Kajakken in Schotland

Eefje van den Braak reisde samen met haar partner Otto af naar de westkust Schotland waar zij een kajaktrektocht maakten langs de Inner en Outer Hebrides eilanden. Dit gedeelte staat bekend om de ruige, verlaten landschappen. Ook is dit een perfecte plek om reuzenhaaien en verschillende vogels te spotten. De tocht werd gemaakt in groepsverband onder begeleiding van een gediplomeerd tochtleider en een kajak-professional. Een sfeerverslag.

Uitpuilende IKEA-tassen met proviand voor negen dagen, propvolle waterdichte zakken, allerhande los kajakspul en veel te kleine zeekajak-compartimenten. We staan in een hoekje bij de veerboot. Om ons heen is het een klein slagveld. De vertwijfeling slaat toe, en niet alleen bij mij. Maar Addie is de rust zelve. Als oud-marinier weet hij alles van supersnel inpakken en wegwezen. Ook onze Britse tochtleider en kajak-professional Phil gooit vlot en schijnbaar achteloos wat spullen in zijn boot. Hij koopt nog snel een robuuste kajaktrolley, terwijl Martin met mijn zakmeszaagje zijn zelfgemaakte karretje passend probeert te maken. Tijdens de overtocht van Oban naar het eiland Barra staan de kajaks stevig vastgesjord op het autodek. We zitten in de zon en puffen uit van de inpakstress. Elbrich heeft toch een plek gevonden voor haar verse kool en Nico heeft zijn comfortabele stoel uiteindelijk tussen de deklijnen geparkeerd.

Outer Hebrides 
Als we in Castlebay de boot verlaten, is het kajakkarretje van Martin al door zijn hoeven gezakt. De aankoop van Phil betaalt zich nu uit. Het is nagenoeg donker, een plek voor de tenten zoeken wordt dus lastig. Gelukkig zien we aan de waterkant even verderop een flinke reep gras. Met zoveel enorme vuilnisbakken is dit toch overduidelijk een kampeerplaats? Al gauw is iedereen onder zeil, ook Janny die voor het eerst wildkampeert. De volgende ochtend ontdekken we dat we midden in een cultuurmonument staan: de Herringwalk. De ‘vuilnisbakken’ blijken informatiezuilen over de verloren gegane haringvisserij.
We willen profiteren van de goede weersverwachting voor de komende dagen en zetten rechtstreeks koers naar Mingulay, het bijna zuidelijkste eiland van de Outer Hebrides. We varen relaxed en pauzeren op strandjes met Bounty-allure: wit zand, helderblauw water en serene rust. Ook het onbewoonde Mingulay past in dat rijtje, zij het dat ons kamp grenst aan een roerige kolonie papegaaiduikers. Het broedseizoen is voorbij, dus tijdens onze avondwandeling tolereren deze puffins ons op hun terrein. Na een stevige klim genieten we van het weidse uitzicht over de eilandengroep. Verderop, aan de andere kant van het eiland, denken de grote jagers heel anders over gastvrijheid dan de puffins. Deze skua’s scheren zo dreigend over onze hoofden dat we snel omkeren.
Woensdagochtend worden we gewekt door het lawaai van remmende vrachtwagens, wat natuurlijk niet te rijmen valt met dit onbewoonde eiland. Eenmaal buiten de tent blijken er zo’n zestig grijze zeehonden lepeltje lepeltje aan de waterrand te liggen. Ze ‘zingen’ er lustig op los. Een uurtje later zwemmen ze in groepjes weg. Vier achterblijvers volgen ons nieuwsgierig als wij aan onze dagtocht beginnen. Het is zonnig, de wind en de deining houden zich rustig. Dit zijn de Hebriden op hun vriendelijkst.

Gezicht van de Hebriden
We varen dicht langs de steile kliffen van Berneray. Daar zitten, zwemmen en vliegen overal kleine alken, papegaaiduikers, zeekoeten en allerlei meeuwensoorten. Dan cirkelen er ineens drie zeearenden boven de torenhoge klifrand. De verrekijker heb ik onder handbereik, maar het valt niet mee om vanuit een wiebelige kajak loodrecht omhoog te kijken. Heel even heb ik de kenmerkende ‘vingers’ aan de vleugels goed in beeld. Aan de andere kant van het eiland strepen we nóg een icoon van deze regio af: naast ons zwemt een basking shark (reuzenhaai) die aan de oppervlakte plankton uit het water zeeft met zijn enorme muil. Met een gemiddelde lengte van zes tot acht meter is het de op een na grootste vis ter wereld. We steken de Sound of Berneray over om via de westkant van het eiland terug te peddelen naar ons kamp. De lucht is intussen grijs en Phil wijst op schuimkoppen in de verte; wij krijgen misschien wel met wat golven te maken. Dat blijkt een rasecht Brits understatement. We varen vlak langs de kliffen door een flink stuk tidal race en stoppen in een rustige inham onder een natural bridge. Daar komen we bij van de vermoeidheid en zakt ook bij mij het adrenalineniveau – op zo’n wilde zee heb ik nog niet eerder ervaren. Dan hoppen we via een nieuwe tidal race naar de volgende kalme plek. Phil gaat om de hoek van de klif poolshoogte nemen en besluit dat doorvaren geen optie is. Als we via hetzelfde ruige water weer terug zijn in de kalme Sound, is de stemming uitgelaten. ’s Avonds proosten we op onze stoere, grensverleggende ervaring.
Als we vrijdag van wal steken, zien we opnieuw het serieuze gezicht van de Hebriden. De tegenwind en de golven houden ons stevig bezig, maar de mooie pauzeplekken maken veel goed. De geplande laatste oversteek bewaren we toch maar voor morgen, de inspanning is genoeg geweest. Op Sandray sjouwen we het hoogstnood­zakelijke een groen duinvalleitje in en relaxen we uit de wind en in de zon.

Castlebay
Op zaterdag is het opnieuw hard werken tegen de wind in. Een tussenstop in Castlebay brengt ons in de bewoonde wereld en dus bij koffie, sandwiches en scones. Er is slecht nieuws over het weer: aanhoudende tegenwind met ’s nachts 6 Bft. Dat betekent een stevige discussie over het verdere plan. Blijven we hier of steken we over om vanaf Oban te gaan varen, wat voor sommigen overbekend gebied is? We bereiken met moeite een compromis: we varen nog een paar kilometer naar het noorden, en gaan maandag terug naar Oban.
Die avond zoeken we in een doolhof van mini-eilandjes een enigszins beschutte kampeerplek. Het voorste groepje ziet een vis otter soepel het water in glijden. Als de tenten staan en de potjes gekookt zijn, hangen we nog wat rond op de rotsen. Phil probeert een vuurtje te stoken met nat hout. Onze ogen volgen een scholekster-jong dat eigenwijs rondstapt op ons strandje. Pa of moe roept hysterisch vanaf de stenen tegenover ons, maar het piepkuiken is er niet van onder de indruk. Gelukkig, hij bereikt de andere kant. Maar dan: in een flits wordt hij tussen het overhangende zeewier gesleurd. Was het de otter die we eerder zagen? Als Martin een stuk droog hout voor het vuur komt brengen, begint het te regenen.
Op maandagmiddag stappen we in Oban in de kajaks, op weg naar de Inner Hebrides. Het contrast met de buiteneilanden kan niet groter. Kaal, ruig en onbewoond tegenover groen, lieflijk en (een beetje) bevolkt. Maar de wind is hier inderdaad een stuk minder, wat voor sommigen een opluchting betekent.

Adrenaline
Het water rond Scarba is beroemd en berucht vanwege de onvoorspelbare draaikolken en tidal races van de Corryvreckan. Maar nu is het kalm. Er hangen dikke regenwolken rond het onbewoonde eiland, en die blijven er nog wel even. Martin en Phil settelen zich daarom in de bothy (openbare, eenvoudige berghut, red.). De rest zet de tent op naast de kabbelende beek, die de volgende morgen flink aangezwollen blijkt. De reputatie van het gebied maakt dat we die woensdag verwachtingsvol vertrekken, misschien zelfs wat gespannen. Als we bijna bij de zuidpunt zijn, voelen we een lichte teleurstelling: was dit het nou? Maar dan zitten we opeens in een pittige tidal race, nog heftiger dan bij Mingulay. Ik voel de adrenaline omhoog schieten, en kan tegelijkertijd een brede glimlach niet onderdrukken. Dan krijgen we de Grey Dogs in het zicht. Als hier de vloedstroom naar buiten loopt, ontstaat er een serie hoge, staande golven over zo’n tweehonderd meter afstand. Playtime! Het water ziet er vervaarlijk uit, maar met de juiste techniek kun je een mooie surplace in de golven maken. Ik peddel er enthousiast op af. Maar Otto en Phil moeten me tweemaal in de kajak helpen – een hele prestatie in dit woelige water – voordat het surfen me lukt. Na de lunchpauze proberen we de Grey Dogs via de keerwaters langs de kant te verlaten. De tegenstroom is inmiddels immens. De meesten van ons komen er alleen doorheen met behulp van het sleepje dat vanaf de rotsen aangereikt wordt. Daarna is het gedaan met alle inspanning en opwinding. De resterende anderhalve dag bestaat uit ontspannen peddelen en genieten van de omgeving en op vrijdag ook van het opklarende weer. Die middag gaan we vlakbij de camping aan land en duw ik mijn kajak met moeite steil omhoog naar onze kampeerplek. Binnen de kortste keren is het om ons heen weer een slagveld. Maar met verse aardbeien en een glas wijn onder handbereik voelt het nu heerlijk relaxed.

Wat heb  je nodig voor een kajaktrektocht?
Je moet in ieder geval beschikken over een geschikte kajakuitrusting. Voor deze tocht is ook een volledige kampeeruitrusting, proviand voor 9 dagen en water voor 3-4 dagen nodig. Uiteraard heb je voldoende kennis, technieken en ervaring in huis, wat je aantoont d.m.v het certificaat Zeevaardigheid. De beschreven tocht werd georganiseerd door de Stichting PeddelPraat, die ook allerlei (zee)tochten, opleidingen en examens verzorgt. Zie www.peddelpraat.nl. Tip: in bijvoorbeeld Castlebay worden (dag)tochten met huurkajaks georganiseerd, al dan niet met instructie.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

 

Gerelateerd

Delen

Waardering
55918
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *