Fietstocht door Noord-India

De provincies Jammu, Kashmir en Ladakh liggen grotendeels hoog in de Himalaya in het noordelijkste puntje van India. Het gebied is ruig en alleen in de zomer (juni tot en met september) zijn de smalle passen begaanbaar. Wie hier gaat fietsen, ziet bergketens met eeuwig besneeuwde pieken, vruchtbare valleien en uitgestorven hoogvlaktes. Yke Schippers en Maarten Bink fietsten vijf weken door deze noordelijk gelegen provincies van India. Ze reden over talloze slingerweggetjes, zagen uitzichten om over te dromen en maakten kennis met de Indiase bevolking.

Fietsroute
Om één of andere reden hebben wij ons altijd ‘beter’ gevoeld wanneer we in de bergen waren. Onafhankelijk van elkaar opgegroeid rond de bossen van de Veluwe,  trok de familievakantie steevast naar de bergen. Het geeft ons de ruimte, de vrijheid en het gevoel van eindeloosheid door de hoogte en vergezichten op immense rotsen, steen en gruishellingen in alle verten om je heen. En de lucht die helder is, de wind die vrij is en de rust van de stilte die er heerst. Vol verlangen stonden we te trappelen toen we het vliegveld van Mumbai , India, uit fietsten: de start van onze reis door en over de Himalaya, van Srinagar, de (zomer)hoofdstad van de Indiase deelstaat Jammu en Kashmir, aan de westgrens met Pakistan, tot aan Manali in Himachal Pradesh. Omdat de passen tussen deze twee steden meestal pas rond juni berijdbaar zijn, kozen we voor de aanloop vanuit Mumbai, rustig door Rajasthan heen. In mei ongeveer zouden we dan Jammu bereiken. Deze aanloop werd een lange, hete en gevaarlijke tocht waarbij vooral de hitte ons af en toe het lijf afranselde.

Kashmir
Srinagar, eeuwenoude stad in de vallei van Kashmir op zo’n kleine 2000 meter hoogte, staat vooral bekend om de conflicten tussen India en Pakistan. Guerrillastrijders uit Pakistan vielen de streek binnen in 1947. Later, onder druk van de VN, stonden ze een groot gedeelte weer aan India af, maar de spanningen zijn gebleven. Sindsdien is in Kashmir vooral het Indiase leger met veel machtsvertoon aanwezig. Eindelijk wat op hoogte genieten wij van de koelte van de stad en omgeving met zijn vele grote, groene meren die vol liggen met Houseboats, traditionele langhouten woonboten waar je dobberend in het meer de zon ziet ondergaan. Om een geschikte slaapplek te vinden, moeten we even flink sjacheren, maar de New Beauty is dan ook ‘echt de mooiste, traditioneelste, volledig houten en full-serviced longboat uit heel Kashmir!’ Ook onze fietsen gaan eerst de gammele kano op en worden bij ons op het drijvende vaarpaleis (lees: krot) geplaatst. Met een buik vol chapati, dahl en thee slapen we in vrede in.

Srinagar
Het eerste stuk vanaf  Srinagar in Jammu en Kashmir voert ons over de NH-d1, de National Highway, tevens de enige weg die van hier naar Leh voert. Het voordeel van arriveren per fiets is dat je rustig  op hoogte komt en goed kunt acclimatiseren. Het enige adembenemende wat dan overblijft, is de geweldige omgeving. Via hobbelige gravelwegen, soms wat vlakker en dan weer stuiterend met de kaken vast op elkaar geklemd, slingeren we langzaam omhoog waar zich al donkere mistflarden hebben samengepakt. Om elke hoek strekt zich weer een uitzicht uit waar we in onze dromen zelfs nog niet aan toe kwamen. Omkijkend naar het dal zien we de slingerweg waar hier en daar de autootjes formaat luciferdoosje over voortkruipen. ‘We fietsen gewoon door Jammu en Kashmir’, zeggen we tegen elkaar. Of we glimlachen alleen maar. In de stromende regen rollen we de Zojila (3529m) op. Onze eerste pas (La betekent pas in verschillende Himalaya talen) is een feit. Bovenaan kijken we recht in de geweerloop van een uiterst nieuwsgierige Indiase soldaat, die ons bananen geeft van een ter plekke gesneuvelde vrachtwagen.

Ladakh
De komende 950 kilometer fietsen we over acht passen tussen de 3500 en 5050 meter. De kwaliteit van de wegen is beter dan we verwachtten. Vooral de laatste kilometers voor de daadwerkelijke passen hobbelen we nogal en is het door de uiterst smalle wegen oppassen geblazen. Het is er niet druk, maar het is die paar maanden per jaar de enige toegangsweg tot de hooggelegen steden in Ladakh. Van twee kanten komen er vrachtwagens, fourwheeldrives volgestapeld met kippen, stoere Indiërs op Engelse motoren en niet te vergeten twee keer per dag een konvooi van het leger. Op en neer en op en neer. Ter bevoorrading van materiaal en manschappen. De Line of Control, grenzend aan Pakistan, wordt goed bewaakt. Op zo’n moment zoeken we even rustig de berm op, eten wat zoutloos brood met honing en laten dan zo’n veertig vrachtwagens grommend voorbij. De lager gelegen weg is regelmatig en sterk wisselend van kwaliteit. Soms strak asfalt, dan weer keienvelden en rustige smeltwatertjes kruisen ons pad. Er komen regelmatig landverschuivingen voor die met oude gele bulldozers gevlakt worden. Met modderbadjes als gevolg. Onze sterke stalen fietsen met brede banden zingen van genot onder dit afwisselende geweld.

Leh
Met zo’n 10.000 inwoners is Kargil een flinke stad. We kunnen zelfs kiezen uit wat hostels en restaurants. Door de hoge ligging is Kargil de helft van het jaar gewoonweg niet bereikbaar. Als we na onze douche (met liefde warm gestookt water) naar buiten stappen, is het rep en roer op de hoofdweg. Iedereen kijkt en staart in de verte naar de hoger gelegen bergwand. Twee Himalayaberen worden door mannen uit het dorp een steile puinhelling opgejaagd. Deze herders vrezen blijkbaar voor het leven van hun grazende geiten.

De NamikaLa (3.760 m) en de FotuLa (4.147 m) zijn opnieuw ontzagwekkende passages. We voelen ons zo klein en nietig op deze paden omhoog. Uren van te voren zien we de boeddhistische vlaggetjes al waaien. Daar gaan we heen, ‘that’s our road’, en we laten de pedalen draaien in het lichtste verzet.  We zijn rustig, we voelen ons zo sterk, ondanks dat een dagje trappelen in deze omgeving behoorlijk wat energie kost. Noord-India geeft ons dat allemaal.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Halverwege ligt Leh, waar we een paar dagen blijven. Tussen backpackers en alpinisten kiezen we dagelijks een ander eettentje, bezoeken we wat tempels en laden vooral weer op. Beetje eten, slapen en ontspannen. In de verschillende guesthouses zijn altijd wel leuke boeken te vinden. Als tussendoortje fietsen we vanuit Leh zonder veel bagage een dagtrip naar de KardungLa (5.611m), de hoogste ‘motorable road’ ter wereld en daar zijn wij natuurlijk trots op. Op onze fietszadels krijgen we ongelofelijke blikken toegeworpen van de motor- en fourwheeldrive toeristen. Op de pas eten we in een legerbarak noodlesoep, happend naar adem door de hoogte. Ons dak kan eraf!

Klein Tibet
In Ladakh schijnt driehonderd dagen per jaar de zon. Boven de wolken geeft de zon een heerlijke warmte, maar knalt ze er ook flink op. Tijdig smeren en iets op je hoofd is dus onontbeerlijk. Als we in de tent overnachten, komt het kwik wel onder nul. Onze bidons zijn tegen de ochtend bevroren en de brander doet er langer over om het water te koken. Gelukkig zijn er de parachutedorpen. Veelal Tibetaanse vluchtelingen hebben, onder door het Indiase leger afgedankte parachutes, eettenten gemaakt op de meest afgelegen plekken langs de weg. We smullen van rijst met dahl, een linzengerecht waar we met bloempannenkoekjes goed op fietsen. Onderweg zien we yaks, spotten we steenbokken en speuren vergeefs naar de sneeuwluipaard. De meeste nachten vinden we onderdak in guesthouses of zogenaamde Homestays; we schuiven aan bij families die het beste met ons voor hebben. Niet voor niets wordt Ladakh ook wel klein Tibet genoemd, eigenlijk de enige plek waar veel Tibetanen in ballingschap (los van hun land dan) zichzelf kunnen zijn. Een en al warmte en hartelijkheid.

RohtangLa
De laatste pas, de RohtangLa (3.975 m) wordt onze zwaarste beproeving. We zien al uren geen tegenliggers en zelfs boven op de pas drinken we eenzaam thee in het uitgestorven tentendorp wat normaal toch een populair dagtripje vanuit Manali moet zijn. Als we afdalen fietsen we de loodgrijze bewolking in, die we van boven al vreesden. Zware stortregens hebben de zandweg in modderpoelen omgezet. We ploegen met de fiets aan de hand tot de knieën door de modder inderdaad op een file af. Het zit allemaal muurvast in de vette klei. We gaan door, storten ons in de stromende regen en glibberen de komende zestien kilometer met het hart in de keel door de hoosbuien heen de berg af. Als we weer asfalt hebben, zijn onze remblokken op. Weggesleten door schurend zand op de velg. Uitgeput bereiken we die avond een houten hotel op veilige hoogte tussen het groen van een prachtige vallei. En hoe wij geslapen hebben…

Op 29 juni komen we, na vijf weken in de Himalaya, aan in Manali. Eens voor hippies, nog steeds met hippies. Toch lijken die tijden veranderd. Er wordt nog steeds groene kruiden gerookt en in wijde pijpen rondgedwaald door sommigen, maar de westerse jongeren van nu vinden hun zingeving meer in hun  iPod-kosmos met hun blik op zichzelf, terwijl ze op één van de vele terrassen elkaars Facebook liken. Alleen de jonge honden leven er nog net als toen, vrij op straat om te gaan en te staan naar waar de weg hen leidt.

Zelf fietsen door Jammu, Kashmir en Ladakh?
Omdat zowel India als Pakistan het gebied claimen, ontstaan er geregeld rellen tussen Pakistanen en Indiërs in Jammu en Kashmir. Hierdoor werd het jarenlang afgeraden om af te reizen naar het gebied. Ondertussen (situatie 2012) is de situatie iets verbeterd en komen er steeds meer toeristen naar het gebied.  Als je van plan bent om Jammu en Kashmir te bezoeken, is het aan te raden om goed op de hoogte te blijven van de actuele situatie.

Gerelateerd

Waardering
56530
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *