Fietsen langs de Loir

De vrouw staat graag in de schijnwerpers, het mannetje juist niet. De Loire en de Loir. De laatste ontdekten we deze zomer. Spectaculair is de man niet, maar zeker aangenaam gezelschap. En al helemaal in combinatie met Brigitte, gastvrouw vam chambre d’hôtes Domaine de Bré.

Met open armen komt Brigitte op ons af. ‘Marjolein..! Nanda..! Hoe was de voyage?’ Het welkom is warm. Brigitte, klein, energiek en altijd in voor een grap, is geboren Nederlandse, maar woont al jaren in Frankrijk. Vlakbij Angers, waar we aankomen. De zon beschijnt de oude vakwerkhuizen van de stad. 17 uur. Het tijdstip waarop een dag reizen z’n tol eist, maar deze keer valt dat erg mee. We zijn met de trein gekomen, dus geen Schipholstress en schietgebedjes tijdens stijgen en landen. Wel een reuzerelaxte conducteur, die ons in vier talen welkom heette en attendeerde op de koffie en broodjes in de restorette. Benen strekken, een beetje werken en we rolden ‘groen’ en uitgerust Angers in. Dag drie staat de studentenstad op ons relaxte, vijfdaagse programma. Onze fietsen zijn al bij Brigitte afgeleverd.

Onder de sterren

Het huis waar Brigitte met man Eric en dochter Lise woont, Domaine de Bré, ligt hemelsbreed 20 kilometer van Angers vandaan. Een sierlijk hek, een tuin formaat landgoed met een poeltje voor kikkers en een hottub voor ons. ‘Sous les étoiles’, verklapt Brigitte. Domaine de Bré ligt aan het eind van een doodlopende weg, omsloten door bossen waar uilen en zwijnen schuilen. Het ligt in een bocht van de Loir, een noordelijke zijrivier van de Loire. Over de Loire, de vrouwelijke rivier, staan de VVV-schappen vól – de kastelen erlangs zijn hotspots voor toeristen. De Loir is een ander verhaal. Die meandert bescheiden en relaxt door het land. Heeft óók kastelen, maar minder pompeus of triomfantelijk. Bovendien zijn vele onbewoond, niet toegankelijk of een beetje mal. Zoals kasteel Verger – Brigittes buurman, nog in de steigers – waar je voor een nacht slapen straks 500 euro betaalt. ‘Exclusif déjeuner!’, schatert Brigitte. Kortom, wie lekker wil slapen (én lachen) trekt in bij Brigitte.

Dag 1: Watertandend langs watermolens
Bré – Baracé – Huillé – Bré

Verse croissants, koffie uit het familieservies. Nu al voelt het vertrouwd tussen de ‘rommeltjes’ van Brigitte. Het huis is een en al kleur en het staat vol souvenirs van verre reizen en bevriende gasten. We fietsen al vroeg langs bermen vol wroetsporen, varens die koper kleuren, het Bois de Boudré. We slaan af, een boerenpad op dat uiteindelijk eindigt aan de oevers van de Loir. Een lang touw, een pontje. ‘Jij of ik?’, vraagt Marjolein. De rivier heeft een vacht van witte wasem. Sprookjesachtig mooi is het in het vroege zonlicht. Er schiet iets blauws over het water. In vijf minuten heeft Marjolein het pontje naar de overkant getrokken, camera in de aanslag, maar het ijsvogeltje is ‘m gesmeerd.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Toppie!

Van Montreuil-sur-le-Loir fietsen we via Baracé naar Huillé, dorpen van nog geen 400 inwoners. Rustige wegen, hier en daar wat bos, wat velden, een huisje, boompje, beestje. Het dorp Huillé is even schrikken. Een klim (!) en dan zien we het stoere kerkje, de huizen met lavendelblauwe luiken, een bordje Vin d’Anjou. Het is er muisstil. Net als in Lézigné waar de kerk een lange schaduw over het uitgestorven plein werpt. De bakker is dicht, de barman op vakantie, de boer klaar met hooien. Wat een rust. En hoe kan het dat er niets gebeurt met al die vervallen watermolens op de route? Het groen perst zich door de kieren tussen de stenen en de raderen liggen er uitgeteld bij. Maar wat een locaties, elke Nederlandse horeca-ondernemer zou ervan watertanden. Aan het water, tussen het groen, geen verkeer, alleen een ruisende rivier. Maar de Loir kan zo grillig zijn, dat niemand een terras aandurft, horen we. Wil je toch buiten zitten met een wijntje? Koop een fles in de supermarkt en laat je in de berm langs de Loir zakken. ‘Oui!’, zegt Brigitte later, ‘ça c’est toppie!’

Dag 2: Typisch Anjou
Bré – Jarzé – Marcé – Bré

Op weg naar Seiches-sur-le-Loir, waar Brigittes onbewoonde wereld eindigt, passeren we kasteel Verger. Een pompeus geval met twee kolossen van torens open en bloot in de zon. Een kasteel met Loire-aspiraties, eigenlijk geen gezicht in dit niets-aan-de-hand-landschap. Op weg naar Montigné-les-Raires glooit het land. We fietsen door plukken bos en duizenden varens die de tufstenen bodem bedekken. Van dat tufsteen worden roomkleurige huizen gebouwd, zoals in Cheviré Rouge, een poëziestadje, al lijken de dichters in winterslaap. De enige beweging zit in het clubgebouw van het ‘boule-de-fort’-broederschap. Daar ontmoeten we boule-de-forter Claude Vivier. ‘Le truc?’ Je moet een houten bal over een holle baan zo dicht mogelijk tegen een balletje rollen. Zoiets als het Vlaamse krullebollen. Claude doet het voor. ‘Comme ca, een typisch spel van de Anjou.’ En dan gaat de kantine weer dicht. Ander ‘typisch Anjou’ is de rosé die de wijnboer van La Tuffière produceert. Dat is een paar uur fietsen verderop. De druiven doen het in dit zachte klimaat goed. De rosé is koel en fruitig en ligt in grote vaten opgeslagen in een voormalige mijn. We nemen een flesje mee voor Brigitte die ons opwacht in een huis vol vrienden. Aanschuiven. Lachen. Gezelligheidheid. Is dat een uil die we ’s nachts horen?

Route 4: Paadjes met boerenhekken
Bré – Chateau Plessis Bourré

Het is nog knisperig fris als we Domaine de Bré verlaten. Het wordt een lange dag, het doel is Angers. Via het leuke trekpontje steken we over naar Montreuil, dan over de D313 verder, dat gaat snel. In Sourcelles komen routes 3 en 4 samen, splitsen weer, maar voeren beide lekker dicht langs een rivier. Naar Château Plessis Bourré (route 4) eerst langs de zuidoever van de Loir, dan vanaf Briollay noordwaarts over een fraai graspaadje langs de Sarthe. Het is een wandelpad, heupbreed en met boerenhekken, maar fietsers mogen er ook op. Achter elkaar, anders past het niet. Tussen de bomen duikt dan  kasteel Plessis Bourré op, vier torens, een 44 meter lange dubbele ophaalbrug en een grote binnenplaats. Deels middeleeuws, deels Renaissance, lezen we. En het moet een geraffineerd geconstrueerd plafond hebben. Maar wie pech heeft komt aan de poort als er een dozijn schoolklasjes rondzwermt. Nous retournons voor het plafond.

 

Route 3: Angers in vogelvlucht
Bré – Angers – Bré

Maar vandaag is Angers het plan. Hemelsbreed 20 kilometer van Bré, maar als je mooie paadjes volgt de helft langer. En dat doen we. Bij Briollay een paadje door de weilanden, langs een koperkleurige rivier, weilanden vol koeien met gouden-randjes-vachten. Een kilometerslang pad voert vanaf Cantenay-Epinard langs de Sarthe naar het zuiden. Over een singletrack met fietsroutebordjes, ‘V47-Vallée du Loir á Vélo’. Als de kathedraal van Angers in zicht komt, staan de routebordjes op kades met prachtige platanen en villa’s met Rivièra-look. Bij het Office du Tourisme stallen we de fiets. Twee uur hebben we voor Angers.

James Bond

Een must is het 13e eeuwse kasteel. Niet alleen vanwege de zeventien torens, maar vooral om het wandtapijt van 100 bij 4,50 meter dat de Openbaring van Johannes verbeeldt. Zeven jaar werd eraan gewerkt, een apart gebouw werd aangelegd om het te kunnen exposeren. Een uurtje nog. Dat gaat op aan de galerie van David d’Angers waar roomkleurige standbeelden hoog op een sokkel licht staan te vangen onder een glazen koepel. Het is schitterend.

Op James Bondachtige wijze verdwijnen we uit de stad. Via een ‘gat’ in de brug over de snelweg belanden we op een paadje langs de Maine dat ons tussen bermen vol bloemen de stad uit loodst. Een leuke verdwijntruc waaraan je niet te laat moet beginnen. Als we bij ons pontje aankomen is het bijna donker. Maar daar ziet Marjolein het voordeel van in. Hét tijdstip om wild te spotten. De schimmen aan de overkant blijken onhandige vrouwen die het pontje niet snappen. Terug bij onze Brigitte. Wijn in kristallen glazen. Een tuin vol lampionnen. We voelen ons verwende Loire-vrouwen, maar de sfeer is lekker lazy en Loir.

Route 5: Het komt goed
Bré – Durtal – Bré

Onze laatste dag. Brigitte zullen we ons nog lang herinneren, net als het landschap – het voelde goed. Het is niet super opwindend hier in de Anjou, er zijn geen vijfsterren bezienswaardigheden, maar misschien is het juist daarom zo prettig en snel vertrouwd. Een kasteel dat maar niet af komt. Een uil die zich niet laat zien. De barman die weer terugkeert van vakantie. De bakker die pas om 16 uur open gaat. Geen haast hebben, het komt vanzelf goed. Dat een energieke vrouw als Brigitte het hier uithoudt zegt genoeg.
Vandaag pas bekijken we Durtal, een stadje met lichtgebogen straten die uitkomen op het Place du Generaal de Gaulle. Daar torent het kasteel van Durtal hoog boven de roomkleurige huizen uit. Al bijna 10 eeuwen lang. We laten ons door de sobere kamers voeren, er hangen schitterende tapijten, we zien pastelkleurige muurschilderingen, het uitzicht is op de Loir. In de trein terug naar Nederland trekt het land van de Anjou voor de laatste keer voorbij. De akkers, de groentevelden, de fruitgaarden, de kastelen, de bossen langs de rivieren. Pas in Parijs horen we dat het stormt in Nederland. Schiphol heeft alle vluchten afgelast. Een fluittoon. Deuren die dichtgaan. De trein teezjeeveet weer verder.

Gerelateerd

Delen

Waardering
82543
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *