Het Fietserpad: praktische informatie

Het Fietserpad voert in 574 km van de Limburgse heuvels naar het Groningse wad. Iets preciezer: van Mesch bij Maastricht naar Pieterburen bij de Waddenzee. De ontwikkelaars van de route kozen de allermooiste (fiets)paadjes zo dicht mogelijk langs het Pieterpad dat van de Sint Pietersberg naar Pieterburen loopt. Hun gids met routebeschrijving dateert van 2010 maar met een avondje puzzelen stippel je, net als wij, zelf de route uit langs knooppunten. Of je boekt de tocht bij SNP. Het Fietserpad: lekker een paar dagen buffelen, of relaxt een week fietsen van bergen naar zee.

Lees ook binnenkort: het sfeerverhaal over het Fietserpad

Fiets het Fietserpad met SNP

en

Wat je moet weten over het Fietserpad

De tocht

Het Fietserpad is 574 kilometer lang en loopt min of meer parallel aan het Pieterpad. De route begint in Mesch (bij Maastricht) in Zuid-Limburg en eindigt in het noorden bij Pieterburen, vlakbij de Waddenzee. Het is zo’n tocht die thuis hoort in het rijtje klassiekers als Rondje Zuiderzee, LF1-Kustroute en de Ronde van Nederland.

Het gebied van het Fietserpad

Van zuid naar noord: eerst volg je de Maas, vervolgens rij je door het rivierenlandschap van de Waal met natuurgebieden Ooijpolder en Millingerwaard. Na het oversteken van de Rijn fiets je door Montferland, tik je Duitsland aan en fiets je vervolgens door de Achterhoek en Twente. Via het fraaie beekdal van de Drentsche Aa kom je bij het Paterswoldse meer, Groningen, en dan is het nog maar 30 kilometer naar Pieterburen.

Zwaarte

Licht. Het zwaarst is de route in Zuid-Limburg en bij Nijmegen waar je twee lange stukken vals plat hebt, de stuwwal op. De Limburgse heuvels zijn een fijne warming up, een beetje klimmen en dalen, en met wat slim (of laf..) plannen hou je de zwaarste klimmetjes buiten bereik.

Navigeren over het Fietserpad

Het Fietserpad is niet bewegwijzerd. De route volgt de routebeschrijving uit de fietsgids het Fietserpad (uitgeverij Elmar, ISBN 9789038918976), van Mesch tot Pieterburen. De gids met routebeschrijving dateert van 2010.

Het Fietserpad volgt zo veel mogelijk het Pieterpad, waarbij gezocht is naar de mooiste, autoluwe en autovrije (fiets)paden en wegen. Wij stippelden de route uit via knooppunten, zo veel mogelijk in het spoor van het Fietserpad. Handige planner daarbij is de Fietsknooppuntenplanner van de ANWB. De planner van de Fietsersbond, in aangepaste vorm ook in gebruik door het Landelijk Fietsplatform voldoet niet goed als je zelf je route wilt samenstellen via knooppunten.

Plannen en fietsen via knooppunten is een fluitje van een cent, met uitzondering van de Achterhoek waar het knooppuntnetwerk op de schop ligt (zomer 2016) en veel nieuwe knooppunten zijn/worden toegevoegd.

Knooppunten (cijfers op bordjes) zijn in Nederland groen op witte ondergrond. In België wit op blauwe ondergrond. In Duitsland wit op rode ondergrond.

Beste tijd

Mei – september. Wij fietsten de tocht in juli en van zuid naar noord i.v.m. de windrichting en de beschrijving in de routegids.

Overnachten langs het Fietserpad

Kamperen: leuke terreintjes zijn o.a. de Natuurkampeerterreinen, waaronder ook landgoedcampings en paalkampeerterreinen (lid worden, kan ook op locatie), de campings van Staatsbosbeheer en SVR-campings (kamperen bij de boer van de Stichting Vrije Recreatie). Niet kamperen maar wel lowbudget slapen en ontbijten kan bij Vrienden op de Fiets, eerst even lid worden. Meer fietsvriendelijke accommodaties vind je o.a. op Bike & Breakfast en op Nederland Fietsland.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Het Fietserpad in knooppunten, van dag tot dag

Dag 1: Maastricht – Meerssen, ca 40 km

Vandaag een kort traject: na aankomst op station Maastricht fietsen we via Eijsden, Mesch (startpunt Fietserpad), Margraten en Oud-Valkenburg naar Meerssen. Langs boerenhoeves en kastelen, mergelgrotten en velden vol mais en graan.

Overnachten dag 1
Camping ’t Geuldal, Meerssen (tussen KP64 en KP09)
Mooie camping met fraaie plekken voor trekkerstentjes langs de Geulle.

Dag 2: Meerssen – Heythuysen, 85 km

Al op dag 2 heb je alle heuvels achter je gelaten. Heerlijk vlak fietsen langs de Maas die bij Rothem voor het eerst opduikt: breed, glanzend, meanderend. We hoppen even voorbij Geulle aan de Maas (mooi kerkje, de kérrék van Gäöl) het Julianakanaal over. Fraaie kilometers door natuurgebied Maasvallei – een vlakte van verruigd gras, waar je ingeklemd bent door het water: rechts het kanaal (hoger dan fietspad) en links de Maas die in brede slingers het landschap doorsnijdt. Dan via Urmond (vaak tentoonstellingen in terpkerkje), langs moestuinen en boerengehuchten (Veldschuur..) naar Obbicht, waar de Maas stroperig tussen rafelige oevers kabbelt. Nieuwe natuur, maar ook veel grindwinning vanaf hier. In 1992 stond Maas bij Obbicht tegen randje dijk. Op kerstavond moesten mensen alle meubels op dijk zetten. Voor niets, want de Maas zakte. Het standbeeld even verderop, bij KP19, is van ene Chiel Savelkoul (1924-2003), troubadour van Maasland, plaatselijk wereldberoemd om zijn revue tijdens carnaval. Of hij goed was? ‘Als hij nu had geleefd met al die tv shows was hij misschien wel ontdekt’, denkt een buurvrouw met uitzicht op het gouden beeld.

Verder gaat het, via Illikhoven (tip: coupe Heisse Liebe in ijscafé Nostalgie: een reusachtige tuin met terras, verborgen achter stenen muur langs fietspad, ijscafe-nostalgie.nl). Tussen KP13 en KP24 steken we de Maas over naar het middeleeuwse Maaseik (België) en vervolgen via Ophoven (met pont en leuk terras de Spanjaard), Geistingen (met buurtwinkel), mooi Thorn (witte huisjes), Wessem (beschermd dorpsgezicht) en Osen/Linne (sluizen). De reusachtige rokende schoorstenen waar je op weg naar KP42 tegenaan kijkt zijn die van de Essent Clauscentrale, een van de grootste elektriciteitscentrales van Nederland die 8% van alle Nederlandse elektriciteit levert. Tot slot nog wat onopvallende dorpen als Pol en Heel. Natuurreservaat Leudal heeft Museum Leudal en Camping Leudal, de laatste helaas vervallen tot een soort woonkamp met barakken waar rokende mannen uit raampjes hangen. Dus wordt het nog 20 min doortrappen naar de eerstvolgende camping, in Heythuysen, een paar kilometer van de uitgestippelde route af.

Overnachten dag 2
SVR-Camping ’t Vossenveld, Heythuysen
Seniorencamping met vaste standplaatsen, beheerd door sympathieke boer. Drie km verderop, in Helden, heerlijke flammküchen bij biercafé De Zoes.

Dag 3: Heythuysen – Geysteren, 70 km

Een dag met veel variatie, eerst Neer (met een stier op het Plaza Nera en mooi uitzicht over de Neerse schans), dan over de hooggelegen Maasboulevard (met haven, café XXL Troost en pontje naar Beesel) en golvende graanvelden(bij Kessel-Eik) naar het leuke stadje Kessel met Kasteel De Keverberg, het modernste kasteel van Nederland en dé plek voor een koffie, al zou het zwaar beproefde kasteel (belegerd, in brand gezet, opgeblazen) bespookt zijn door de ronddolende Cas, een van de Heren van Kessel, ooit verdronken in de Maas. Voor wie dat teveel van het goede is, kan ook aanschuiven bij De Rozentuin, een leuk terras bij het pontje naar Beesel. Wij blijven op de linkeroever van de Maas, er volgen fraaie kilometers door goudgeel graanland en langs door water omstroomde eilanden waarop wilde paarden grazen. Vanaf stuw Blefeld is het land gevormd in terrassen, hoe dat kan wordt interessant beschreven in de gids van het Fietserpad).

Ook al zo mooi is het bij Baarlo (kasteeltje, kasteeltuinen met kunst, een waterrad met wasplaats en een kolossale kerk). We passeren het ene na het andere leuke café al is het fijnste natuurlijk de ruimte, de akkers met groenten en aardappelen. Op de achtergrond doemen de twee puntige torens van kasteel Blerick op. Om er te komen fiets je door natuurgebied Berckterveld van het Limburgs Landschap.

Bij Blerick-Venlo fiets je langs iets wat avontuurlijk klinkt – wild-boulevard met struinoevers – maar in praktijk een strook groen is met veel lelijkheid: de resten van afgebroken fabrieken, stapels ijzer, hekken. Groter kan het contrast niet zijn met het nabijgelegen sfeervolle aspergedorp Grubbenvorst. Tip: even aanleggen bij De Witte Dame, een terras overspannen door een groene parachute tussen de bomen. De bar eronder is de bovenkant van een groot koperen biervat.

Het zijn vervolgens fraaie, groene kilometers tussen rozendorp Lottum en de pont naar Arcen: boerderijtjes, lapjes grond, rozenvelden. We blijven op de linker Maasoever, rijden op weg naar Broekhuizenvorst tussen velden veel fruit, pruimen, blauwe bessen, appels, peren. Het is een mooi landelijk gebied, al is de Maas even niet te zien. Verderop kun je opnieuw oversteken (doen we niet), bij camping/terras ’t Veerhuys vind je ook pontje Kobus, van Blitterswijck naar Wellerlooi, handig als je een rondje Nationaal Park Maasduinen wilt doen, op de rechteroever van de Maas (wij morgen). We fietsen verder, door de plaatsjes Well en ’t Leuken, de laatste met haventje en camping ’t Kooy, die we links laten liggen want niet veel verder komen we bij het sfeervolle Geijsteren, met tussen veel groen, pal aan de Maas camping landgoed Geijsteren.

Overnachten dag 3, Geijsteren
Camping Landgoed Geijsteren
Het is een Natuurkampeerterrein (lid worden, kan ter plekke) met overkapping om te lezen/luieren bij open haard, verse-broodjes-service, supermooie plekken en bovendien vlakbij Geijsteren met meerdere gezellige (eet)cafeetjes zoals ’t Trefpunt.

Dag 4: Geysteren – Nijmegen, 71,8 (incl NP Maasduinen)

Vanaf de camping meteen rechtsaf richting 46 en je zit weer op de route die meteen de grens Limburg – Brabant passeert. Maashees, Vierlingsbeek, Aijen, het zijn allemaal dorpen met een varkensmarkt, hier Köpkesmert geheten. De varkenskoppen (kunst) die je hier en daar ziet herinneren aan de tijd dat boeren zo’n kop ter beschikking stelden voor de verkoop. De opbrengst was bestemd voor de instandhouding van de kapel. De koppen werden en worden meteen weer terug geschonken door de koper om opnieuw geveild te worden. Na de veiling werden vroeger de koppen geschonken aan arme gezinnen.

Bij KP40 (kan ook bij KP67 iets ten zuiden van Geijsteren) hoppen we even naar de rechteroever van de Maas voor een rondje door Nationaal Park Maasduinen (aanrader!). Het rondje 30 > 29 > 79 voert door een soort duinlandschap, net Terschelling, met loofbomen en dennen en hei, en die ‘zee’ links dat zijn grintgaten. Alle info over het park + routes vind je in het leuke bezoekerscentrum met bosbrasserie Sluis.

Op de linker Maasoever vervolgen we de route. Best mooie Brabantse boerenlandweggetjes hier. Net voordat je rechtsaf slaat richting KP4 ligt terras De Schutkooi met ‘De lekkerste koffie op het mooiste plekje’. We passeren de stuw en sluizen van Sambeek en volgen daarna een fraai vrijliggend fietspad langs de Maas waar lange gele steigers als tentakels de rivier in steken.

Tussen Boxmeer (die spookflat) en Cuijk duik je het Maasheggenlandschap in waar je fietst over een avontuurlijk smal paadje en waar het groen kruipt, druipt, klimt en woekert, mooi! Het paadje komt uit in Beegen, waar je rechtsaf slaat en vanaf een dijkje uitzicht hebt op maisakkers en maasheggen. Caesar vervloekte de ondoordringbare prikkelstruiken! meldt een infobord bij de ‘Vergeten doorgang’. Deze doorgang bij het Oeffelts viaduct heeft alles te maken met ’t Duits lijntje, een spoorlijn uit WOII.

NB: voordat je bij KP02 bent rij je onder een oude spoorbrug door. Er volgt een bocht linksaf en meteen daarna kun je steil omhoog via de brug de Maas over ri 25 (niet aangegeven).
Dat doen wij niet, want we willen op linkeroever blijven: volg KP02. Je rijdt dan over een leuk pad links van de Maas, komt langs de ruïnebunker van Maaslinie Oeffelt en vervolgens bij ’t Veerhuis Oeffelt. Ook hier kon je ooit over de Maas, is het onduidelijke verhaal op het infobord, maar niet als wij er zijn.

Rechtdoor gaat het dus, door het Oeffeltse Raam, een rommelig begrazings-/natuurgebied dat waarschijnlijk niet lang meer te leven heeft gezien het bord ‘Wonen en werken’. Via een soort ‘laagvlakte’ vol koeien rijden we St Agatha in, uiteraard met klooster en kloostertuin. Ook hier kun je wonen en werken, maar dan wel in stilte en met bezinning (Alleen de waarheid wint, maar de overwinning van de waarheid is de liefde.)

Over een dijkje gaat het langs de uiterwaarden van de Maas, op de achtergrond ligt het donkergroene Reichswald, dichterbij duikt de haven met abdij van Cuijk op, oef! Net voorbij de haventje (bij KP04) steken we met een pontje de Maas over (terras aan het water: Dolfijn) en slaan linksaf de bossen van ’t Reichswald in die aansluiten op de bergen en dalen rond Nijmegen.

Bij Mook volgt het afscheid van de Maas. Ze buigt linksaf, wij rechtsaf en vanaf nu volgen we de Waal. Op weg naar Nijmegen is het even doorbijten de stuwwal op, flink veel vals plat. Langs de Mookse heide, gevolgd door een fijn asfaltpaadje door het bos, remmen los en die complete stuwwal weer omlaag… en dan weer omhoog… Nijmegen! Fietsstad 2016. Via de Groesbeekseweg fietsen we licht stijgend de stad in, eindpunt voor vandaag.

Tip: even de dorst lessen bij het geweldige Kraayershoff, brasserie met tuin en terras in voormalige Kraayenhoffkazerne, leuk!

Overnachten dag 4, Nijmegen
Hotel Credible
Leuk hotel, zelfde eigenaren als Kraayenhoff. Mix van industrieel, gezellig en hip (You can’t sleep? Let’s cannot sleep together). Aardig personeel, lekker eten, terrasjes voor de deur en klein hok aan straatkant waar paar fietsen in kunnen. Ook naar de derde verdieping sjouwen met je spullen, geen lift.

Dag 5: Nijmegen – Bredevoort, 106,5 km

Vanaf Nijmegen glijden we vanzelf de Ooijpolder in. Nog even omkijken en dan zie je goed de stuwwal waarop Nijmegen ligt. Ook gezien: ‘Ga toch fietsen’, een aanmoediging in het veld. De bermen zijn prachtig, vol korenbloemen, klaver, vlier, distel, st janskruid. Dit zijn de Groenlanden. We slingeren langs grote waterplassen – gaten voor kleiwinning, de pijpen van steenfabrieken er hoog bovenuit – en langs de huisjes van Ooij, neergestrooid middenin het groen. Café Oortjeshekken is dé trekpleister voor wandelaars en fietsers.

Richting KP95 gaat het over een dijk die uitkomt langs de blinkende Waal, wat een ruimte! Nu even geen knusse huisjes, maar kolossen van schepen. Om de oevers te sparen zijn zandstrandjes en kribben aangelegd. In de uiterwaarden kun je een enorme kudde wilde Konikpaarden tegenkomen.

Dan volgt natuurgebied De Gelderse Poort met de Millingerwaard, waar je de dijk helaas deelt met zwaar verkeer dat enorme klonten klei op het asfalt achter laat. Vreemde combi met het idyllische plaatje dat komt en gaat: het kerkje van Kekerdom (buitendijks) met in het gras een ooievaarsnest en grazende hooglanders.

Bij bezoekerscentrum Gelderse Poort steken we het Bijlands Kanaal over, met pontje Millingen – Bijland/Pannerden. Na een lus om de Bijlandt heen, een grote open recreatieplas, en langs randje Tolkamer (met leuke terrasjes op en onder de kade!) rijden we kilometerslang over een brede dijk langs het water naar Spijk, de plek waar de Rijn ons land binnenstroomt.

Na Spijk is het even een rommeltje, een mix aan Nederlandse en Duitse knooppunten van en naar Hoch Elten en verderop gewoon Elten. (in Centrum Elten RA ri 10). En dan is het onverwacht nog even klimmen tussen Elten en Stokkum.

Tussenstand in de bossen van Montferland: nog 276 kilometer te gaan naar Pieterburen, bijna op de helft. Wel voor wandelaars, maar goed. Voorbij Stokkum (molen en woning van weerman Gerrit Hiemstra vertelt vriendelijke wereldfietser) met het fraaie kasteel Huis Bergh in ’s Heerenberg (terrastip! tuintip!) krijgen we te maken met het coulissenlandschap van de Achterhoeks: op onze route over boerenwegen en weggetjes schuiven de decors langs ons heen: maisvelden, Saksische boerderijen, knalgroene weilanden vol gezonde grazende koeien. Het is een plaatje, zo keurig het boerenland er hier bij ligt. Het netwerk daarentegen is een rommeltje – het wordt vernieuwd. Bovendien is het aangelegd als spinnenweb, waarbij je, op weg van zuid naar noord, soms drie keer zoveel fietst dan ‘nodig’ is. En we missen het water… wel erg leuk in de Achterhoek vinden we de RUST-punten: een bankje met gevulde thermoskannen, een parasolletje, een blik met zelfgebakken koekjes en een bakkie voor de munten. We stoppen in boekenstad Bredevoort.

Overnachten dag 5
Vrienden op de Fiets, Bredevoort

Dag 6: Bredevoort – Haaksbergen, 75 km

In een grote lus fietsen we tegen de klok in om Winterswijk. Het pad voert langs de Oliemölle (met leuk terras De Gulle Waard), langs een molen, witte vakwerkhuizen, bolle akkers, rode dakpannenboerderijen, en dan het vredige boerengehucht Kotten. Op weg naar Sibelco fietsen we langs het uiterste oosten van Nederland, langs de grens met Duitsland.

Bij steengroeve Sibelco wordt Muschelkalk gewonnen, er ligt een pakket van 35 meter dik in de bodem. Vanaf een uitzichtplateau kun je de groeve in kijken: tientallen meters diep en 200 miljoen jaar terug in de tijd. Muschelkalk wordt gebruikt als vulstof, het zijn de samengeperste resten van sauriërs.

De Achterhoek krioelt van de beekjes en watermolens. Ook is de vruchtbare kalkbodem goede voedingsbodem. Het wemelt van de wijngaarden, ook eentje bij Meddo, een dorp met drie kroegen alleen al rond de kerk. Op weg naar Twente passeren we het Zwillbrocker Venn, een moerassig Duits-Nederlands natuurgebied (Natura 2000-gebied). Het is ontstaan nadat hier turf is gestoken. Er grazen maar een paar koeien, om de natuur een kans te geven. In het voorjaar staan de vochtige hooilanden vol pinksterbloemen. Schuimbelletjes aan de stengels wijzen op aanwezigheid van de larf van de schuimcicade. Het is het domein van een 16.000-koppige kolonie kokmeeuwen, maar de veertig flamingo’s die er zijn neergestreken hebben meer sjans. In Zwillbrock (D) veel terrassen.

Via bospaadjes slingeren we de Achterhoek uit. Tussen Rekken en Haaksbergen is het een rommeltje met de knooppunten, er wordt gewerkt aan het netwerk. Tip: volg tijdelijk de ANWB-paddenstoelen. We fietsen de Buurserbeek over, langs de romantisch gelegen Oosterdorper Watermolen van Haaksbergen. Het is een olie- en korenmolen, gebouwd in opdracht van Karel V (1548!). De molen is vaak gerestaureerd, ook als wij er langsfietsne. In de oliemolen wordt olie uit lijnzaad, raapzaad, koolzaad en huttentut geslagen. In de korenmolen wordt haver, rogge en tarwe geplet en gemalen.

Overnachten dag 6, Haaksbergen
Vrienden op de fiets

Dag 7, Haaksbergen – Oosterhesselen, ca 140 km

(140 km als je tussen Vasse en SChoonebeek via Duitsland fietst. Blijf je aan Nederlandse zijde van de grens dan kom je via de knooppunten aan ca 155 km).

Vlakbij Haaksbergen ligt natuurreservaat Buurserzand. En even verderop het Aamsveen, een laatste piezeltje van de hoogveenvlakte die zich uitstrekte tot Groningen. Al het water bij elkaar opgeteld dat het sponzige veenmos vasthield (20x zijn eigen gewicht), is gelijk aan de inhoud van de Waddenzee en het IJsselmeer samen, meldt de Fietserpad-gids.

Bij het oude boerendorp Glanerbrug steken we de Glanerbeek over, een belangrijke beek voor afwatering van het gebied. Van meanderende beek werd hij rechtgetrokken tot diepe sloot om water overlast te voorkomen. Maar nu deels weer meanderend gemaakt, en nu weer populair bij kamsalamander, ijsvogel kikkers, libellen, vlinders en grote gele kwikstaart.

We passeren ‘m twee keer, ook in Elsbeek, en ook andere beekjes – ook Twente stikt ervan, geheimzinnige, bruine slingerbeekjes tussen varens en onderdoor schaduw van beuk, eik.

Even later, net ten zuiden van Losser, duikt de Dinkel op, die dwars door de heide, zandverstuivingen en bossen van het Lutterzand stroomt. We volgen haar zoveel mogelijk, fietsen door Losser en laten Oldenzaal en De Lutte links liggen. Via het Lutterzand op weg naar Denekamp. Lutterzand ligt aan de voet van een stuwwal uit de ijstijd en bestaat uit heidevelden, zandverstuivingen, jeneverbesstruweel en bossen met grove, den, berk en eik.

Het is prachtig hier. En dan dat Klöpkeshoes in Berghum, 25 m2 groot, dat is het. Een Hans en Grietjehuisje maar dan niet van koek en snoep maar van vakwerk, geel leem, rode dakpannen en een waterput. Er waren er veel van dit soort huuskes op Twentse boerenerven. Het zijn de woningen van ongehuwde vrouwen die hun tijd doorbrachten met bidden en liefdadigheidswerk. Vooral in roerige tijden van het christendom waren ze actief. Ze klopten op deuren en riepen de bewoners op om in het geheim Rooms Katholieke dienst bij te wonen. De klöpkes leidden een ingetogen bestaan en werden onderhouden door de boeren.

Ander bezienswaardigs is Natura Docet, ofwel Wonderryck Twente, gevestigd in bezoekerscentrum/VVV met tentoonstelling ‘Buitengewone levende dieren’. Tip: leuk terras ook!

En dan rijden we bijna Denekamp binnen. Bij Landgoed Singraven zet de Dinkel een eeuwenoude watermolen in gang die een houtzagerij aandrijft. De voormalige molenaarswoning is nu een oerknus café en sjiek restaurant. Het keienpad erlangs voert zo de bossen in en lost op tussen landgoederen, weilanden, heuvels, hei, houtwallen, bossen en beken. Dit is het domein van het schuwe ijsvogeltje dat nestelt in de steile oevers van het riviertje.

Er is teveel moois om overal af te stappen. Ootmarsum heeft een oeroud kerkje en drie keer per week wordt er in het stadje een siepelmarkt (uien en meer) georganiseerd. De Manderheide is beroemd om de cirkels van Jannink, een slimme boer die rondjes tractorde in plaats van rechthoeken zonder zo de voren te vernielen. En overal dat keurige land: malsgroene velden, fraaie boerderijen, bochten in de weg met kaarsrechte bomen. Als we na 22 pijlsnelle kilometers tussen Uelsen en Emlichheim (volg ten noorden van Oud Ootmarsum KP30 > 91 > 94 > 15 > Uelsen > 14 etc) Nederland weer binnenrijden bij KP45 volgen na de jaknikkers van Bourtangerveen misschien wel de mooiste kilometers van de tocht: tussen Schoonebeek en Oosterhesselen staan prachtige boerderijen in kluitjes opeen. De laatste kilometers gaan langs oude veenvaarten waaraan ook het vriendelijke Oosterhesselen ligt.

Tip: ipv aan Nederlandse zijde te blijven kun je vanaf Vasse bv via Duitsland naar Bourtange/Schoonebeek. Dat gaat via Uelsen, Hftenkamp, Hoogstede en Emlichheim en scheelt veel kilometers. Volg vanaf Vasse richting Uelsen. In het centrum van Uelsen (D) rij je naar de kerk. Hier rechtsaf ri 14, dan rechtdoor doorgaande weg oversteken. Via dit vrijliggende fietspad kom je na 22 km uit in Emlichheim voert. (Eerst ri Haftenkamp aanhouden (= L; R is naar Gölenkamp). Naar wens kun je L/R afslaan om binnendoor naar Emlichheim of Hoogstede te rijden (Zoals Fietserpad doet).

Overnachten dag 7, Oosterhesselen
Vrienden op de Fiets

Dag 8: Oosterhesselen – Pieterburen, 133,5 km

Aalden is een van de mooiste esdorpen van Nederland, twintig boerderijen om een brink met oude eiken – ‘hoast hielemaol bleven zoas ’t was’. Koffie/pannenkoekentip: Het Hoes van Hol An. Aalden en kunstenaarsdorp Zweeloo zijn aan elkaar gegroeid. Op een steenworpafstand liggen fraaie natuurgebieden: het Sleenerzand (een prachtig bos met plukken hei), boswachterij Ellertsveld en vervolgens boswachterij Grollo. Grolloo is het dorp van bluesband Cuby en the Blizzards, de boerderij waar de band uit Assen zes jaar lang heeft geoefend is nu een museum. Leuke cafés ook hier, o.a. café Hofsteenge waar een foto aan de muur hangt van Cuby en voetbalcommentator Johan Derksen, die met de pony in zijn haar, zoals de boerderijen hier ook hebben. Johan woont hier nu, en voorheen was hij manager van Cuby blizzards.

We zijn dus in Drenthe, waar we natuurlijk door het schitterende Nationaal Beek- en Esdorpenlandschap Drentsche Aa zullen fietsen. Het beekdal bestaat uit een verzameling meanderende diepjes en stroompjes (Aa-tjes) die bij Groningen samenkomen als de Drentsche Aa. In het voorjaar zijn de glooiende brede oevers langs het water paars en lila van de pinksterbloemen en zuring. Er graast een kudde beige Limousin koeien, een gespierd exemplaar op heuveltje onder boom. Dan volgen een druipend bos, blinkend groene velden, grote naaldbomen verbonden met ragfijn netjes druppels. Bij ieder dorp Anderen, Rolde (dorp van Bartje), Balloo, Taarlo, Oudemolen en Schipborg – verandert de naam van het riviertje voordat het uitkomt bij het Paterswoldse Meer. Ooit geweten dat ook Groningen ontzet is? Het Gronings ontzet – beter bekend als Bommen Berend – wordt gevierd met jazz in de stad en grachten gevuld met rubberbootjes vol bellenblazende studenten, gezellig! Het is nog 30 km naar Pieterburen. Eerst langs het Reitdiep, dan over een slingerdijk om reusachtige boerderijen naar het dorp Garnwerd dat is opgeleukt met Garnwerd aan Zee: een botter, een zandstrandje langs de rivier, een drijvend terras met oerfrieten en witbier. Maar we zijn er nog niet. Schillingeham, het fraaie, rijke Winsum, Mensingeweer, Eenrum en pas dan zijn we in Pieterburen. Voor het échte eindpunt moeten we in het Pieterpad-café ‘Bij de buren van Pieter’ zijn. De glazen worden volgeschonken. Knipoog van de eigenaar. ‘Goed gedaan mensen, hoe was het?!’

Overnachten dag 8, Pieterburen
Vrienden op de Fiets

Gerelateerd

Delen

Waardering
79036
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Reacties (1)

  1. In de inleiding wordt over het Fietserpad gezegd: “De ontwikkelaars van de route kozen de allermooiste (fiets)paadjes zo dicht mogelijk langs het Pieterpad ….”
    Dat is echt pertinente onzin. Over de schoonheid van de fietspaden heb ik geen oordeel, maar het Fietserpad loopt bijna nergens dicht langs het Pieterpad. De enige overeenkomst is dat de route van noord naar zuid Nederland voert. Niet aleen de begin en eindpunten verschillen, maar ook de route is geheel anders. In Limburg loopt het Pieterpad overwegend aan de oostkant van de Maas, het Fietserpad juist aan de westkant. In oost Nederland duikt het Fietserpad diep de Achterhoek en Twente in, het Pieterpad niet. Eigenlijk alleen in Drenthe en Groningen lopen delen van de routes daadwerkelijk bij elkaar in de buurt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *