Huttentocht Champsaur-Valgaudemar, Ecrins

Stilte. Dat is het eerste wat we ervaren. Reisgenoot Roger en ik rijden de vallei in en hebben instant de ‘natuur vibe’. De enige weg naar het refuge-hotel is van ons. In de winter is dit stuk van de vallei drie maanden lang verbannen van de zon. Harde omstandigheden voor de schaarse bewoners. Op 1600 meter hoogte brengen we de eerste nacht van onze berghuttentocht door in het Nationaal Park des Ecrins, specifieker; de valleien van Valgaudemar – Champsaur. Nippend aan een génépi, DE lokale likeur van de regio, nemen we het speelterrein in ons op. Een enorme waterval -met de schitterende naam: De sluier van de bruid-, een herder met honderden schapen die de nacht voorbereidt en de zes met sneeuw bedekte tanden van de Sirac. Vroeg op stok; het avontuur gaat beginnen.

“Best zwaar hè, die backpack op je rug?” Ik kan niet veel meer dan ja-knikken. De zweetdruppels parelen in een gestaag tempo via mijn neus op de rotspartijen onder me. De zon knipoogt nog maar net over de pieken, vlinders schrikken op van het gehijg en bij elke bocht is het tijd voor een korte pauze. Het Hollandse lijf moet duidelijk wennen. Een paar bochten verder zien we onze eerste bergmarmot, de kraaloogjes turen ons van onder een rots verschrikt aan. Stap voor stap, de 800 hoogtemeters kruipen voorbij. “Met straffe tred en Bastogne koeken”, aldus de enige Nederlanders die we tegenkomen op het hele traject. Stokbrood met salami, dat is wat er bij ons in het meegekregen lunchpakket zit. De Bastogne koeken denk ik erbij. Backpack af, lunchplek Lac de Lauzon is net over de helft, refuge de la Pigeonnier is in zicht.

Prima nachtrust – refuge pigeonnier

Overdonderd door alle indrukken worden we aan tafel geroepen. We delen de voedzame hap met 3 Vlaamse jongens. De komende dagen blijkt dat soep vooraf, gevolgd door lasagne en aansluitend zelfgemaakte cake een populaire maaltijd is. De Vlamingen zijn het al gewend, “alléz het is soms wat ambetant, maar goed, het is alleszins stevige kost”. Een glaasje génépi maakt de maaltijd af. Uitbuiken en van het bewegende schilderij buiten genieten. Dit is wat ik altijd al wilde; op de berg blijven als de zon ondergaat, als miniatuurmensjes in de grote woeste bergwereld te gast zijn. En nu gebeurt het, dit is genieten! De Vlaamse jongens met wie we de slaapzaal delen blijken rustige slaapgewoontes te hebben. “Als je hier toch met twaalf mensen in even zovele bedden tegen elkaar aan ligt te snurken, dan is het een ander verhaal”, Roger ziet nog niet direct de charme, dat komt vast nog wel.

HELP! “Sta daar nou niet zo te kijken, help me liever!” Op een pittig technisch stuk – lees: een pad van twintig cm breed wordt onderbroken door puntige rotsen, gevolgd door een ravijn van 200 meter diep – breekt een stuk steen af en ik glijd onderuit. Voor mijn gevoel hang ik alleen nog aan een stuk rots dat zich in mijn onderbeen heeft vastgezet. “Als je je tien cm laat zakken, sta je gewoon weer”, de immer rustige Roger heeft makkelijk praten. Even later sta ik dan met lichtelijk bebloed onderbeen te trillen op de rand van de afgrond. En door! Passages zoals deze zijn er regelmatig. Spannend, uitdagend, vermoeiend ook. Maar wat een kick! Al denk ik dat je hier anders over denkt wanneer je hier met kinderen loopt. “It’s part of the path only alpine climbers take” aldus Regis de parkranger even later. Aha, dat verklaart een hoop.

Niet nadenken..

Als we uitleggen dat we normaal gesproken achter een bureau zitten is zijn antwoord: “Welcome at my desk” zijn armen wijd spreidend, net als zijn glimlach. Nu al jaloers, wat een baan.

Regis is verantwoordelijk voor het park, aanwezige wildlife, de flora en fauna. Als er een schaap wordt doodgebeten, gaat Regis kijken of de dader misschien een wolf is. Zelden te zien, maar ze zijn wel een flink probleem in de vallei. Onschuldiger zijn de ‘chamois’, gemzen. Daar zijn er duizenden van in het gebied, in zijn aanwezigheid zien we er van dichtbij een flink aantal. We moeten door, de volgende hut is nog niet in zicht en de benen zijn al goed te voelen. Even later zitten we in een muur van rododendrons een reep te eten als Roger een hut ontwaart aan de andere kant van de berghelling. “Zou dat onze bestemming zijn?”

Juni is de beste tijd qua begroeiing

‘De génépi brandt zich een weg naar beneden’

Een vervelende steek in de knie speelt parten. Het pad met losliggende stenen daalt flink en dat helpt niet mee. De blik is gericht op het pad, elke stap moet goed geplaatst zijn, een misstap is zo gemaakt. Ook op de dalende paden dwingen we onszelf tot pauzes. De fenomenale omgeving is iets wat geen moment verveelt en alle indrukken worden geabsorbeerd tot op het bot. We balanceren op gladde rotsen over de laatste waterval van de dag, we ruiken de koude cola en de lasagne al. De vermoeide blikken in de ogen geven onze gesteldheid prijs aan de eerder aangekomen Vlamingen. “Dat was geen sinecure hè?” De koude suikers doen goed, de ijskoude douche gek genoeg ook. Refuge de Chabernéou wordt slechts eenmaal per jaar voorzien van voedsel en we zijn dan ook benieuwd wat de pot schaft. Ook hier is het lasagne. De zelf geplukte planten en paddenstoelen maken hem uniek en de pan gaat schoon leeg. De génépi brandt zich een weg naar beneden.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Rozig en voldaan staren we vanaf de houten bankjes om ons heen. De laatste zonnestralen van de dag zorgen voor lange schaduwen. Mensen zien we niet in deze omgeving, vogels horen we amper. Een paar marmotten en gemzen foerageren onverstoorbaar in hun domein. De mens is hier te gast. Het gebrek aan moderne communicatie als televisie of internet is hier geen gemis, het is volstrekt normaal. Hier en nu, één met de natuur.

Lasagne with a view

We nemen afscheid van de Vlamingen, voor ons staat de ‘koninginnenrit’ op het programma. Zeven á acht uur lopen met een aantal technische passages staat er in het vooruitzicht. Daar tellen we nog een uur of twee bij op. Die Fransen lopen hier blijkbaar lekker door, voor ons is dat anders. “The first part is two hours, easy walking”. De ‘guardien’ van de hut is ervan overtuigd.

Twee flinke watervallen en drie sneeuwvelden later zitten we al bijna aan die twee uur. De hut ligt ons op oogafstand pesterig na te kijken en de moed zakt in de schoenen. Klimmen, klauteren, omhoog en omlaag. En net wanneer je denkt dat je weet waar je je ongeveer bevindt, wordt je verrast met een in gele bloemen gehulde vallei. En een beeldschoon stil meertje voor een huisje. Het is tien uur in de ochtend, de temperatuur is inmiddels een graad of dertig en we wanen ons in het paradijs. Koude cola is onze beloning, maar de dag moet nog goed beginnen. “Als deze twee uur eigenlijk drie uur waren, hoe zit het dan met de rest?” Roger heeft het enige juiste antwoord. “We zullen zien, gewoon blijven lopen”. Drie bergtoppen en even zovele afdalingen scheiden ons van het nachtelijk verblijf. Op de slopende klim naar de top van de col de la Vallonpierre is het een waar marmottenfeest. Ravottende marmotten, we struikelen er zowat over.

Door de vallei richting refuge le Vallonpierre

“Wow, good luck guys!” De manier waarop onze enige tegenliggers deze vier woorden uitspreken, baart lichtelijk zorgen. Onze bestemming dwingt in ieder geval respect af. Op de bergkam van de Vallonpierre zitten we letterlijk met één been aan elke kant van de berg. De col de Gouiran lijkt een makkie, daar aan de andere kant van het dal. Schijn bedriegt, op losliggende dunne stukken steen is het moeizaam dalen. En als dat dan eenmaal achter de rug is, lijken de toppen toch elke keer weer hoger. Ruig, dat is het enige woord wat hier past. Geen mensen, nauwelijks bomen, de wind die de toppen van de cols als muziekinstrumenten bespeelt. De benen beginnen te protesteren. Vooruit, nog één col. Welja, meteen de hoogste van de hele tocht. Met zijn 2668 meter is de Col de la Valette het hoog(s)tepunt. Een welgemeende boks op de top vat alles samen. De vermoeidheid, de pijn, de stilte en het ultieme genieten van de afgelopen dagen uiten zich in een minutenlange stilte. Het besef dat deze trip er bijna op zit. Volgende week, als we weer achter ons bureau zitten, dan denken we hier met weemoed aan terug.

Refuge pre de la Chaumette is stiekem nog best ver weg. Alleen maar dalen vanaf de Valette klinkt misschien relaxed, maar is het pittigste stuk van de hele berghuttentocht wat mij betreft. We zijn al ruim twee uur aan het dalen als we ineens de hut in het vizier krijgen. Achter de laatste stenenlawine verschijnt een paradijsje. Een groot groen grasveld vol met bloemen, ijskoud water wat zich in een rotvaart langs de hut naar beneden stort. Aan alle kanten ingesloten door het bergmassief waar we de afgelopen dagen te gast mochten zijn. De koude cola die de ‘guardien’ ons overhandigt voelt als een trofee. Morgen nog (maar) drie uurtjes naar de parkeerplaats. Vanavond laten we ons nog één keer onderdompelen in het Franse bergleven, de natuur en de stilte.

Het hoog(s)tepunt van de trip

Informatie Huttentocht Valgaudemar – Champsaur

Hoe kom je er:

Met de auto is het vanaf Utrecht 1100 kilometer naar het startpunt in Gioberney. Zelf vlogen we naar Lyon en regelden een all-inclusive huurauto via Sunny Cars, 100% verzekerd en gegarandeerd geen kosten achteraf. Ook Grenoble, Gap of Marseille zijn prima aanvliegplekken.

Accommodatie:

Wij verbleven in achtereenvolgens:

In het voorseizoen is er meestal genoeg plek om op de bonnefooi te kunnen gaan, voor het hoogseizoen (juli-augustus) wordt aangeraden om te reserveren.

De prijzen variëren tussen de 5-20 euro per nacht, het eten en drinken is redelijk duur. Door de spaarzame bevoorrading is dit ook logisch. Bijna alle refuges werken met een diner-ontbijt-lunch arrangement. Hier maakten wij dankbaar gebruik van.

Verdwalen is geen optie

Omgeving:

De valleien Champsaur en Valgaudemar vormen de onderste regionen van het grote Nationaal Park des Ecrins. Deze omgeving staat bol van de mogelijkheden. Voor buitensporten als wandelen, bergbeklimmen, canyoning en raften, is dit een heerlijke plek. Als je kampeert in La Chapelle bijvoorbeeld, ligt de buitensportwereld aan je voeten. Tel daarbij de bourgondische inslag van de regio op en je komt niks tekort. In de winter wordt hier geskied waarbij Orcieres als één van de grotere skigebieden geldt. Alle informatie over de regio kun je vinden op: champsaur-valgaudemar.com/en/summer/home.html

Met kinderen?

De route en de afstanden die wij liepen zijn niet direct familie-vriendelijk. De lengte, hellings- en dalingsgraad en de staat van ‘het pad’ maken het een behoorlijk pittige trip. Toch is er hier genoeg te beleven met kinderen. Voorbeeld? Een tweedaagse tocht naar het bijzonder mooi gelegen refuge de Vallonpierre is zo’n belevenis. Een wandeling van een uur of drie, badderen in het meertje naast de hut, marmotten tellen in de vallei en genieten van de kookkunsten van de guardien. En de volgende dag weer naar beneden, gegarandeerd het hoogtepunt van de vakantie.

Gerelateerd

Delen

Waardering
80194
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *