Fietsen langs de Ostseeküstenradweg Eilanden

Zee, geschiedenis, een droog klimaat en een nagenoeg vlak parcours. Dat zijn de ingrediënten voor de verrassende nieuwe SNP-fietsreis langs de Duitse Oostzee. Over afwisselende Waddeneilanden en langs oude Hanzesteden, waar het DDR-verleden nog af en toe om de hoek komt kijken.

Een oranjerode bol prikt door de mist boven zee. Ganzen vliegen als zwarte silhouetten langs het serreraam voorbij. Het is nog vroeg in de ochtend als we in Breege, onze eerste overnachtingsplaats op het eiland Rügen, zijn verschenen voor het ontbijt. Op ons tafeltje staan een vervaalde vuurtoren en een uitgebleekte houten vis, om de zeesfeer nog eens extra mee te accentueren. En toch is er iets eigenaardigs met het verstilde water waar we over uitkijken: het is omzoomd door riet, niet iets wat je aan zee zou verwachten. Later ontdekken we dat dit soort grotendeels door landengtes omsloten wateren – Bodden worden ze genoemd – erg brak zijn.

Gotisch pronkstuk

Pas gisteren zijn we uit de trein gestapt in Stralsund. Jammer dat het pronkstuk van de baksteengotiek, het stadhuis uit de dertiende eeuw, net in de steigers staat als we in het oude Hanzestadje arriveren. Gelukkig zijn het tegenoverliggende Wulflamhaus en Dielenhaus, die eveneens gotisch zijn, wel in vol ornaat te bewonderen. Na Lübeck was Stralsund de belangrijkste Hanzestad in het zuidelijk Oostzeegebied. Nadat het door een Slavisch volk gestichte dorp in 1234 stadsrechten had gekregen, ging het Stralsund enorm voor de wind. Zozeer zelfs dat de Lübeckers het in 1249 wel welletjes vonden en het kersverse stadje afbrandden. Maar Stralsund liet zich niet kisten en groeide uit tot een belangrijke handelsstad waar hout, graan, vis, traan, hop en bier werden verhandeld.

Tegenwoordig is Stralsund vooral toeristisch interessant, met name sinds het na de Duitse hereniging is gerestaureerd. Bovendien is het de toegangspoort tot Rügen, Duitslands grootste eiland in de Oostzee. Na een buffetontbijt fietsen we naar de hoge brug die Rügen met het vasteland verbindt. Opgelucht om, na weken regen in Nederland, nu in de zon te fietsen, vergezeld door een bries, zoals dat ‘hoort’ in de buurt van de zee.

Polsdikke paling

En tijdens onze tweede fietsdag belooft het opnieuw mooi weer te worden, iets wat vast niet toevallig is, want met een gemiddelde jaarlijkse neerslag van 550 millimeter is dit deel van Noord-Duitsland beduidend droger dan Nederland. Over een licht heuvelachtig parcours van aan elkaar geknoopte fietspaden en landweggetjes fietsen we in oostelijke richting over het eiland. Vandaag staat onder andere de Königsstuhl op het programma, een hoge witte krijtklif aan de oostkust, vanwaar een Zweedse monarch een zeeslag met de Denen moet hebben gadegeslagen. Tegenwoordig is het een drukbezochte toeristische trekpleister, maar op onze reis ernaartoe komen we vrijwel niemand tegen. Niet bij de Hofladen in Bobbin, een uit 1799 stammende boerderij waar je heerlijk koffie in de tuin kunt drinken, en ook niet bij de viskraam in Ranzow. ‘Wilberg’s Räucherei’ staat er in knalgele letters boven de ingang. Na een afdalinkje vanuit het binnenland, stappen we hongerig naar binnen. Daar stuiten onze ogen op een eilandbewoner van het stugste soort; een grote man kijkt ons zwijgend aan vanachter zijn uitstalling met vis, met de armen over elkaar, zonder ook maar enig teken van toenadering te geven. Voor hem in de vitrine liggen gerookte heilbot, zalm, polsdikke palingen, makreel en maatjesharingen, die op zo’n vijf manieren zijn ingemaakt. Te veel om ze allemaal te proeven. Gelukkig zouden er nog meer gelegenheden komen deze reis; visrokerijen zijn bijzonder populair langs de Duitse Oostzee.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Badplaats met sanseveria’s

Als je met bewoners van de Duitse Oostzeekust over het DDR-verleden praat, steekt vroeg of laat altijd wel die typische weemoedigheid de kop op. Zoals bij de vrouw die haar hondje uitlaat in de buurt van het jarenzeventighotel dat een paar dagen later opgeblazen zal worden om plaats te maken voor iets moderns. Een betonnen kolos uit de socialistische tijd, zo fantasieloos lelijk, dat het bijna weer mooi wordt. De tranen springen de vrouw bijna in de ogen als ze nog een laatste blik op het bouwwerk werpt. Niet dat ze de geheime dienst, de Stasi, terug wil, maar het rücksichtslos vernietigen gaat haar enorm aan het hart.

En misschien wel terecht. Met wat renovatie, het oppoetsen van de jarenzeventig-inrichting en een paar nieuwe sanseveria’s, maak je van zo’n socialistisch hotel een onderkomen waar een opgehipt vintage-hotel een puntje aan kan zuigen. Een mooi voorbeeld hiervan is het Rügen-Hotel in Sassnitz, een vrijstaand, hoog, betonnen gebouw, op een winderig plein, waar je ontbijt op de bovenste verdieping, met een fenomenaal uitzicht over zee. Zeer authentiek. Nu oude objecten aan de haven, zoals het stationsgebouw en de brandweertoren, een nieuwe bestemming hebben gekregen, is het bovendien heerlijk dwalen langs de kade, direct vanuit het hotel. Wie nog verder doorloopt langs het water, komt bij een boulevard vol vergane glorie. In een mengeling van stijlen staan Pippi Langkous-huizen met veranda’s, art deco-gebouwen en neoclassicistische hotels gebroederlijk naast elkaar.

Arbeidersparadijs

Met de Oostzee lange tijd aan onze linkerhand fietsen we de volgende etappe naar Prora, een kilometerslang, half afgebouwd hotelcomplex uit de Nazitijd. Hier hadden duizenden gestaalde arbeiders van hun welverdiende vakantie moeten genieten, om eenmaal uitgerust weer dubbel zo hard in de fabrieken aan het werk te gaan. Na Prora gaat de fietsroute lange tijd door de bossen, gevolgd door een honderd meter hoge klim naar Schloss Granitz, een kasteel dat ons weer in heel andere sferen brengt. Na Kaffee mit Kuchen bij de bakkerij in het kustplaatsje Sellin, fietsen we verder richting Lauterbach, de derde en laatste overnachtingsplaats op het eiland Rügen, door een kleinschalig landschap met vergeten dorpjes en kronkelige weggetjes.

Het Lourdes van Rügen

We verlaten het eiland via het veer bij Stahlbrode. Maar eerst stappen we in Zudar nog even af om de Laurentiuskerk te bekijken, een gotisch bakstenen gebouw uit het begin van de 14e eeuw, dat tot in de wijde omtrek bekend werd doordat het Mariabeeld wonderen kon verrichten. In korte tijd werd Zudar het Lourdes van Noord-Duitsland. Twee keer een bedevaartstocht naar Zudar, en je was van al je zonden verlost. Totdat in 1372 een boot met pelgrims verging en negentig opvarenden verdronken. Toen was het in één keer gedaan met het geloof in het pelgrimsoord. Met Sint Laurentius zelf, een jonge priester in Rome die opkwam voor de ouden, zieken en armen, was het al niet veel beter afgelopen; hij werd gearresteerd door de Romeinse keizer Valerianus.

Vergane glorie

Eenmaal aan de overkant fietsen we door naar het schilderachtige Hanzestadje Greifswald, voor één overnachting op het vasteland voor we naar het volgende eiland gaan. Usedom staat vooral bekend om zijn historische badplaatsen, waar de Duitse badplaatsarchitectuur zich aaneenrijgt langs lange boulevards aan de kust. Hier staat de vergane glorie van een eeuw geleden, die na een periode van verval, in oude luister is hersteld na de Duitse hereniging. De vakantievierende elite van weleer in de talloze hotels, restaurants en grand cafés heeft inmiddels plaatsgemaakt voor de ‘gewone’ wereldburger. Is er toch nog iets terechtgekomen van de socialistische idealen in voormalig Oost-Duitsland.

Gerelateerd

Delen

Waardering
81667
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *