hoegaarden is geschampt, vallen we Wallonië binnen. De finish voor vandaag, de stad Namen, is dan nog 27 kilometer fietsen. Best ver, maar prettig vaak passeren we nu bordjes met daarop de naam van de stad, naast een getal dat steeds kleiner wordt: 27, 23, 20, 17 enzovoort. In het hart van Namen, iets voorbij waar de Sambre in de Maas stroomt, vinden we Villa Balat. Een villa in Jugendstil, met daarin een chambre d’hôte (bed & breakfast), waar Murièlle ons gastvrij ontvangt. ‘Mon Dieu’, zegt ze, vertederd naar de vermoeide Jelle kijkend. ‘Weet je wat? Ik geef jullie onze mooiste kamer!’
En ja, die kamer is prachtig. Hij heeft een groot balkon en een serre, met uitzicht over de stad, de Maas en de citadel. Ik noteer ik dat we vandaag 79 kilometer hebben gefietst.
‘Hé Jelle, dat is een nieuw record voor jou! Jelle?’
Hij hoort me niet. Hij gamet.

Fietsen met kinderen

Wat vooraf ging (1)

Januari 2018: Call of Duty

Zoals zoveel kinderen speelt ook Jelle nog maar weinig met vriendjes, behalve dan via zijn computer of mobieltje. Hij leeft in de wereld van Rocket Leage en Call of Duty. De wereld der games. Toen ik begreep dat zijn voorjaarsvakantie twee weken ging duren, vreesde ik dan ook dat hij 14 dagen lang thuis door digitale landschappen zou gaan zwerven, in een fantasiewereld vol kastelen, gemene trollen, goedaardige feeën en bizarre beesten. Daarom besloot ik om in april ook maar een week vrij te nemen. Om Jelle de échte wereld te laten zien, waar sprookjes en wifi niet altijd bestaan. ‘Waar wil je heen, in de voorjaarsvakantie?’, vroeg ik daarom al in januari.
‘Naar Parijs!’, zei Jelle.
‘Goed, maar dan op de fiets’, grapte ik. Puur om te pesten.
Waarop Jelle zei: ‘Oké!’ (en daarna doorging met gamen).
Lang verhaal kort: papa ging Marktplaats op, voor een nieuwe tweedehands racefiets voor Jelle (zijn oude was te klein) en die werd binnen een week gevonden. Ook kochten we Onbegrensd fietsen naar Parijs, de fietsgids van Paul Benjaminse, waarin een route zowel vanuit Eindhoven als vanuit Maastricht wordt beschreven. Pakweg 500 kilometer lang, over ex-spoorlijnen en rustige wegen.
En er werd getraind. Eerst rondjes van pakweg 25 kilometer, daarna 35, toen 45 enzovoort. Vlak voor vertrek bleek 75 kilometer haalbaar. Ten slotte kocht ik via treinreiswinkel.nl twee kaartjes voor de reis terug, van Paris-Nord naar Leiden Centraal. ‘Nu moeten we wel gaan’, zei Jelle. En we gingen ook. Jelle op zijn Trek en papa op een vol bepakte Gazelle Ultimate Marco Polo.

Fietsen met kinderen
Naar Parijs (2): Hitsige lama’s

April 2018, dag 4 & 5 (Namen – Tromcourt – Landouzy-la-Ville)

Na 28 kilometer fietsen, remmen we in Dinant. De Parel van de Maasvallei en de geboorteplaats van Adolphe Sax, uitvinder der saxofoon, zonder welke The Girl of Ipanema – het nummer waarin de deerne in kwestie zich heupwiegend over een zinderend strand in Rio verplaatst – nooit zo zwoel had geklonken. Doch in Dinant schijnt de zon vandaag niet.
Een pannenkoekje later gaan we weer verder, met boven de Maas mistfarden, gakkende ganzen gakken en krassende kraaien. Zowel Ipanema als Parijs zijn nog ver.
We volgen een jaagpad, passeren sluizen, kastelen en klimrotsen, en na een gamebreak bij café-boulangerie  Kempinaire in het gehucht Hastière, nemen we afscheid van de Maas. Ik vrees dat de route nu gaat stijgen, maar dat valt mee. We rollen weer eens waar ooit een trein tufte, over wat nu een puik fietspad is. Plus: de zon breekt door. Naast oude ex-stationnetjes spotten we dagpauwoog, citroenvlinder en salamander, waarna we uitkomen op het marktplein van Mariembourg, een vestingstadje, in de 16de eeuw gebouwd op bevel van keizer Karel V.
Drie kilometer verder wacht ons een oud, ietwat vervallen kasteel: Chateau Tromcourt. Met huppelende herten in de tuin, naast hitsige lama’s, vrijpostige nando’s en gillende pauwen. En met binnen kristallen kroonluchters, krakende trappen én onze slaapkamer voor vandaag. Julien, die ons hartelijk ontvangt, bekent: ‘De keuken is gesloten vandaag. Maar ik kan wel iets simpels voor jullie maken.’ Waarna Jelle voor het eerst van z’n leven hertenragout eet.
‘Hoi!’, roept hij verrukt.
‘Het is dus lekker?
‘Dat ook, maar ze hebben hier wifi!’

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Drup-drup-drup-drup…
Het miezert de volgende morgen. ‘Het wordt zo beter’, weet Jelle, starend naar zijn mobieltje. We verlaten het kasteel en rijden naar Cendron, een gehucht op de grens met Frankrijk. Vanaf hier voert een golvend bospad ons in de richting van Saint Michel, een dorp dat betere tijden heeft gehad. De boulangerie is fermé, net als de libraire-presse – Voor al uw tijdschriften & tabakswaren! – en ik tel drie cafés en ook die zijn alle drie gesloten. Voor langere tijd, ongetwijfeld. Verder daarom, naar Bucilly, een bekoorlijk dorp, met oude wegwijzers van gietijzer, maar wel afgebladderd en uitgestorven. De school is dicht, de Spar idem. Maar in Landuze-la-Ville zit nog wel leven, en iets buiten dit dorp hebben we voor 1 nacht een kabouterhuisje gehuurd. Op l’Atelier de la Charitée, de camping van Annemieke en Rick, twee Nederlanders. Hun camping ligt boven op een steile heuvel, we zijn dan ook blij als we voor ons huisje staan (na slechts 60 kilometer vandaag, waarvan de laatste 200 meter te voet). Er is een wc, een warme douche, een kacheltje en een bedstee. En er is thee en koffie, een oude radio waarop Francoise Hardy ‘Toutes les garcons et les filles de mon age’ zingt en voor ons deurtje op de veranda scharrelt de kat Pipo tussen enkele kippen.
‘Leuk toch?’ vraag ik aan Jelle.
‘Nou, de wifi is vrij beroerd.’

Fietsen met kinderen

Wat vooraf ging (2)

Augustus 2014: Meester Kikker

Als Jelle 9 is, fietsen we vanuit Oegstgeest, via het pontje over de Zijl bij Warmond en polder Boterhuis, naar een B&B in het hart van Gouda. De dag daarna zakken we nog verder zuidwaarts, met behulp van de ponten over Rijn, Linge en Waal. We trappen langs herkauwende koeien, mekkerende schapen en klepperende ooievaars, waarbij papa na elke 10 kilometer enkele hoofdstukjes uit Meester Kikker voorleest. Maar in Brakel is het boek uit. Hoe nu verder? Gelukkig mogen we iets verderop, in Zuilichem, ons tentje vastprikken in de tuin van Ed en Annemarieke. Twee vrienden van papa, bij wie Jelle Meester Kikker ruilt tegen Poes Minoes. De volgende dag steken we de Maas over en fietsen dan verder, langs dotterbloem en veenpluis. Via de Sint Jan in Den Bosch, de kermis in Boxtel en een kampeerplekje langs de Dommel kwamen we uit bij oma in Waalre, net onder Eindhoven. Samengevat: Oegstgeest – Waalre: 160 kilometer, 4 dagen fietsen. ‘Het was top pap!’, zei Jelle, toen hij ’s avonds gapend in zijn slaapzak kroop. En ja, het was top. Daarom ging ik een nieuw plan maken. Een (te) gewaagd plan, zo later zou blijken.

Fietsen met kinderen

Naar Parijs (3): ‘Courage! Bon route!’

April 2018, dag 6 & 7: Landouzy-la-Ville – Laon – Pierrefonds

Dag 6 is de dag van de wind. Die blijkt guur, hard en zuidwest (en dus tegen), terwijl de weg omhoog en omlaag danst. Niet erg steil, wel voortdurend. We doorkruisen de Thièrache, de streek van de vestingkerkjes. Godshuizen waarin de bevolking zich, vele eeuwen geleden, verschanste tegen plunderende bezoekers. Zoals het kerkje van Plomion, waar wij de mini-super plunderen, op zoek naar kaas en chocolade, want de winkels worden schaars. De route golft tussen heuvels met koolzaad en koren en terwijl de wind energie schenkt aan reuzen – enorme windmolens – geeft, pakt hij die weer af van ons – petieterige pedaalridders. Jelle zegt niks, beukt dapper door. Wij zijn nu geen zoon en vader, wij zijn Winnetou en Old Shatterhand.
Iets voorbij Ebouleau spotten we, op een heuvel ver aan de horizon, de kathedraal van Laon. Met nog 25 kilometer te gaan, ons doel van vandaag. Maar eerst nog een pauze, in het dorp Pierrepont bij Le Rendez Vous, een café-bar-épicerie annex winkel voor groenten, tabak, sleutels en al uw spullen voor jacht en visserij. Dit alles op nog geen 30 vierkante meter.
‘En de wifi is uitstekend’, aldus Jelle
‘A Paris?’, informeert de vrouw die twee dampende chocomel voor onze neuzen zet. De krulspelden in haar haar trillen mee als ze daarna met veel gevoel voor drama roept: ‘Oh-la-la, le vent est tres fort. Courage! Bon route!’
Buiten laat de zon zich zien en groeien – heel langzaam – de torens van de kathedraal. Eenmaal in de stad wacht ons nog de klim naar het middeleeuwse centre ville. Winnetou gaat voorop, ik volg. Na 58 kilometer beuken bereiken we La Maison des 3 Rois, onze B&B. Een gastvrij topadresje, maar toch staan we ook vrij snel weer buiten. Voor met name de kathedraal, een gotisch wonder. Matthieu, een fietsgek die voor het Bureau du Tourisme werkt, kan bij de sleutel van de torens en niet veel later staan we dan ook met z’n drietjes hoog op een van de torens, tussen duivenpoep en duivelse waterspuwers, genietend van een giga-panorama over de stad en half Frankrijk. Kortom, nog een tip voor wie naar Parijs fietst: overnacht in Laon.

Waren we op dag 6 Winnetou en Old Shatterhand, sterker dan wie ooit, op dag 7 zijn we Remi en de oude Vitalis uit Alleen op de wereld. Mocht zoonlief al zin hebben vandaag, dan weet hij dit knap te verbergen. Dus zeg ik steeds dat we goed op schema liggen, en dat de wind écht minder is dan gisteren. En hoop ik dat de route zelf Jelle afleidt, want de dorpen die we aaneenrijgen zijn verre van lelijk. Als je tenminste houdt van verkruimelde kerkjes, gesloten maisons de ville en stille schoolpleinen. Hoewel, Coucy-le-Chateau Affrique is anders. Middeleeuws, ommuurd en de ruïnes van een imposant kasteel, stadspoorten en een gamebreakwaardig café, zo’n 13 kilometer voor de finish van vandaag. Jelle lacht weer, al gloort er nog een vuile klim. Keurig schakelt hij naar zijn lichtste verzet en kruipt dan naar het hoogste punt, waarna we Pierrefonds binnenvallen. Rijk aan stedenschoon, met als topper het gelijknamige chateau dat oogt als een – sorry voor het cliché – sprookjeskasteel. In Hotel Beaudon krijgen we weer eens een upgrade: een chambre met uitzicht op het kasteel. Turend uit ons raam spot ik op de kasteelvijver, tussen witte zwanen en witte waterlelies, enkele waterfietsen.
‘Hé Jelle, ze hebben waterfietsen, zullen we…’
‘Nééhéé!’

fietsen met kinderen

Wat vooraf ging (3)

Juli 2015: De brief voor de koning

‘Dit was het dan,’ dacht ik, zittend naast mijn een slapende zoon in de trein van Salzburg naar huis, ‘Jelle zal nu wel nooit meer een fietsreis willen maken.’ Het is dan 2015 en Jelle is 10. Wat vooraf ging? Via Marktplaats had ik voor hem een echt, tweedehands racefietsje gekocht. Met versnellingen en een fietscomputer. Ons plan: 2015: de Alpe Adria Radweg. Een route, 410 kilometer lang, van het Oostenrijkse Salzburg (de stad van Mozart en de Sound of Music) naar het Italiaanse Venetië. Met onderweg echte bergpassen en ook weer voorleespauzes, maar dit keer uit De brief voor de koning. Voor de Alpe Adria Radweg had ik gekozen vanwege de vele bezienswaardigheden, maar ook omdat je desgewenst hele stukken per bus of trein kunt doen, ook al waren wij natuurlijk absoluut niet van plan om dat te gaan doen.
Venetië hebben wij nooit gezien, helaas. Het ziekenhuis van Villach wel. Op Dag 4, na een afdaling van 7 kilometer (ook weer facultatief), waarbij Jelle geconcentreerd remde voor elke haarspeldbocht, volgde een vrij vlak deel.  Althans zo leek het, maar plots was daar toch nog een korte afdaling. Pang! Een band klapte. Jelle viel. Er was bloed en pijn. En er moest een gipsverband om de rechterknie. Einde vakantie, al op dag 4. In de trein naar huis dacht ik daarom: ‘Jelle zal wel nooit meer een fietsreis willen maken.’

fietsen met kinderen

 

Naar Parijs (4): ‘Regen, regen, regen!’

April 2018, dag 8 & 9: Pierrefonds – St.-Mard – Parijs

Rollend tussen de bomen van het Forèt de Compiegne zoeken én vinden we de Romeinse ruïnes van Champlieu. Resten van een antieke tempel en dito theater. Waarna we verder trappen, naar het kasteel van Montépilloy, en snel weer verder, want in de echte wereld gaan teveel kastelen snel vervelen. Bij de poort van de ruïne van de abdij van Chaalis verlaten we de route van ons fietsgidsje, want voor vanavond hebben we een kamer geboekt in Balladins, een motel in Saint-Mard. Low budget, 35 euro. Want: morsig, mottig, vlakbij een snelweg en pal naast een McDonald’s én een Burger King.
‘Het mooiste uitzicht ever!’, juicht Jelle. ‘En de wifi is uitstekend.’    
‘Nog 35 kilometer naar de Notre-Dame’, zeg ik.
Die leggen we de volgende dag af.  We verlaten St-Mard en stuiten negen kilometer verder op het Canal de l’Ourqce. En wie over het fietspad langs dit kanaal westwaarts fietst, komt in Parijs in de buurt van het Gare du Nord uit, waar het op zondagochtend rustig op straat is. Over de Rue de St.-Denis rijden we, tussen de wijk Le Marais en het Centre Pompidou door, naar het Ile de Cité, het eilandje in de Seine waarop de Notre-Dame staat. We zigzaggen door de wijk Saint Germain-de-Près en daarna richting Eiffeltoren, waarbij het begint te regenen en we voor 13 euro twee warme chocomel bestellen in een onvervalste Parijse bistro. Zo’n bistro met van die prettig onbeschofte ober – in ons geval een klein, rimpelig mannetje met een sikje – die de tv belangrijker vinden dan hun clientèle, en je verstoord aankijken als je beleefd om aandacht vraagt.
‘Monsieur, weet u wellicht wat voor weer het wordt?’
‘Mais oui!’, grijnst Sikkemans. ‘Regen, regen, regen!’

fietsen met kinderen

Wat vooraf ging (4)

April 2017: Alleen op de wereld

‘Nu is het écht voorbij’, denk ik. ‘Jelle is voorgoed klaar met fietsvakanties.’ Hij is dan 12 en ik zit naast hem in de trein van Middelburg naar Leiden. Wat vooraf ging? Anderhalf jaar na zijn val in Oostenrijk vroeg ik voorzichtig: ‘Zullen we in de voorjaarsvakantie vanaf Boulogne-sur-Mer naar huis fietsen? In Noord-Frankrijk waait de wind meestal uit het zuidwesten, dus die gaat ons helpen. En we fietsen langs de kust, de route is vlak.’
‘Oké!’, zei Jelle.
Mama bracht ons naar Boulogne-sur-Mer. En daar, onder het beeld van de nors kijkende Egyptoloog Mariette, bleek de week de wind uit het noordoosten te waaien. Ook bleken Cap Gris Nez en Cap Blanc Nez bij het Nauw van Calais pittige heuvels. Met zicht op Engeland, tenzij als het regent, en het regende.  En op de lege camping bij Duinkerken was er ’s nachts storm en hagel, zodat het tentdoek urenlang klapperde. Overdag bleek menig café fermé. Gesloten. En nergens was het warm. In een grijs betonnen bushokje las ik voor uit ‘Alleen op de wereld’. Eenmaal in België stapten we met fiets en al in de kusttram, en daarmee reden we helemaal naar Oostende. Terug in Nederland, op een camping in Cadzand, werden we rillend wakker. Buiten lag ijs. Terwijl we naar het veer van Breskens naar Vlissingen trapten, kleurde de hemel als lood, en tussen Vlissingen en Middelburg viel die lucht leeg. Doorweekt en druipend kochten we bij het station van Middelburg twee kaartjes voor de trein naar Leiden. En in die trein dacht ik: Jelle is voorgoed klaar met fietsvakanties.

fietsen met kinderen

Naar Parijs (5): ‘Waar slapen jullie dan?’

April 2018, dag 9 & 10 (Parijs)

We rekenen af bij het rimpelmannetje en fietsen dan verder, richting Eiffeltoren. Daar aangekomen, vraag ik aan een dame onder een paraplu of ze een foto van ons wil maken, wat ze prompt doet, glimlachend als een fee. Ze vraagt waar we vandaan komen.
‘H-h-holland’, bibbert Jelle.
‘Waar slapen jullie dan?’
Papa haalt dom z’n schouders op. Dan zegt de dame: ‘Ah bon, ik werk bij Le Fouquet’s, dat is een hotel op de Champs-Élysées, vlakbij de Arc de Triomphe. En ik nodig jullie graag uit voor een verblijf. Gratis, is dat oké?’
Waarna zowel de kopman van de Gazelleploeg als die van de Trekploeg juichen. Lang en gelukkig.

De volgende ochtend worden we wakker in een kingsize bed. Uit het raam kijkend, knijp ik in mijn arm. Gisteravond zijn we nog op de Tour Montparnasse geweest, voor een panorama over Tout Paris, en nu hebben we zicht op de Champs-Élysée. Met links de Arc de Triomphe en de winkel van Luis Vuitton, en met recht voor ons het Lido, de befaamde nachtclub, als overburen.
‘Toch jammer hè pap, dat onze reis vet mislukt is’, zegt Jelle.
‘Pardon? Wat bedoel je?’
‘Ik zou toch een wereld gaan zien zonder bizarre beesten, sprookjeskastelen, gemene trollen en goedaardige feeën. Een wereld waarin wonderen niet bestaan. Nou, dat mooi niet gelukt.’
Waarna we ons lachend naar de ontbijtzaal begeven.

fietsen met kinderen

 

Gerelateerd

Delen

Waardering
82943
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *