De foto's worden geladen..
Wie aan het Zwitserse zakmes denkt, komt uit bij twee merken: Victorinox en Wenger. Op Pad gaat op bezoek bij de laatste.
Bekijk de video van het bezoek aan Wenger
Het is iedere keer weer een genot een fabriek binnen te lopen waar nog echt met zware machines wordt gewerkt. Zodra ik de fabriekshal in loop, ruik ik de zoete geur van snijolie, die onmiskenbaar bij metaalbewerking hoort. De lucht in de hal is warm en broeierig, in de ruimte klinkt een kakofonie aan klanken; van pscht-pscht-pscht tot haktonk-klonk. Geur en geluiden zijn de afgelopen honderd jaar nauwelijks veranderd.
Wenger & Zwitserse leger
De geschiedenis van Wenger begint een dikke honderd jaar geleden en is met een navelstreng verbonden aan het Zwitserse leger en die andere zakmessenproducent: Victorinox. In 1886 besluit het Zwitserse leger dat iedere soldaat met een zakmes wordt uitgerust. Omdat de Zwitserse messenfabrikanten niet konden voldoen aan de grote vraag werden de messen gemaakt in Solingen, Duitsland. In 1891 krijgt Victorinox het contract in handen en begint de fabriek in het Duitstalige deel van Zwitserland met het leveren van zakmessen aan het Zwitserse leger.
In 1893 begint Paul Boéchat in zijn werkplaats in Delémont in het Franstalige deel van Zwitserland met het maken van zakmessen. Iets na de eeuwwisseling neemt general manager Theodore Wenger de fabriek over van Paul Boéchat en ontstaat Wenger. Om onenigheid tussen de twee taalgebieden te voorkomen, geeft het leger in 1908 opdracht aan beide fabrikanten om elk vijftig procent van de zakmessen voor het leger te maken. Tot op de dag van vandaag is dat nog steeds zo, al is de verhouding veranderd: Victorinox produceert voor de soldaten en dus de meeste messen; Wenger maakt de messen voor de hogere rangen.
Materiaal: roestvaststaal
Het basismateriaal voor elk Wenger zakmes is roestvaststaal dat op grote rollen – gewicht iets meer dan vijfhonderd kilo – het magazijn binnen komt. De rollen worden in een grote machine ingespannen waar een pers met een druk van vijftig ton er vervolgens de onderdelen uit perst. Op deze manier worden niet alleen de messen gestanst, maar ook de priemen, de schroevendraaiers en de flessenopener. Het enige wat elders wordt gemaakt, is de kurkentrekker.
Na het stansen zitten er nog scherpe randjes aan de onderdelen en ook daar hebben ze een machine voor. In een grote ronddraaiende trommel zitten kunststof steentjes waar de gestanste onderdelen bij worden gegooid. Door het draaien verdwijnen de scherpe randjes als sneeuw voor de zon. Een magnetische lopende band haalt na vijftien minuten de onderdelen uit de steentjes en transporteert ze naar een draaiende bak met zaagsel, die de slijpolie van de onderdelen absorbeert en ze mooi schoonmaakt voor verdere bewerking.
Warmtebehandeling
Alle metalen onderdelen krijgen vervolgens een warmtebehandeling. In een lange oven met een lopende band worden lemmeten, vijlen en blikopeners verhit tot duizend graden en daarna langzaam afgekoeld. Door deze verhitting verandert de structuur van het staal van flexibel en zacht naar knetterhard en bros. Knetterhard is goed, omdat een mes dan niet snel bot wordt. Bros is slecht, want het breekt dan snel. Dus wordt het metaal nog een tweede keer gebakken op 220 graden. Na deze behandeling is het staal sterk en flexibel.
Handvat zakmes
Het enige onderdeel van een Zwitsers zakmes dat niet van metaal is, is het handvat. Deze wordt gemaakt door kleine bolletjes kunststof (granulaat genaamd) te verhitten, waardoor ze smelten en ze met een enorme machine in een mal worden gespoten. Na afkoeling heb je dan twee helften van het handvat, iets wat in vaktermen de schaal heet. Bijzonder is dat bij dit proces het Zwitserse kruis wordt meegespoten, waardoor het een vast onderdeel is van de schaal en er nooit zomaar uit kan vallen.
Scherp slijpen
Maar het belangrijkste van een Wenger zakmes is natuurlijk dat het lemmet scherp is. Voordat een lemmet geslepen kan worden, moet het op de juiste dikte worden gebracht. Dit wordt gedaan door de messen als het ware tussen twee enorme molenstenen te leggen. Eenmaal op de juiste dikte moet alleen één zijde nog scherp worden geslepen. Dat gebeurt met robots en laat dat proces nou volledig geheim zijn. Hierna is het alleen nog een kwestie van alle onderdelen in elkaar zetten. De populaire, niet zo lastige modellen worden door een robot in elkaar gezet. Alleen bij de meer gecompliceerde modellen en de speciale producties komt nog handwerk kijken.
De laatste fase is de kwaliteitscontrole. Die is grondig. Een handjevol kwaliteitsbewakers slaat de zwiterse zakmessen niet zachtzinnig tegen een metalen rand om te kijken of het geheel heel blijft. Ook wordt de spanning op de veren gecontroleerd; een mes mag er niet zomaar uitvallen of te makkelijk terugklappen.
Geheim van Wenger
Tot slot nog een geheimpje: het wordt niet aan de grote Zwitserse klok gehangen, maar in 2005 is Wenger door Victorinox gekocht. Twee oude concurrenten die nu één zijn, maar het spanningsveld over wie nu eigenlijk het enige echte Zwitserse zakmes maakt, blijft. Ook hier heeft de Zwitserse overheid de oplossing: omdat Victorinox de oudste van de twee is, mag Victorinox zichzelf de ‘Original Swiss Army Knife’ noemen. Wenger mag zichzelf de ‘Genuine Swiss Army Knife’ noemen.
Wie zegt nog dat wij Nederlanders het politiek correcte Poldermodel hebben uitgevonden!











