Eilandhoppen waddeneilanden per fiets met gezin

Schrijver Gijs Hardeman en zijn gezin fietsen op alle vijf eilanden door prachtig duinlandschap met daarachter de Noordzee, over smalle schelpenpaadjes met het karakteristieke geluid van ‘fietsen langs zee’ in je oren, afgewisseld met het Wad dat de ene keer is drooggevallen en de andere keer tot aan de dijk onder water staat. Hier lees je hun sfeerverhaal, gevolgd door praktische informatie over de fietstocht.

TEXEL – Vuurtorenmagneten

Texel ligt achter ons. We zitten op De Vriendschap en zien Vlieland al liggen. De fietsen staan in het gangboord, de fietskar en tassen achterop de boot. Raf zit vast met een spanband aan een mast. Hij is drie, luistert slecht en kan niet zwemmen. Eindelijk staat alles op z’n plek. Het uur hiervoor was chaos. Niks leek goed voorbereid. Raf z’n luier zat vol, baby Finne huilde uit volle borst, jassen zaten onderin de fietstassen en we waren lang niet de enigen die met fietsen mee willen op het schattige groene bootje naar Vlieland. Wel de enigen met een baby van drie maanden en een peuter…

Rian en ik kijken elkaar aan en evalueren de eerste dagen op Texel alsof we een groots evenement hebben georganiseerd. Onze tweedaagse op het eerste eiland passeert de revue en noteren we verbeterpunten in een boekje, alsof er een examen volgt.  ‘De lange fietstocht langs het Wad naar de vuurtoren en het dagje Ecomare waren top’, krabbel ik. Het zeehondencentrum is groot en Raf vermaakt zich tientallen minuten (dat is veel voor hem) bij de zeehonden, bruinvissen en in de speeltuin met water. Ook het aquarium onder de grond waar je in de tank van de bruinvissen kunt kijken, is een groot succes.  We besluiten meer van dit soort activiteiten te doen. ‘Niet meer overdag slapen in de fietskar’, schrijf ik. Raf slaapt dan ‘s avonds niet voor tienen. ‘Verzamelen van vuurtorenmagneten en een vlaggetje van elk eiland’. Ook dat is een succes. Als laatste krabbel ik een belangrijke reminder: ‘We hebben geen haast’.

VLIELAND – Buitencategorie klim

Vlieland is nu heel dichtbij. Op het strand achter de houten palen staat de Vliehors Expres klaar. De grote gele vrachtwagen is gemaakt voor strandritten over de Vliehors, het gigantische militaire oefenterrein aan de westkant van Vlieland. In de achterwielen van de Expres is een gedicht gefreesd dat honderdduizenden keren achterblijft in het zand. Op de Vliehors mag je niet fietsen of wandelen en de Expres brengt je, volgeladen met passagiers, fietsen en fietskarren van de boot naar hotel Het Posthuys. Hiervandaan fietsen we nog zes kilometer naar het dorp.

Vlieland houdt ons lekker bezig. Te land, ter zee en in de lucht. We beklimmen de heuvel waar de vuurtoren op staat. Met stadsfiets en fietskar is dat een klim van de buitencategorie, maar bovenop het Vuurduin lijkt het alsof we boven het kleine eiland zweven. We raken al snel in gesprek met Germ, de vuurtorenwachter. “Ho ho, ik ben vuurtorenpachter, geen wachter. Alles gaat hier tegenwoordig automatisch.” Hij heeft een winkeltje met souvenirs. Hij blijkt een bekende uit een ver verleden, van een schoolreisje 24 jaar terug. Germ was toen nog de uitbater van het groepsverblijf waar mijn school op kamp ging. Vanaf de top van de vuurtoren, ook wel de kleine rode kabouter genoemd, wijst hij ons waar de Vliehorst ligt en proberen wij de andere plekken die we, ter land, hebben aangedaan te vinden. “Daar ligt camping Stortemelk ongeveer,” zegt Rian. En daar, helemaal achterin ligt de jachthaven, waar ik later die dag met Raf in een RIB-boot (een rubberboot met harde bodem) de zee op ga. Naar de zeehonden kijken. In dezelfde jachthaven moeten we ons morgen melden voor de derde overtocht. De tijd gaat hier snel, ook al heb je geen haast.

TERSCHELLING – Niet te missen overtocht

Terschelling bereiken we met de Waddentaxi in een rotvaart. De fietsen staan achterop, ingepakt in een hoes als bescherming tegen het opspattende, zoute water. Op Schylge wacht de Brandaris, maar we komen er achter dat hij niet te beklimmen is, want deze vuurtoren is nog wel volop in gebruik als… vuurtoren. We schrappen hem van ons Terschellingse lijstje dat verder eigenlijk leeg is. “We zien wel,” riep ik voor vertrek. Dus nadat we het vlaggetje en magneet hebben gekocht, rest ons op de eerste dag niets dan terugfietsen naar het hotel. Eigenlijk zijn we er blij mee. We gaan een lekker ouderwets dagje naar het strand doen. Op krabben en garnalen vissen, verbrande schouders en een zonsondergang waar je U tegen zegt.  De fietskar gebruiken we als strandwagen. Finne kan hier mooi in slapen. We raken al doende erg onder de indruk van Terschelling. Overal schelpenpaden door duin en bos, paarse hei langs de weg en natuurlijk de Boschplaat waar we heen fietsen om een stuk te wandelen. Op Schylge worden we één met de routine van het fietsen met het gezin. Soepel gaat het nu. Op de laatste dag maken we een mooie tocht langs de Waddenkust, waar we lunchen en krabben vangen tussen drooggevallen boten. We relaxen op het groene strand in West-Terschelling, terwijl we de boot naar Ameland afwachten.

Er is één overtocht op de Wadden die je echt niet mag missen en dat is die tussen Terschelling en Ameland. En die, juist die, missen wij… Terwijl we rustig op het groene strand zitten, met de fietsen en fietskar als windscherm, zijn we blij dat we meer dan een uur te vroeg zijn voor de afvaart. Een half uur voor vertrek komen we aan op de kade, waar tot onze schrik een grote boot net wegvaart. Toch niet de onze? Jawel, dus. De Robbenboot glijdt langzaam maar heel zeker bij ons vandaan. Weg is de rust van die dag. Raf zet het op een brullen, Finne doet mee en ik ren schreeuwend de steiger op met de hoop op iets… De komende dagen is er geen herkansing. Een belletje naar de VVV met de laatste procenten van mijn batterij brengt verlossing. Zij bellen de kapitein, die gewoon omkeert! “Tja, jullie moeten toch mee,” zegt de nuchtere schipper die dacht iedereen aan boord te hebben. Vol adrenaline zakken we op een bank op het bovendek. Pas dan zien we hoe mooi de avond gaat worden. Het is bijna windstil, we varen erg langzaam, omdat de bodem van de boot bijna over de bodem van de zee schraapt en op de zandbank liggen zeehonden van de avond te genieten. De zon zal zo met een prachtig voorstelling in de zee zakken. Een waardig afscheid van Terschelling.

AMELAND  – Windkracht 5

Ameland heeft een vuurtoren helemaal in het westen. We varen er voorbij, maar weten dat we zo, in het pikkedonker, nog bijna 10 kilometer terug moeten fietsen naar jeugdherberg Sier aan Zee, vlak onder die mooie rood-witte stalen toren. Beide kinderen zijn in diepe slaap, terwijl wij door de nacht trappen. Ameland zal het eiland worden waar we de meeste kilometers fietsen…  Met windkracht 5 in de rug is dat gaaf, maar diezelfde tien kilometer terug gaan we stuk.  Leuke afwisseling: vanaf Nes varen we mee met de Brakzand, een boot die ons tot vlakbij de zeehonden brengt. Tijdens de tocht haalt visser Marko allerlei levende wezens uit de zee. Tientallen krabben, platvissen, zeesterren, zeenaalden en andere zeedieren. Bij elk ervan vertelt hij een mooi verhaal over elk soort en laat hij ze goed zien aan alle kinderen. Zij mogen op het einde de dieren weer in zee gooien. Voor Raf is dit een hoogtepunt van de trip, ook al waait en regent het snoeihard.

SCHIERMONNIKOOG – Groningse klipper

De meeste waddenhoppers tikken op weg naar Schier even het vasteland aan – het aantal overtochten van Ameland naar Schiermonnikoog is beperkt. Wij hoppen wél. Met de Groningse klipper Willem Jacob zeilen we van Ameland naar Schier. Het is verreweg de bijzonderste overtocht van de zes. Om bij zijn boot te komen moet schipper Ruth alle fietsen (een stuk of twintig), fietstassen en fietskarren over vijf historische platbodems tillen. Nadat we de haven zijn uitgevaren gaat het grootzeil uit en zeilen we onder leiding van Ruth en haar volledig vrouwelijke bemanning in een uurtje of zeven naar de haven van Schiermonnikoog. Alle kinderen mogen onderweg het roer vasthouden, we lunchen aan boord en hebben lekker de tijd om van een volgelopen Waddenzee te genieten.

Op Schier, dat toevallig net het 150-jarig bestaan badplaats viert,  fietsen we langs een aantal bekende plekken. De vuurtorens natuurlijk. De mooie rode, en de langzaam groener wordende witte die dienst doet als telecomtoren (‘die langzaam verandert in KPN-groen’, is de lokale, ietwat zure grap). Begraafplaats de Vredenhof, vlakbij de bunker. Ook doen we een huifkartocht die een interessante geschiedenis-, biologie-, taal- en aardrijkskundeles in één blijkt te zijn. We fietsen op onze laatste dag letterlijk het strand op bij Paal 3 waar de eilanders zich klaarmaken voor het grote feest.

Van onze reispartner SNP Natuurreizen

Stel je eigen waddentocht samen

Puzzel je eigen reis samen via deze websites: friesland.nl en wadden.nl. Per eiland deden wij dit:


Onze uitrusting

Wij hebben de tocht gemaakt op twee Hollandse Cortina stadsfietsen en rolden in twee weken in totaal 350 kilometer over de Waddeneilanden. Uiteindelijk kozen we voor een verdeling waarbij aan de fiets  van Gijs vier grote fietstassen hingen, voor elk persoon één. Voor de “mamafiets” van Rian hebben we last minute (vanwege een keizersnede bij geboorte Finne) een Ecomo U4 E-bike geleend, maar die is in de praktijk alleen bij windkracht 5 tegen gebruikt. Achterop deze fiets zat een Maxo Cosi houder voor Finne en voorop een zadeltje voor Raf en een fietskrat voor losse spullen. Aan beide fietsen kon de fietskar (Thule Chariot Cougar ) bevestigd worden. Deze kar gebruikten we als boodschappenwagen, kinderwagen en Finne heeft er ook een paar nachten in geslapen doordat we er met een dekentje en kussen een bedje van konden maken. De felgroene tassen (Pack ’n Pedal Shield Pannier) zijn waterdicht, stevig en makkelijk en snel los te koppelen. Meer info over onze uitrusting op thule.com en cortinafietsen.nl.


Praktische informatie over de fietstocht

Gemaakte tocht(en): Onze tocht gaat van Den Helder naar Lauwersoog, maar niet over het vaste land. We nemen de boot naar Texel en maken telkens met een tussenferry de overtocht naar het volgende eiland: Wadhoppen zonder het vasteland aan te raken. Pas in Lauwersoog zetten we twee weken later weer voet aan vaste wal. Deze tocht kan te voet of met de fiets.

Lengte tocht: Je kunt zoveel fietsen als je wilt op de eilanden. Op Texel moet je natuurlijk langs het Wad fietsen vanaf Het Horne naar De Cocksdorp (23 km). Op Vlieland fiets je al snel het rondje van Oost-Vlieland naar Het Posthuys en weer terug langs de andere kant (16 km). Terschelling kun je niet verlaten zonder helemaal naar de Boschplaat aan de oostkant te fietsen (vanaf West-Terschelling is dat al gauw 25 km enkele reis). Op Ameland heb je de blik gevestigd op de vuurtoren bij Hollum en vanaf het uiterste puntje aan de andere kant, Het Oerd, is dat 19 km, reken maar uit hoe lang een rondje is. Op Schiermonnikoog cruise je kriskras door de duinen  en ben je van de Westerplas tot aan de Kobbeduinen wel klaar met zo’n 15-20 kilometer.

Afstand/kilometers: Hemelsbreed is het van Den Helder naar Lauwersoog ongeveer 200 kilometer, maar op de eilanden rijd je al gauw wat extra kilometers. Wij fietsten met onze kinderen ongeveer 350 kilometer, inclusief diverse dagtochten.

Stijgen/dalen (hoogteverschil): Afgezonderd van de duinen die je op en af moet fietsen, zijn de hoogteverschillen op de eilanden niet noemenswaardig. De meeste hoogte pak je op de traptreden van de vuurtorens.

Tijd: Wij fietsen met onze bepakking en kids ongeveer 18 km per uur. We onderbraken de tocht na anderhalf à twee uur. Maar als ze sliepen, dan fietsten we lekker door.

Zwaarte: Fietsen met bepakking en fietskar vergt wel wat spierkracht, maar met een gemiddelde fitheid is het prima te doen. Als je wind tegen hebt, wordt het wel een ander verhaal… En op de eilanden lijkt het wel alsof je bijna altijd tegenwind hebt.

Moeilijkheidsgraad: Deze tocht is niet moeilijk. Sterker nog, makkelijk te doen met de fiets en de boottochten over het Wad zijn een feestje!

Markering/bewegwijzering: De paden zijn door de ANWB goed bewegwijzerd op de eilanden, zowel voor fiets-, wandel, als autoverkeer.

Verhard/onverhard. We reden op verharde wegen door bos en weilanden of op schelpenpaadjes door de duinen.

Korte impressie van het gebied

De Waddeneilanden zijn stuk voor stuk een heerlijke mix van duinen, brede stranden met (wilde) Noordzee, bossen en een Wadkant waar je je kunt verbazen over alles wat er leeft en beweegt.

Beste tijd

In het voorjaar staan de bomen en de struiken in bloei en in de zomer heb je de meeste kans op zonnig strandweer. Het hele jaar door kan er een harde wind waaien, calculeer dat maar in als je gaat fietsen.

Er naar toe

Wadhoppen van Texel naar Schier is best een puzzel en ik raad je aan vroeg te beginnen met puzzelen en vastleggen, want sommige overtochten gaan niet zo vaak, alleen in het hoogseizoen en zitten op een gegeven moment vol. Houd er rekening mee dat sommige overtochten afgelast kunnen worden vanwege het weer en je dus een dag later moet. Een te strak schema kan je in de problemen brengen. Mocht een bepaald deel van de tocht niet lukken dan is een Waddentaxi nog een (duurdere) oplossing. Ook is het soms onduidelijk of je wel of geen eigen fietsen mee mag nemen, maar een belletje helpt.

Overnachten

Wij sliepen op elk eiland in een hostel, pension of hotel in verband met de kleine baby die nog regelmatig gevoed moest worden. Met oudere kinderen zouden wij zeker gaan kamperen. Er is keuze genoeg op alle eilanden, maar boek tijdig!

  • Texel – Stayokay Den Burg: praktisch, mooi en tof met kids, speeltuin voor de deur.
  • Vlieland – Hotel Zeezicht, pal tegenover de haven: luxe met ruime familiekamer.
  • Terschelling – Strandhotel Formerum: rustiek, romantiek en vrijwel op het strand.
  • Ameland – Hostel Sier aan Zee (onder de vuurtoren): praktisch, betaalbaar, kidsproof.
  • Schiermonnikoog – Pension Westerburen: eenvoudig. Herberg Rijsbergen: historisch.

Eten, drinken, inkopen doen

Geen enkel probleem op de eilanden. Er zijn voldoende supermarkten en er is een keur aan restaurants, strandtenten en barretjes. In het hoogseizoen is ook alles op zondag open. In het laagseizoen kan het anders zijn.

Cultuur

Wij zijn nogal fan van vuurtorens en beklimmen dus, waar het kan, altijd alle trappen tot aan het hoogste uitkijkpunt. Op Texel, Vlieland en Ameland zijn de vuurtorens opengesteld voor publiek. Zij beschikken over apparatuur die de kust in de gaten houdt en de info doorzendt naar de bemande torens op Terschelling en Schiermonnikoog. Deze twee zijn daarom gesloten voor toeristen.

Gerelateerd

Delen

Waardering
79832
Stem nu !
Bedankt!
Mislukt !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

*